P iet Teigeler heeft het best naar zijn zin. De 63-jarige crime-writer leunt lui achterover, neemt een slok van de Penedés-wijn en glimlacht. Op het terras van zijn villa op een boogscheut van Alicante praten we over Carpentier en Dewit en kijken we terug op zijn eigen, boeiend verleden.
...

P iet Teigeler heeft het best naar zijn zin. De 63-jarige crime-writer leunt lui achterover, neemt een slok van de Penedés-wijn en glimlacht. Op het terras van zijn villa op een boogscheut van Alicante praten we over Carpentier en Dewit en kijken we terug op zijn eigen, boeiend verleden. "Toen ik vijftien was, wilde ik journalist worden, maar afgezien van een gestrande poging op mijn achttiende, is dat mislukt. Maar omdat afgestudeerden toen geen stempelgeld kregen, ging ik in afwachting van mijn legerdienst bij de Maritime (CMB) werken. Tot ik op een middag in mijn kamertje dacht: is dit wat ik voor de rest van mijn leven wil doen?" Teigeler verliet op staande voet zijn kantoor en liet zijn baan in de steek. "Het heeft me de broek van mijn gat gekost. Daarna volgde een woelige tijd waarin mijn huwelijk op de klippen liep en ik in het milieu van de Muze in Antwerpen terechtkwam. Dat was een prachtige tijd, ik herinner me vooral de solidariteit van de mensen die daar rondhingen. Als barman kwam ik ook met de meest verschillende types in contact, onder wie nogal wat journalisten." Teigeler trad kort daarna in dienst bij De Nieuwe Gazet, eerst als vertaler en later als avondmedewerker. Hij grijnst bij de herinnering. "Zo'n avondmedewerker bewerkte stukjes telex, kortte teksten in en bereidde de ochtendeditie voor. Daarvoor kreeg je 60 frank per uur, op zondag 75 frank. Dat was bitter weinig voor een man van dertig met een kind, eigenlijk kon je daar niet van leven.Teigeler vormde een team met fotograaf Roger Dijckmans en werkte freelance, al viel de kennismaking niet echt mee. "Onze eerste reportage betrof de Moord van Nijlen, waarvan de vrouw van professor Van Isacker het slachtoffer was. Onze reportage werd prompt geweigerd wegens 'te wreed'. In die tijd kwamen de verschrikkelijke details van een lustmoord niet in de pers. Maar daarna werkten we achtereenvolgens voor De Post en Panorama, waarvan ik van 1973 tot 1980 hoofdredacteur was." De volgende vijftien jaar organiseerde Piet Teigeler samen met zijn vrouw Jackie een workshop journalistiek, maakte concepten voor tijdschriften, monteerde bedrijfsbladen en verzorgde het Belgische katern voor Avenue, Cosmopolitan en Ouders van Nu. "Journalistiek is een van de minst vervelende manieren om je brood te verdienen. Ik kwam ooit in een frietfabriek, waar vrouwen de hele dag de ogen uit aardappelen moesten steken. Dan weet je het wel." Zes jaar geleden bouwde Teigeler zijn journalistiek werk af en begon misdaadromans te schrijven. Inmiddels zijn er zes gepubliceerd, en niet zonder succes."Ik wilde allang fictie schrijven, vooral misdaadverhalen. Ik werkte ooit samen met Eddy Vanhee aan twee spionageboekjes die bij Zwarte Beertjes werden gepubliceerd. Maar we hielden daaraan geen cent over, integendeel. Eigenlijk is mijn droom een kwarteeuw uitgesteld. Ik begon echt te lezen op mijn tiende verjaardag, toen ik van mijn vader De drie musketiers cadeau kreeg. Sindsdien ben ik blijven lezen, drie boeken per week. Ook crime, eerst Simenon en later de Britten, en ik moet toegeven dat het mij beviel. Goede 20ste-eeuwse crime-writers