Het is moeilijk om Wouter te geloven als hij zegt dat hij geen risico's neemt, terwijl hij boven op een muur staat, klaar om naar een andere muur te springen. Maar hij overtuigt.
...

Het is moeilijk om Wouter te geloven als hij zegt dat hij geen risico's neemt, terwijl hij boven op een muur staat, klaar om naar een andere muur te springen. Maar hij overtuigt. De mentale voorbereiding die zijn sprong voorafgaat doet denken aan die van een topsporter. Ogen op het doel, een lijf dat elke spier opspant en handen die zich even losschudden van de rest. Een paar seconden, langer duurt het niet. Dan is er die sprong. Van de ene muur naar de andere. Op een muur. Over een muur. Bescherming draagt hij niet, dat zou hem beperken in zijn bewegingen. Als hij valt, is het op zijn eigen gestel. Overmoed doet dus pijn. "Elke sport is gevaarlijk als je niet weet wat je wel of niet kunt. Zelf zal ik nooit springen als ik nog maar het kleinste vermoeden heb dat ik het niet zal halen. Teleurgesteld ben ik dan niet, gemotiveerd wel. Om harder te trainen en de volgende keer wel te springen. En het te halen." Volgens Wouter ziet het er gevaarlijker uit dan het is, iets wat over alles gezegd kan worden eenmaal je het beheerst. Hij komt heel verstandig over, beheerst ook. Zeker van zijn stuk en voldoende geruststellend ten opzichte van zijn ongeruste ouders. "Ik denk dat ik heel goed mijn grenzen ken en die ook niet overschrijd. Natuurlijk kregen mijn ouders schrik toen ze voor het eerst een freerunningfilmpje zagen op YouTube. Het is voor hen iets helemaal anders dan tumbling, terwijl er eigenlijk niet veel verschil is." Dat de ondergrond geen turnmat is maar uit straatstenen en beton bestaat, en dat vallen dan meer pijn doet, neemt hij er met plezier bij. "De stress die ik voelde bij tumbling is weg. In de plaats daarvan zijn er kicks gekomen die ik voordien niet voelde. Er is een soort blijheid als ik een sprong goed uitvoer. Dan ben ik trots op mezelf." Het grootste verschil tussen de twee is de vrijheid. Bij tumbling was er te veel wat moest, er waren te veel regels. Er was die mat en daarop moest alles gebeuren. Zoals het hoorde. Nu is niet alleen de mat Wouters speeltuin, de hele wereld is zijn speeltuin. Alleen hij kan zichzelf daar uitdagen, niemand anders. Dat het aspect competitie weggevallen is, vindt hij niet erg. De enige van wie hij nog moet winnen, is van zichzelf.