Het plaatje klopt. De maan verlicht de oprijlaan van het kasteeldomein van Boisbuchet in Poitou-Charentes. Een half uur later zitten we aan het kampvuur. Een Amerikaan heeft zijn iPod met draagbare boxen mee en speelt Nancy Sinatra en Lee Hazelwood, The Carpenters en Abba. Een Belg en een Griek geven commentaar op die songs, een Spanjaard zingt mee, een Fransman vraagt of iemand nog wat wijn wil. De zomerse designworkshops hebben een kampsfeertje. Maar dat alleen kan de populariteit ervan toch niet verklaren ?
...

Het plaatje klopt. De maan verlicht de oprijlaan van het kasteeldomein van Boisbuchet in Poitou-Charentes. Een half uur later zitten we aan het kampvuur. Een Amerikaan heeft zijn iPod met draagbare boxen mee en speelt Nancy Sinatra en Lee Hazelwood, The Carpenters en Abba. Een Belg en een Griek geven commentaar op die songs, een Spanjaard zingt mee, een Fransman vraagt of iemand nog wat wijn wil. De zomerse designworkshops hebben een kampsfeertje. Maar dat alleen kan de populariteit ervan toch niet verklaren ? " It's fun, but it's serious fun", verzekert Paul Haigh ons de volgende ochtend. De Britse architect is de begeleider van de glasworkshop. Streng en kordaat stuurt hij zijn studenten bij : "Opletten als je bij de glasoven staat. Zet je veiligheidsbril op. Nu staat er een glasblazer tot je beschikking, dus concentreren graag." Hij bekijkt hun schetsen kritisch een begeleidt de experimenten. Het gaat er professioneel aan toe. "We maken in een razend tempo prototypes, een tempo dat je alleen nooit kunt halen", zegt een deelnemer. Iedereen weet het : bijleren is belangrijker in Boisbuchet dan met een afgewerkt product naar huis keren. Maar toch. Het is niet evident om een materiaal in een paar dagen te leren begrijpen, het te beheersen en er nieuwe toepassingen voor te bedenken. Bovendien zijn sommige ontwerpers behoorlijk onhandig. Niet iedereen is het gewoon om zelf de handen uit de mouwen te steken. Toch is een naïeve blik soms goed. De meester-glasblazers van het Corning Museum of Glass uit New York, de uitvoerders van de ideeën, zaten die ochtend over hun kom muesli gebogen : "Het is niet helemaal onmogelijk wat de Spanjaard vraagt. Als we het nu eens proberen door het zo aan te pakken dat...." Een half uur technisch overleg volgt. Niet alleen de jongeren leren bij, ook de meesters. Misschien is dat wel de reden waarom zowat de belangrijkste ontwerpers en architecten van de laatste decennia er workshops begeleid hebben ? Jaime Hayon, Ron Arad, de Bouroullec- en de Campana- broers, Tom Dixon, Jasper Morrison, Marcel Wanders zijn gepasseerd. En Shigeru Ban, Matali Crasset, James Irvine, Richard Hutten en Maarten Van Severen ook. Zij geven de deelnemers de kans om mee te gaan in hun manier van denken, ze dagen hen uit om mee te spelen en experimenteren. En dat zijn begeerde oefeningen. Studenten die geen geld hebben om de workshops te volgen (ze kosten minstens 685 euro per week) blijven soms een paar weken om te koken en poetsen. "Omdat de sfeer hier zo uniek is." Wat verderop wordt de pas gebouwde houtoven voor keramiek gevuld en aangestoken. Een paar dagen lang zal die elk kwartier gevoed moeten worden met blokken eik. De permanenties zijn verdeeld. Het is een speciale oven, met zijdeuren, want de bedoeling is om er ook met glasblazers in te werken. Het is niet het enige ongewone bouwsel in Boisbuchet : Shigeru Ban bouwde wat verder een paviljoen van karton (een techniek die hij later toepaste voor zijn kantoor in Parijs), de Zuid-Amerikaanse architect Simón Veléz tekende enkele bamboehuizen (onze slaapplaats voor twee nachten) en Japanse bouwvakkers kwamen er een origineel Japans antiek huis neerpoten. Sommige constructies zijn ontstaan uit zulke zomerse workshops van architectuur in de praktijk. In ieder geval inspireren ze de deelnemers. En sinds deze zomer ook de buitenwereld, want bezoekers kunnen rondleidingen boeken. Het molenhuisje aan de rivier doet soms dienst als café en in het kasteel lopen tentoonstellingen. De eigenaar en bezieler van dit verscholen designdomein is Alexander Von Vegesack, avonturier en stoelenverzamelaar. En directeur van het Vitra Design Museum. Hij kocht de grond 23 jaar geleden en lapte die op. Een boer zorgt voor de fruitbomen, de moestuin, de paarden en de ezels. Zijn drijfveer ? "Mensen zijn hier op het platteland en worden niet gestoord", zei hij onlangs. "Ze zijn hier ontspannen. Het helpt om in dit soort omgeving te zijn om je beter te kunnen concentreren op je werk, maar toch blijft het speels." Info : www.boisbuchet.org Door Leen Creve Foto's Wouter Van Vaerenbergh