De Athener Diodotus wordt in de klassieke literatuur maar één keer vermeld : in Thucydides' Peloponnesische Oorlog. Toch worden zijn woorden, en die van zijn tegenspeler Cleon, door classici geregeld aangehaald als er heftig wordt gedebatteerd over de waarde van de doodstraf of de zin van vergeldingsaanvallen. In de loop van de eeuwen zijn er namelijk geen of weinig nieuwe argumenten pro of contra toegevoegd aan een discussie die zowat drieduizend jaar geleden plaatsvond.
...

De Athener Diodotus wordt in de klassieke literatuur maar één keer vermeld : in Thucydides' Peloponnesische Oorlog. Toch worden zijn woorden, en die van zijn tegenspeler Cleon, door classici geregeld aangehaald als er heftig wordt gedebatteerd over de waarde van de doodstraf of de zin van vergeldingsaanvallen. In de loop van de eeuwen zijn er namelijk geen of weinig nieuwe argumenten pro of contra toegevoegd aan een discussie die zowat drieduizend jaar geleden plaatsvond. Thucydides vat het debat over de bestraffing van de Mytileners, die in opstand kwamen tegen Athene en aansluiting zochten bij aartsrivaal Sparta, samen in twee redevoeringen. Cleon pleit voor de doodstraf, omdat het in de toekomst soortgelijke avonturen zou afschrikken. Diodotus argumenteert dat de staat beter gediend is met clementie, aangezien de doodstraf nog nooit zware misdrijven heeft belet of opstanden heeft afgeschrikt. Uiteindelijk wint Diodotus met een kleine meerderheid. Over de actualiteit van de klassieken gesproken. De geschiedschrijving van Thycydides leert ons twee dingen : dat een samenleving niet echt kan weten waar ze heen gaat als ze niet eens weet waar ze vandaan komt. En dat de retoriek, de kunst van het spreken, ook in onze moderne samenleving niet aan kracht moet inboeten. Een bekwaam redenaar wint vandaag presidentiële verkiezingen, ook al is hij zwart. "Retoriek ligt aan de basis van de democratie", verklaart Luc van der Stockt, hoogleraar Klassieke Studies aan de Katholieke Universiteit Leuven en hoofdredacteur van Kleio, een tijdschrift voor oude talen en antieke cultuur. "Het is de kunst van het spreken tot anderen, zonder dat men beweert de absolute waarheid in pacht te hebben. Je vertrekt van het idee dat je dezelfde zaak vanuit verschillende standpunten kan benaderen. Iedereen heeft recht van spreken. En tegenspreken. Retoriek impliceert dat je leert nadenken, dat je leert omgaan met taal. Net daarom is de retoriek ook in het onderwijs zo belangrijk." Dat brengt ons bij de centrale vraag : wat is de zin van klassieke talen in het onderwijs ? Het biedt geen kant-en-klare toekomstperspectieven. Het leert je niet om de weg te vragen in een vreemd land. En het is allerminst de gemakkelijkste manier om het secundair onderwijs door te komen. Wat zijn we er dan mee ? Of is dat de vraag van een moderne pragmaticus ? Het nut van wiskunde en wetenschap wordt, bijvoorbeeld, nooit betwist, ook al zijn beide disciplines een erfenis van de oude Grieken. Aristoteles noemde wetenschap "de drang naar kennis om het weten zelf, en niet om één of ander nut." De vraag naar het nut van klassieke talen is dus intrinsiek dezelfde als die naar het nut van wetenschap. "De kritiek dat het de studie van het verleden en niet de toekomst is, leeft al sinds de Oudheid", zegt van der Stockt. "In de vijfde eeuw voor Christus stelden de sofisten een curriculum samen dat wij kennen als de humaniora, met ruimte voor wiskunde maar ook retorica. Dat programma kon toen al op kritiek rekenen, met name van Plato. Klassieke talen zijn inderdaad de studie van het verleden, maar we verheffen het verleden niet tot norm. Integendeel, het vormt kritische mensen die in staat zijn om vanuit traditie vernieuwing te brengen. Om die traditie te doorgronden moeten we teruggaan naar de grondvesten van onze West-Europese samenleving : de Griekse en Romeinse oudheid. Jonge mensen hebben ruimte nodig om te verkennen, om belangeloos te kijken naar de wereld en te zoeken naar de plaats die men in de samenleving kan innemen. We moeten er ons voor hoeden onze jeugd exclusief te vormen tot functionele radertjes in een economisch bestel." Dat onze West-Europese samenleving haar wortels heeft in de klassieke oudheid is geen holle uitspraak. Onze denkpatronen, ons rechtssysteem, onze wetenschap én onze taal zijn mede gevormd in die beschavingen. Je moet iets van Vergilius weten om Dante te lezen. Je moet beginnen bij de Antigone van Sophocles, voor je aan die van Jean Cocteau of Anouilh begint. En toen Picasso de hele westerse traditie wilde omvergooien, schilderde hij de Minotaurus. Ook duizenden Griekse en Latijnse woorden zitten vandaag verscholen in de Europese talen. Zonder de Grieken kenden we geen astronomie ( astron : ster en nomos : wetmatigheid) en democratie ( dèmos : volk en krateo : macht hebben). Zonder de Griekse mythologie spraken we niet over een achilleshiel hebben, een tantaluskwelling ondergaan of de doos van Pandora openen. Hoe dood