Een onderzoek van The Business Of Fashion was redelijk vernietigend voor de Academie, en in het bijzonder voor Walter Van Beirendonck, het hoofd van de modeafdeling. De gerespecteerde, en veelgelezen, website liet zo'n vijfentwintig studenten getuigen over de onderwijsmethodes van een van 's werelds meest gereputeerde modescholen. Die blijken erg intens.
...

Een onderzoek van The Business Of Fashion was redelijk vernietigend voor de Academie, en in het bijzonder voor Walter Van Beirendonck, het hoofd van de modeafdeling. De gerespecteerde, en veelgelezen, website liet zo'n vijfentwintig studenten getuigen over de onderwijsmethodes van een van 's werelds meest gereputeerde modescholen. Die blijken erg intens.Bij de beschuldigingen: Walter Van Beirendonck krijgt het, zoals gezegd, hard te verduren: hij zou als een soort sekteleider heersen over het departement en dus ook over het lot van de studenten. De docenten zouden hem al te slaafs volgen. 'Hij wordt beschouwd als een soort god', zegt een student in het artikel. 'Eerlijk gezegd: ik vind dat de school op een sekte lijkt.'De crisis, die al langer broedde, kwam in een stroomversnelling na de zelfmoord van een derdejaarsstudent uit Zuid-Korea, een maand geleden. Op zich is zelfdoding, hoe tragisch ook, niet uitzonderlijk. In België is het de voornaamste doodsoorzaak bij jongeren van 15 tot 19, en de op één na voornaamste doodsoorzaak bij mannen van 20 tot 24. Zuid-Korea heeft de hoogste zelfmoordgraad van de OECD-landen. Wat de student precies heeft gedreven, is onduidelijk (zelfdoding is altijd complex). Maar volgens de door Business Of Fashion geciteerde studenten heeft de onderwijscultuur van de Mode Academie allicht niet geholpen. De Academie heeft een ijzersterke reputatie als een van 's werelds beste modescholen, met alumni als Martin Margiela, Dries Van Noten, Kris Van Assche en Demna Gvsalia. Antwerpen werd een begrip onder het bewind van Linda Loppa. Walter Van Beirendonck nam de fakkel van haar over in 2007. De opleiding was al bijzonder intens, maar werd dat nog meer. Niet iedereen klaagt over Antwerpen. Voor sommige studenten zijn de methodes van de Academie een goede voorbereiding op het echte leven. De textielindustrie is immers een notoir harde wereld. Bovendien garandeert een opleiding in Antwerpen bijna vanzelf een baan, diploma of niet. Die reputatie staat veranderingen in de weg: als je aan het leerproces raakt, is de vrees, behaal je misschien niet dezelfde resultaten.'Walter is het soort leraar die een student een stap voorwaarts kan brengen', zegt Akiko Murata, die is afgestudeerd in 2006, en in Tokyo haar eigen, succesvolle label heeft. 'De opleiding is hard, té hard, en hij heeft zijn lievelingen. Ik had destijds een beter contact met Linda Loppa dan met Walter.''Te weinig positieve steun: dat is de basisattitude van de Academie. Maar als je daarna in het echte leven van de mode stapt, is daar ook niet alles rozengeur en maneschijn. Het is geen gewone school, je leert er niet van A tot Z hoe een modeontwerper te worden. Het belangrijkste wat ik er heb geleerd is zelfvertrouwen. Voor mij was het een positieve ervaring. Het afvalproces is hevig, maar het maakt je sterker, en je leert werken. Ik kan me wel inbeelden dat het vandaag veel moeilijker is voor studenten om zich te concentreren zoals wij dat deden.'De jongere generatie studenten lijkt minder overtuigd. 'Ik heb mijn best gedaan om iets te doen aan de situatie door te getuigen voor het artikel in Business Of Fashion', zegt een student die vorig jaar is opgestapt. 'Ik heb mijn goede vriend verloren aan zelfmoord. Door mijn getuigenis heb ik mensen pijn gedaan zonder dat dat mijn bedoeling was. Het artikel is verwaterd. Er wordt bijna weinig concreets gezegd over racistische incidenten die mensen hebben meegemaakt. Maar ik ben emotioneel kapot, ik wil er liever niets meer over zeggen.'Van Beirendonck wou gisteren alleen kwijt dat er 'met de school is afgesproken dat alle reacties gaan via Marijke De Bie en Johan Pas', respectievelijk de persverantwoordelijke en het hoofd van de Artesis Plantijn Hogeschool, waar de Modeacademie onder valt. 'Walter is erg aangedaan', reageert Johan Pas. 