Er is wat verloren de afgelopen weken. Patrick Janssens heeft Antwerpen verloren. Obama ging de mist in tijdens het eerste debat tegen Romney, maar werd in de tweede ronde als voorzichtige winnaar geklasseerd. Hoewel het volgens de kenners niet zo'n grote overwinning was als die eerste slag van Romney, want er zijn blijkbaar gradaties in winnen en verliezen. Sommige burgemeesters hebben gewonnen maar verliezen door politieke onderhan-delingen dan toch hun stoel. You win some, you lose some. Zo gaat het eigenlijk altijd. Waarom blijven we ve...

Er is wat verloren de afgelopen weken. Patrick Janssens heeft Antwerpen verloren. Obama ging de mist in tijdens het eerste debat tegen Romney, maar werd in de tweede ronde als voorzichtige winnaar geklasseerd. Hoewel het volgens de kenners niet zo'n grote overwinning was als die eerste slag van Romney, want er zijn blijkbaar gradaties in winnen en verliezen. Sommige burgemeesters hebben gewonnen maar verliezen door politieke onderhan-delingen dan toch hun stoel. You win some, you lose some. Zo gaat het eigenlijk altijd. Waarom blijven we verliezen dan zo verschrikkelijk vinden ? TV, zeg ik. Maar dat zeg ik eigenlijk altijd. Het is de schuld van die verschrikkelijke spelprogramma's en realityshows waarin alles tot een competitie wordt herleid. Zingen, koken, trouwen. Het draait altijd om eindigen op nummer één. Als de spelletjeskandidaat vroeger nog steevast tegen de quizmaster zei : "Het is maar een spel hé, Walter", dan is dat nu een testosterongeladen discours vol prestatiedrang : "Ik ga er volledig voor, ik denk dat ik beter ben dan de anderen en ik heb alle kwaliteiten om te winnen." Meestal zie je die winnaars nooit nog terug en ik heb er geen idee van of ze hun trofee ook echt kunnen verzilveren, maar de glans van goud is altijd oogverblindend. Mijn opvoeding gebeurde nog onder het motto : 'Deelnemen is belangrijker dan winnen'. En ik werd voorbereid op jaren vol teleurstelling met aanmoedigingen als : "Je kunt niet alles hebben in het leven." Het is nooit in mij opgekomen om te vragen waarom niet, het was blijkbaar gewoon zo. Winnen werd in mijn familie niet beloond. Het was belangrijker om een gracieuze verliezer te zijn, want dat was toch wat me een leven lang te wachten zou staan. Misschien daarom dat verliezers me meer fascineren dan winnaars. Numero's uno zijn borstkloppers, lijken oppervlakkig en eendimensionaal. Volgens psychologen zijn het vaak heel onaan- gename mensen, psychopaten zelfs. Verlies is zoveel subtieler en gelaagder. Bekijk de foto's van de Japanse minister van Buitenlandse Zaken, Mamoru Shigemitsu, en generaal Yoshijiro Umezu terwijl ze op het slagschip USS Missouri de Japanse overgave tekenen. Ik kan me voorstellen wat de Amerikaanse generaal MacArthur voelde. Maar wat er achter de onbeweeglijke gezichten van de Japanners gebeurt, lijkt me interessanter. Nog populairder zijn de zogezegde losers die winners worden : het Paul Potts- en Susan Boylefenomeen. Of de geboren winnaars, die in het leven zo veel verliezen lijden : de Kennedy's, de Onassisclan... Ondertussen leef ik verder volgens het familiemotto en oefen ik elke dag in het verliezen : sleutels, paraplu's, soms een vriend, af en toe mijn zin voor humor. Nooit kilo's. Dan zou ik weer winnen. lene.kemps@knack.beLene KempsZingen, koken, trouwen. Het draait tegenwoordig op tv altijd om eindigen op nummer één