is een taal die we dagelijks gebruiken ? "Het klinkt misschien een beetje vreemd, maar ik houd eraan om Grieks en Latijn dode talen te noemen. Het zijn namelijk talen die niet meer gesproken worden, wat betekent dat we er minder vlot mee omgaan dan het Engels, bijvoorbeeld. Dat betekent ook dat we met meer verwondering en afstand naar het Latijn en Grieks kijken. En dat is juist goed. Zo worden we bewust van een taal en ontwikkelen we taalgevoel", aldus van der Stockt. "Natuurlijk is ook de lijst met woorden ontleend uit het Latijn of Grieks eindeloos lang. Dat is mooi meegenomen voor wie de termen kent, maar ik denk dat er andere, grotere voordelen zijn aan het bestuderen van de klassieke talen. Bijvoorbeeld, wij kennen het woord liefde. In het Grieks zijn daar drie woorden voor : eros, philia en agapè. Als je goed observeert, leer je gaandeweg de fijne betekenisschakeringen tussen die woorden kennen. Je ontwikkelt ook zin voor abstract denken, iets waar we ons niet altijd bewust van zijn. In tegenstelling tot de Romeinen kenden de Grieken wel het bepaald lidwoord, voor ons de normaalste zaak van de wereld, maar wel één met grote gevolgen. Je kunt namelijk spreken over 'het goede' en 'het zijn'. Dat wil zeggen dat je in staat bent om abstract te denken, om te filosoferen. Alweer een geschenk van de Grieken. Goethe zei het al : 'we zijn allen Grieken'." De klassieke talen bevinden zich vandaag in een merkwaardige paradox. De belangstelling voor de Oudheid was nog nooit zo algemeen verspreid. Het aantal (verkochte) vertalingen van klassieke auteurs neemt toe. Tv-series als Rome en Hollywood-spektakels als Troy, Gladiator en King of Persia wakkeren de belangstelling aan. En dankzij de tovenarij van Harry Potter, is het Latijn ook erg populair bij jonge kinderen. Twee boeken werden al vertaald naar het Latijn : Harrius Potter et Philosophi Lapis en Harrius Potter et Camera Secretorum. Ook niet te vergeten : de trilogie God of War, een reeks videogames over een Spartaanse krijger die het opneemt tegen de goden van Olympus, goed voor meer dan één miljoen verkochte exemplaren in de eerste week. En dan zijn er natuurlijk ook de inspanningen van enkelingen : Bart De Wever begon zijn speech na de verkiezing van 7 juni 2009 met de woorden "Constantia et labore", of volharding en inzet. Een jaar later had de nieuwe Vlaamse 'halfgod' het over " nil volentibus arduum". Niets is onmogelijk voor hen die willen. De dode taal leeft trouwens niet alleen in het hoofd van de informateur. In Schola Nova, een privéschool in het Waals-Brabantse Incourt, op 25 kilometer van Leuven, wordt sinds vijftien jaar in het Latijn onderwezen. Zo'n 65 leerlingen, de helft gewoon kinderen uit de buurt, rekenen, lezen en debatteren er moeiteloos in het Latijn. " Linga latina non est difficilis", vinden ze. De optimistische revivalkreten worden echter overstemd door de bedreigde positie van het Latijn en Grieks in het secundair onderwijs. Vorig jaar suggereerde de commissie Monard voor de vernieuwing van het onderwijs om het aantal uren Grieks en Latijn terug te dringen en pas in het derde jaar te starten met de studie van klassieke talen. De cijfers liegen er niet om : sinds een aantal jaar gaat de leerlingenpopulatie klassieke talen achteruit. Het aantal leerlingen dat Latijn volgt, vermindert vooral na de tweede graad. In het vijfde jaar zijn dat er ongeveer twee- tot drieduizend minder dan in het vierde jaar. Dat is een verlies van zowat een derde van de leerlingen Latijn. Voor Grieks zijn de leerlingenaantallen veel constanter : wie in de tweede graad in een richting met Grieks zit, doet dat bijna altijd voort in de derde graad. Betekent dit het einde van de klassieke talen in het secundair onderwijs ? Joeri Facq, woordvoerder van Vlot, de Vereniging voor Leerkrachten Oude Talen, en auteur van verscheidene handboeken Latijn en Grieks, vindt het alvast geen goede zaak. "Dat de minister gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen wil garanderen, is een nobel streven. Dat doe je echter niet door in de eerste graad een soort 'eenheidsworst' in te voeren die voor alle leerlingen gelijk is. Op die manier ontneem je de intellectueel sterkere leerlingen de uitdaging die ze nodig hebben en de kans om zich ten volle te ontplooien. Ook voor de vakken Latijn en Grieks zelf is een reductie van de lestijd niet opportuun. Een moeilijkheid waarmee we nu al te kampen hebben, is de beperkte grammaticale kennis van de leerlingen. Hun kennis van woordsoorten en zinsdelen is gereduceerd tot nagenoeg nul. Met nog minder lesuren zullen leerlingen onze einddoelstelling - zelfstandig een Latijnse of Griekse tekst kunnen begrijpen - waarschijnlijk niet meer kunnen bereiken." Door Ellen De Wolf - Illustratie karolien vanderstappen"Retoriek, of de kunst van het spreken zonder de waarheid in pacht te hebben, ligt aan de basis van de democratie. Net daarom is de retoriek ook in het onderwijs zo belangrijk."