schrijven eigentijds, voeren gewone mensen op en hanteren spreektaal. De meeste literatuur is verwrongen en artificieel, en heeft doorgaans iets van een biecht, terwijl ik mijn privé-leven liever voor mezelf houd. Louis Paul Boon vind ik ongelooflijk knap, maar dat is ver van mijn bed. Streuvels is perfect, maar ik ken niet eens het verschil tussen een korenaar en een bloempot. In Nederland zie je Maarten 't Hart op zijn klompen langs de sloot naar de zondagsschool lopen. Geef mij maar het werk van Chris Rippen, een Nederlandse misdaadschrijver die schrijft over een moord in een reclamebureau in hedendaags Amsterdam. Dan kan ik tenminste de emoties volgen. Als dat niet het geval is, dan blijft er alleen nog dat 'kijk eens hoe mooi ik kan schrijven' over. Dat vind ik niet genoeg. Van Simenon snap ik bij god niet meer wat ik er vroeger zo geweldig aan vond. Van Janwillem van de Wetering vind ik nog altijd dat hij in het begin echte misdaadromans schreef, rustig voortkabbelende verhalen in een herkenbaar milieu. Hij was ook de eerste in het Nederlandstalig gebied die een relaxte manier van schrijven hanteerde én die zijn politiemensen deed twijfelen. Dat is bij Simenon absoluut ondenkbaar: Maigret is de arm van de wet. Intussen zijn we vijfentwintig jaar verder en hebben wij ook onze onschuld verloren, en dat was het begin van een bewustzijnsverandering. We kwamen tot de vaststelling dat we niet noodzakelijk de cowboys met de witte hoed zijn, zoals we altijd van onszelf dachten. En dat speelt bij mijn personages. Ik probeer bijvoorbeeld weer te geven dat ook misdadigers geen wit-zwartfiguren zijn die 's nachts gemaskerd langs de straten lopen. Het zijn gewone mensen van deze tijd." Sinds zijn eerste boek voert Teigeler het duo Carpentier en Dewit op. Waarom twee hoofdfiguren? "Dewit is wat in de film ein Sprechhund wordt genoemd: hij moet ofwel een monologue intérieur voeren, ofwel tegen iemand praten. Het feit dat hij een Nederlander is, maakt het voor mij makkelijker om een Amsterdams jargon te gebruiken. Ik heb de grootste moeite met de Vlaamse spreektaal, met dat zware 'gij zoudt'. Voor zijn personage probeer ik mij te herinneren hoe ik reageerde op zijn leeftijd. Mijn herinneringen zijn die van hem. Mijn theorie is dat alles wat je bedenkt, autobiografisch is. Je hoeft het niet allemaal zelf beleefd te hebben, je kunt het ook hebben van horen zeggen, van lezen of van zien. En mijn journalistieke periode heeft voor een enorm reservoir gezorgd, dat uit ontelbare verhalen en beelden bestaat. Daar vis ik heel veel uit op, want een misdaadverhaal moet geloofwaardig blijven. En ik hou ervan om de verhalen op te bouwen rondom echte gebeurtenissen, al kan het vertrekpunt om het even wat zijn. Voor Drie Dode Meesters was dat een opmerking van Jackie over een lijk met het hoofd in een frituurketel dat op het Rode Plein wordt aangetroffen. Dat beeld had ze verzonnen, maar daarover begon ik achtergrondmateriaal te verzamelen: over het Rode Plein, de Russische maffia. Dat werd dan mijn allereerste internetexploratie, en het verbaasde mij wat je allemaal op het net vindt. Ik begon te beseffen dat we, voor het eerst sinds het verdwijnen van de Bibliotheek van Alexandrië, weer een soort bibliotheek hebben waarin alle wetenschap en kennis van alle beschaafde landen is samengebracht. En met een vingerknip kan je erbij. Voor De Zwarte Dood ontstond de plot uit een