Dat kledij en ander textiel een grote milieu-impact heeft, is al langer geweten. Maar de nieuwe cijfers van de EEA zijn toch verrassend: de consumptie van kledij, schoeisel en huishoudelijk textiel gebruikt jaarlijks 1,3 ton aan primaire materialen per hoofd van de bevolking en 104 kubieke meter water.

Het grootste deel van die grondstoffen wordt niet in de EU zelf verbruikt, maar elders in de wereld: dat geldt voor 85 procent van de materialen en maar liefst 92 procent van dat waterverbruik.

Gulzige sector

Daarmee is textiel de vierde meest gulzige sector in de EU wat materialen- en waterverbruik betreft, na voeding, gebouwen en transport. Qua landgebruik heeft textiel de tweede grootste afdruk, na voedsel. Onze textielconsumptie leidt ook tot aanzienlijke vervuiling van waterlopen, met onder meer microvezels die vrijkomen bij het wassen van kledij.

Met een groot grondstoffenverbruik gaat meestal ook een hoge CO2-uitstoot gepaard, en dat is voor textiel niet anders. Uit het EEA-cijfers blijkt dat de productie elk jaar naar schatting 654 kilogram aan CO2-equivalent uitstoot per Europeaan. Daardoor is textiel de vijfde grootste bron van CO2-emissies door privé-consumptie. Ongeveer driekwart van die emissies gebeurt buiten de EU.

Sluit de kringloop

Het goede nieuws is dat een meer circulaire aanpak en principes van eco-design en hergebruik die impact sterk kunnen verminderen, stelt het agentschap. Het huidige EU-beleid verplicht lidstaten pas tegen 2025 om textielafval afzonderlijk te verzamelen te verzekeren dat het niet verbrand of gestort wordt.

Volgens de EEA-briefing moeten circulaire businessmodellen uitgebreid worden, zoals delen, terugname en herverkoop van textiel. Daarvoor is ook aandacht nodig bij het ontwerpen van de materialen.