'Later zal hij ongetwijfeld zijn visie op de feiten geven, maar voorlopig probeer ik met enige kritische afstand de zaken in kaart te brengen en oplossingen te formuleren. Op dit moment beschouw ik de 'crisiscommunicatie' als mijn plicht.'Het artikel, zegt Pas, kwam niet onverwacht. 'Na het overlijden van de modestudent klommen enkele studenten in de pen om uiting te geven aan hun gevoelens. Ik stond in contact met de journaliste van Business of Fashion en heb de zware aantijgingen hier en daar kunnen nuanceren en situeren. Ik geef ook mee dat de journaliste niet in Antwerpen geweest is, en zich dus grotendeels gebaseerd heeft op telefoongesprekken en e-mails met (oud)studenten. Een werkbezoek had wellicht een genuanceerder beeld opgeleverd. Een aantal pijnpunten zijn herkenbaar, met name de extreme werkdruk en de stress die er bij studenten en docenten heerst. Ik was sowieso van plan daar in mijn beleid een prioriteit van te maken, maar dat is nu in een stroomversnelling terecht gekomen.''In vergelijking met andere scholen laten we veel kandidaten toe in het eerste jaar, waardoor er veel afvallen en de werkdruk voor studenten en docenten in het eerste jaar te hoog ligt. De psychologische druk van zo'n afvalrace valt, voor studenten en docenten, niet te onderschatten. Daar wil ik vanaf. Door minder, maar betere studenten toe te laten, zal de druk minder worden, evenals de uitval.''Ik merk ook dat perceptie van onder meer werkdruk, stress, feedbackcultuur bijzonder subjectief is. Sommige studenten hebben de veerkracht daar mee om te gaan, anderen minder of niet. Feit is dat bepaalde dingen niet meer vanzelfsprekend zijn. De tijden zijn op dat vlak veranderd.''De opleiding is hard en streng, en dat wordt in de modewereld ook zo verwacht. Vernedering is uiteraard nooit een bedoeling, maar kan wel het gevolg zijn van minder goede werkomstandigheden en een grote tijdsdruk. Ook daaraan werken we. Ik geloof persoonlijk in een trage, duurzame en kwaliteitsvolle mode, ontworpen en gerealiseerd met respect voor mens en milieu. Ik hoop dat we de opleiding geleidelijk in deze richting kunnen sturen.'Pas staat sinds een half jaar aan het hoofd van de school, maar doceert al veel langer aan de Academie. 'Dat mode een erg zware opleiding was, is me al lang bekend. Zo vonden mijn studenten het vaak moeilijk hun theorievakken naar behoren te combineren met hun opdrachten bij de mode. Zoals ik aangaf, wilde ik dat sowieso veranderen, maar nu is dat proces versneld door de zelfmoord en de gevolgen ervan. In die zin zijn de gebeurtenissen een katalysator voor verandering.'Johan Pas: 'Aan buitenlandse studenten, de helft van onze populatie, en 90 procent in de mode, wordt uiteraard veel aandacht besteed. Anderzijds vinden sommige buitenlandse studenten moeilijker de weg naar de studentenvoorzieningen (begeleiding, bijstand, etc.). Daar werken we nu aan, net als de factor van interculturele communicatie. De AP Hogeschool voorziet ook trainingen en coaching voor docenten, waar we meer gebruik van zullen maken. We ontwikkelen nu ook een peter-meter systeem waarbij de eerstejaars worden opgevangen en begeleid door studenten uit de andere jaren.' Johan Pas: 'Walter heeft de mode opleiding op topniveau gebracht. Een kleine school met beperkte middelen tot de derde in de internationale ranking brengen, is een wonder op zich, en in grote mate de verdienste van Walter. Zijn expertise en zijn netwerk zijn onovertroffen. Ik geloof niet dat ik in de enquête afstand van hem neem. Ik heb wel grondige gesprekken met hem en zijn team gevoerd. Voor hem is dit een schok en een wake up call. We moeten de opleiding grondig tegen het licht houden. Zijn positie is niet in het gedrang, maar de opleiding zelf moet op bepaalde punten wel veranderen.''Meteen na de dood van de modestudent ben ik mijn gesprekken begonnen met docenten, nadien ook met studenten. Met mijn korps heb ik een analyse van de pijnpunten gemaakt en lijsten we concrete stappen en maatregelen op. Sommige daarvan - meer tijd en ruimte, een andere stijl van begeleiding, beter communicatie - kunnen we vrij snel implementeren. Op termijn wil ik ook een paradigmawissel bereiken. In de toekomst zal een doelgericht personeelsbeleid me daarvoor de mogelijkheden bieden.'