"België, lelijkste land ter wereld, " vond de Antwerpse architekt Renaat Braem. Zijn mening maakte school maar is achterhaald. Of het al officieel beslist is in het kader van de Belgische boedelscheiding, weet ik niet, maar de opperste lelijkheid moet ontegensprekelijk aan Vlaanderen worden toegewezen.
...

"België, lelijkste land ter wereld, " vond de Antwerpse architekt Renaat Braem. Zijn mening maakte school maar is achterhaald. Of het al officieel beslist is in het kader van de Belgische boedelscheiding, weet ik niet, maar de opperste lelijkheid moet ontegensprekelijk aan Vlaanderen worden toegewezen. Wallonië is niet mooi maar wel mooier, niet in zijn steden maar wel op zijn platteland. Dorpen behouden er iets eigens en intimistisch, terwijl ze in Vlaanderen verworden tot onpersoonlijke voorsteden. Hun verkavelingen woekeren om zich heen als kwaadaardige gezwellen, hun lintbebouwing tast de volgende aan als HIV-besmetting. Hiertegen bestaat geen remedie, denk ik onderweg. Dat de Voerstreek bij Limburg en dus bij Vlaanderen hoort, is op papier een uitgemaakte zaak. Was ik er een Franstalige politicus, dan zou ik die aanhorigheid niet met communautaire en elektorale muggezifterij betwisten, maar met het evident argument dat de Voerstreek te mooi is om Vlaams te zijn. Waar ik woon, is het omgekeerde aan de hand : ook kantje boord Vlaanderen, maar overduidelijk door de Vlaamse ruimtelijke ordening en toenemende rijkdom ontaard. Parvenu's hebben er hun betwistbare smaak botgevierd in woningen, de overheid heeft het land niet tegen hen beschermd. Ze verkoos tot de lelijkheid bij te dragen door monsterlijke industrieparken en commerciële boulevards te zaaien en veelvoudig te oogsten. "Je woont in een mooie streek, " zeggen de mensen mij wanneer ik mijn adres opgeef, een huis aan een kromliggende asfaltweg waarover onbeschofte chauffeurs zich met een misdadige snelheid naar het helse Leonardkruispunt reppen. Aan de lindeboom even voorbij ons huis draaien ze rechtsaf en trekken ze zich al op aan de geur van de autostrade twee hoeken verder. Toen ik op die nare plaats aan de oprit naar de hoofdstad kwam wonen, plantte ik er een treurwilg. Die is nu groot en sterk en buigt zich meewarig over de straat. Ik zou hem het gezelschap kunnen geven van een hele stoet pleurants, om zo met z'n allen blijvend te rouwen om onze omgeving. Dat die plek haar reputatie van "mooie streek" niet kwijtspeelt, is een misverstand. De mensen menen dat het Zoniënwoud er standhoudt, proeven de zoete nasmaak van de Belgische druiven die er vroeger geteeld werden en weten dat de bodem er zich soepel geplooid heeft tot hellingen en dellingen. Maar wat is er mooi aan golvend land dat protserig werd bebouwd en met asfalt overgoten ? De Belgische druiven Royal en Leopold werden folkloristisch als reuzen. Over het Zoniënwoud werd een traliewerk van betonwegen gesmeed, met het kapelletje van de Welriekende als cipiershuisje. Vlaanderen wil dat niet zien en viert jaarlijks het Vlaamse karakter van de ring van voorsteden rond Brussel door sportief te "gordelen", de uitsmijter van de zomer. Het evenement ontwikkelde zich op zijn Vlaams en is nu een reklamestoet en vedettencircus, met mayonaise. Vlaanderen, wansmakelijkste land ter wereld. BRIGITTE RASKIN