"Als ik groot ben, wil ik dokter worden en mensen genezen", schrijft Rosa Estefania (10) uit Ecuador. Sonia (12) uit Oost-Timor wil bij de politie en Heba (15) uit Egypte droomt van een carrière als artieste. In ontwikkelingslanden verspreid over de hele wereld leven 500 miljoen meisjes en jonge vrouwen, bericht Plan International in het rapport Because I'm a girl. Girls in the global economy : adding it all up.
...

"Als ik groot ben, wil ik dokter worden en mensen genezen", schrijft Rosa Estefania (10) uit Ecuador. Sonia (12) uit Oost-Timor wil bij de politie en Heba (15) uit Egypte droomt van een carrière als artieste. In ontwikkelingslanden verspreid over de hele wereld leven 500 miljoen meisjes en jonge vrouwen, bericht Plan International in het rapport Because I'm a girl. Girls in the global economy : adding it all up. Hoeveel kans ze hebben om hun droom van een beter leven in vervulling te zien gaan ? Minder dan ooit zo blijkt. De Wereldbank schat dat door de mondiale recessie in 2009 alleen al 50.000 Afrikaanse baby's vóór hun eerste verjaardag zullen sterven. Het merendeel daarvan zijn meisjes. En als het economisch slecht gaat, worden in de armste landen meisjes als eersten van school gehaald. Onderwijs voor jongens is nu eenmaal belangrijker. Meisjes worden het veld ingestuurd, moeten kilometers ver water gaan halen, het huishouden beredderen en op jongere kinderen passen terwijl moeder het gezinsinkomen probeert op te krikken. Niet alleen de kinderen lijden. Miljoenen jonge vrouwen die tewerkgesteld zijn in de zogenaamde informele sector (als huishoudhulp of thuiswerkers die per afgewerkt artikel betaald worden) zijn de eersten om hun job kwijt te spelen. Ook gemigreerde werkkrachten zoals meisjes uit landen als de Filippijnen, Sri Lanka of Nepal die in het Midden-Oosten, Hongkong of Singapore werken zijn uiterst kwetsbaar. Als ze hun werk verliezen, kunnen ze geen geld meer naar de familie sturen. Er zijn ook minder fondsen voor microfinancieringen en andere projecten. De kinderarbeid neemt toe en meer meisjes komen in de prostitutie terecht. Nee, het is bepaald geen rooskleurig toekomstbeeld dat het goed gedocumenteerde rapport schetst. Scholing is letterlijk broodnodig : statistieken wijzen uit dat elk bijkomend jaar dat een meisje naar school gaat, zich in een toename van 10 tot 20 procent van haar latere inkomsten vertaalt. En dat inkomen wordt goed besteed : vrouwen blijken 90 procent in het huishouden te investeren, mannen maar 30 tot 40 procent. Niet alleen de meisjes zelf, maar ook de arme landen worden beter van meer opleiding : als 1 procent meer meisjes naar de middelbare school gaat, stijgt het bruto binnenlands product met 0,3 procent per jaar. Bovendien dragen jonge vrouwen dankzij hun scholing bij tot de verbetering van de voeding en de hygiënische levensomstandigheden van hun familie, wat leidt tot minder kindersterfte. Anderzijds krijgen beter opgeleide vrouwen minder kinderen. Redenen te over om Robert Zoellick, voorzitter van de Wereldbank te doen besluiten : "Investeren in meisjes is niet alleen rechtvaardig, maar ook verstandig." Als het Because I am a girl-rapport één ding duidelijk maakt, dan is het wel dat er op de wereld maar weinig plekken zijn waar het als vrouw prettig leven is. Of dat niet ontmoedigend is, vragen we aan de Brits-Nederlandse coauteur Nikki Van der Gaag, een journaliste die al twintig jaar gespecialiseerd is in vrouwenrechten. Nikki Van der Gaag : Overal in de landen die ik bezocht, ontmoette ik energieke en ondernemende jonge vrouwen die fantastisch werk leveren, vaak in penibele omstandigheden. Als zij optimistisch kunnen blijven, waarom zou ik het dan niet zijn ? In Saoedi-Arabië is de situatie uitzonderlijk moeilijk, maar in andere landen van het Midden-Oosten wordt toch vooruitgang geboekt. In Koeweit, bijvoorbeeld, kregen de vrouwen onlangs stemrecht. In andere landen vinden vrouwen toch allerlei manieren om te rebelleren en de grenzen beetje bij beetje te verleggen. In het Westen hebben wij bijvoorbeeld een heel negatief beeld