In plaats van er een tweede verblijf op na te houden aan zee, verkiest Annick Poodts een pied-à-terre in Brussel. Ze heeft een modezaak in Knokke en spendeert dus al de meeste tijd aan de kust. Als ze even tijd heeft, vertoeft ze in Brussel. Haar flat ligt in een van de leuke buurten, aan het Georges Brugmannplein in Elsene. Daar gooien de meeste Eurocraten hun anker uit, er hangt dus een internationale sfeer en je vindt er interieurzaken en eethuizen bij de vleet.
...

In plaats van er een tweede verblijf op na te houden aan zee, verkiest Annick Poodts een pied-à-terre in Brussel. Ze heeft een modezaak in Knokke en spendeert dus al de meeste tijd aan de kust. Als ze even tijd heeft, vertoeft ze in Brussel. Haar flat ligt in een van de leuke buurten, aan het Georges Brugmannplein in Elsene. Daar gooien de meeste Eurocraten hun anker uit, er hangt dus een internationale sfeer en je vindt er interieurzaken en eethuizen bij de vleet. Kortom, in Brussel kan ze genieten van de charme en het aanbod van de grote stad. "Ik hou trouwens van wat afwisseling," vertrouwt ze ons toe, "niet alleen qua omgeving, maar ook qua stijl. In Knokke ziet mijn flat er een stuk klassieker en warmer uit, mijn Brusselse ankerplaats is uitgesproken hedendaags opgevat." Dit past dan weer beter bij de stijl van haar kledingcollectie. In haar Seven (Strandstraat 7) toont ze onder meer de collecties van Marc Jacobs, Vanessa Bruno, Paul & Joe, Les Prairies de Paris en Isabelle Marant. "Ik vind dat sommige mensen te serieus omspringen met zowel de stijl van hun kleding als die van hun interieur. Je mag best eens wat veranderen van look, afhankelijk van de plaats en situatie. Als je een tweede woonst hebt, dan hoeft die niet identiek te zijn gestoffeerd", stelt Annick Poodts duidelijk. Haar Brusselse flat is apart van stijl, door de combinatie van een vrij klassieke architectuur met moderne design. De flat stamt uit 1930 en werd uitgevoerd in een classicistische art-decostijl. "Het is maar goed dat het geen uitgesproken art deco is, want die stijl is te dominant, er zou hier een andere sfeer hangen", merkt ze ook op. Voor de aankleding en het bijeenzoeken van de collectie vintage design deed ze een beroep op Bea Mombaers, die in Knokke de interieurzaak Items runt. Bea verwierf naam en faam met haar decoratietalent. Ze heeft een goede neus voor hedendaagse interieurtrends en richt woningen in met uitgelezen vintage. Ze koestert zelf een voorkeur voor Scandinavisch design. Maar ze heeft niet alleen oog voor design, ze volgt bijvoorbeeld ook de markt van de hedendaagse kunst en toont veel belangstelling voor moderne architectuur. Dat merk je aan haar meubelcollectie die vrij architectonisch is van inspiratie. Bij haar zie je geen objecten en meubelen van bijvoorbeeld de flamboyante Ettore Sottsass, maar wel van de ingetogen Arne Vadder en Poul Kjaerholm. Ze houdt dus van strengere designers. Dat neemt niet weg dat dit interieur wordt opgefleurd door speelse details. Zo koos Bea bijvoorbeeld voor een Pilastrobureau uit de late jaren vijftig. De Nederlandse meubelfabrikant Pilastro produceerde, net als zijn concurrent Tomado, metalen rekken met kleurrijke plankjes. Het model dat je hier ziet, heeft ook een bredere plank die als bureau dienst doet. Dit wandmeubel werd ontworpen door Tjerk Reijenga, die samen met Coen De Vries de belangrijkste designer was van Pilastro. Dit soort metalen meubilair uit de jaren vijftig en zestig is momenteel nogal in trek. Het werd destijds goedkoop geproduceerd, maar blijft mooi van lijn en hyperfunctioneel. Een beetje zoals de meubelen van de vermaarde Franse ontwerpers Jean Prouvé en Mathieu Matégot, die ook graag met dergelijk metaal werkten. Dit materiaal zorgt voor een ietwat informele knipoog. In de keuken hangt de tafel eveneens op aan de wand en trekken weer andere details de aandacht, zoals de zwarte Uten. Silo van Dorothee Becker (de vrouw van Ingo Mauer). Ook een leuke eyecatcher. Van lang niet alle designobjecten is het merk of de naam bekend. "Nu en dan ontdek je ook mooie objecten die nooit een naam hebben gedragen", verduidelijkt Bea Mombaers. "Anoniem design is misschien als verzamelobject iets minder waardevol, maar het kan net zo mooi zijn." Door Piet Swimberghe Foto's Jan Verlinde