nieuwsberichtje over de machtsovername van Kabila en de komst van die jongens met hun aktetassen, die over het monopolie van de handel in grondstoffen kwamen onderhandelen." Zou Teigeler ook een reportage in boekvorm kunnen schrijven?"Ik vind het leuker om een roman te schrijven. Tenslotte ben ik de zestig voorbij, en zit ik hier zo lekker op mijn Spaans terras. In de journalistiek heb ik altijd de lotgevallen van de kleine mensen gemist, en die kan ik nu zelf tot leven brengen. Ze komen natuurlijk ook uit dat grote reservoir, maar in mijn personages zitten componenten van misschien wel twintig bestaande mensen. Ja, als schrijver speel je een beetje god. ( nadenkend, aarzelend) Maar toch niet helemaal, de karakters gaan een eigen leven leiden. Ik schrijf natuurlijk eerst een soort structuur uit, maar daarnaast laat ik behoorlijk wat ruimte, ook al omdat zoiets nu eenmaal in mijn karakter ligt. En het geeft me ook de mogelijkheid om mijn karakters de dingen te laten doen die ze toch moeten doen. 't Is heel maf, maar als schrijver heb je nauwelijks invloed op hun doen en laten. Ook de achtergrond speelt een rol. In De Zwarte Dood was dat vooral de Tweede Wereldoorlog. Terwijl je je daarin verdiept, ontdek je dingen die niet algemeen bekend zijn en toch een geweldige invloed hebben gehad. Dat is een deel van het plezier. Mijn eerste boek, Een dode op Sint-Anneke, was als een misdaadroman bedoeld. Dat stond er ook expliciet op vermeld, want het is precies wat ik bedoel. Maar in de praktijk wordt het altijd weer als 'thriller' beoordeeld, omdat men het verschijnsel 'misdaadroman' niet meer kent. Daardoor begin je je aan de regels van een thriller te houden, en kom je terecht in een genre dat praktisch 100 procent Angelsaksisch is, en waarvan de grote successen in de Vlaamse boekhandels ook vertalingen van Angelsaksisch werk zijn." We eten olijven en kaas, we drinken wijn. Teigeler werkt alweer aan een nieuw ("een beter") boek, en hij geniet van zijn Spaanse leven."Een goed misdaadverhaal moet vooral vlot lezen, en de karakters moeten geloofwaardig zijn. Ik heb bezwaren tegen een politiecommissaris die een eminent kunstkenner is en ook nog de hoogste graad haalde in karate. Zo zijn die mensen namelijk niet. Een politieman is gewoon een ambtenaar die ondankbaar werk doet. Een misdaadverhaal moet spannend blijven, en het mag vooral niet eindigen met een deus ex machina; zoals in die Britse roman waarin op het einde blijkt dat de moordenares de slachtoffers hypnotiseerde, zodat ze zichzelf ombrachten. Daar gruwel ik van, dat is goed voor de Sinksenfoor. Geef mij maar de romans van Elmore Leonard en, in een totaal ander genre, die van Robert Parker. Of klassiekers zoals die van Raymond Chandler, hoewel die nu al erg gedateerd zijn. Ik lees ze nu met andere ogen omdat ik vooral Humphrey Bogart en Lauren Bacall voor me zie. Dat is eigenlijk jammer. Toen ik die boeken als veertienjarige voor het eerst las, bestonden die films nog niet, en dan kon je zelf beslissen hoe die figuren eruitzagen. Met Simenon had ik dat ook - maar Maigret is nu door vrijwel iedereen geportretteerd. Door Bruno Cremer op tv en door Jean Gabin in de film, en die zien er anders uit dan mijn eigenste Maigret. Jammer, toch? Maar Humphrey Bogart en Lauren Bacall hebben die rollen zo prachtig vertolkt, dat ik moet toegeven dat die films nog beter zijn dan de boeken." TEKST EN FOTO PIERRE DARGE