van de situatie van de vrouwen in Iran, maar hoe ook zetelen er vrouwen in het parlement. En al wordt het de vrouwelijke gekozenen en andere professionelen vaak moeilijk gemaakt, ze blijven zich uitspreken voor hun rechten. Ook in Afghanistan leveren vrouwen geweldig werk, vaak met gevaar voor hun leven. Toen ik in 1999 Irak bezocht, leefden in de dorpen de vrouwen misschien teruggetrokken, maar in de steden waren ze even actief als de mannen. Ook onder Saddam kregen meisjes een opleiding, denk maar aan de bekende architecte Zaha Hadid. Er stonden vrouwen aan het hoofd van ministeries en weinigen droegen een sluier. Het is gevaarlijk om een stereotiep beeld op te hangen van de positie van de vrouw in moslimlanden, de situatie is overal anders. Wij zien ook alleen de buitenkant, we weten niet wat zich binnen de gezinnen afspeelt. Wel alarmerend is dat in veel landen de situatie onder invloed van reactionaire krachten achteruitgaat. Zo is er de toename van het aantal eremoorden : meisjes die door vader of broer gedood worden omdat ze hun familie ten schande gemaakt zouden hebben door zich niet volgens de regels te gedragen. Maar reactionaire tendensen vinden we ook in het Westen. In de VS gaan er onder invloed van traditioneel christelijke strekkingen stemmen op om vrouwen weer aan de haard te binden en bijvoorbeeld de maagdelijkheidstest vóór het huwelijk in te voeren. Latijns-Amerika en het Caribische gebied. In het secundair onderwijs halen meisjes er betere resultaten dan jongens, iets wat je ook in sommige Europese landen ziet. Niet dat dat een garantie is voor een beter leven achteraf, want vroege zwangerschappen en hiv kunnen roet in het eten strooien. In het arme zuiden zijn driemaal meer meisjes dan jongens met hiv besmet. Maar een betere opleiding is een begin. Een ander positief signaal is de parlementaire vertegenwoordiging. In Rwanda is de helft van het parlement een vrouw. Op plaatsen waar je het niet meteen zou verwachten wordt er vooruitgang geboekt. Alleen ben ik bang dat als de mondiale crisis nog lang duurt, de impact op de levens- en werkomstandigheden van vrouwen en meisjes dramatisch zal zijn. In China worden er per 100 meisjes 119 jongens geboren. In India zie je hetzelfde fenomeen. Op termijn leidt zoiets tot wanverhoudingen. Geslachtsselectieve abortus is ironisch genoeg vooral een zaak van de middenklasse die toegang heeft tot technologie zoals echografieën. India is een interessant land omdat de wetgeving die vrouwen moet beschermen er wel bestaat. De regering voert ook campagne om vaders ertoe aan te zetten hun dochters bij de geboorte te registreren en ze naar school te sturen. Alleen hebben de tradities er een taai leven. Zo werkt ook het conditional cash transfer-programma van de Wereldbank. In Mexico bijvoorbeeld krijgen moeders financiële bijstand of voedselpakketten als ze hun dochter tot haar achttiende naar school laten gaan, een systeem dat schijnt te werken. Op die manier creëer je geen ongelijkheid tussen gesponsorde en niet-gesponsorde kinderen. Het is ook niet de bedoeling van de Because I'm a girl-campagne dat jongens benadeeld zouden worden. Zij lijden ook onder de crisis, maar anders. Toen ik aan het rapport werkte, was ik verbaasd dat er zo weinig specifieke gegevens bestonden over de situaties van jongens en meisjes. Die afzonderlijke cijfers zijn nodig om het beleid doeltreffend te kunnen aanpassen. Je moet bij de hulpverlening ook rekening houden met plaatselijke culturele gevoeligheden. Ik heb in vier Afrikaanse landen gewerkt rond het genderthema's. Bleek dat die minder belangrijk waren binnen het gezin, maar des te meer in de buitenwereld. Mannen hadden het er heel moeilijk mee als vrouwen bevoordeeld werden. Het is een prioriteit om het evenwicht te bewaren en duidelijk te maken dat een hele gemeenschap er beter van wordt als meisjes een goede opleiding krijgen. Dat lukt het best als je lokale hulpverleners inschakelt. Door Linda Asselbergs"Investeren in meisjes is niet alleen rechtvaardig, maar ook verstandig." (Robert Zoellick, Wereldbank)