Textiel en mode studeren was een revelatie voor mij. Daarvoor volgde ik klassieke studies, Latijn en Grieks. Maar ik was altijd al een creatieveling. Als jong knaapje was ik constant met 'mooie' dingen bezig, bloemen bijvoorbeeld. Of ik stond een hele middag te koken. Ik moest absoluut iets met mijn handen doen.
...

Textiel en mode studeren was een revelatie voor mij. Daarvoor volgde ik klassieke studies, Latijn en Grieks. Maar ik was altijd al een creatieveling. Als jong knaapje was ik constant met 'mooie' dingen bezig, bloemen bijvoorbeeld. Of ik stond een hele middag te koken. Ik moest absoluut iets met mijn handen doen. Ontwerpen was niet de eerste en enige optie. Eerst wou ik journalist of leraar worden. Daarna twijfelde ik lang tussen kok en modeontwerper. Waarom het dat laatste werd, weet ik niet. Het is gewoon zo gelopen. Mijn ouders waren niet echt gelukkig met die keuze. Hun leven draaide om voetbal, zelf waren ze belangrijke sponsors en mijn jongere broer was profspeler. Iets creatiefs doen vonden zij compleet nutteloos. Zelfs muziekschool mocht ik niet volgen. Dat ze me textiel lieten studeren, is een wonder. Ik heb weinig voeling met kleuren, zelf draag ik altijd zwart. Ik voel mij daar 'mijzelf' in. Ook mijn favoriete ontwerpers werken overwegend met zwart, Martin Margiela en Xavier Delcour bijvoorbeeld. Toen ik afstudeerde aan La Cambre, startte ik samen met Sandrine Rombaux een eigen label. We waren 'kinderen van Helmut Lang', hadden daar samen gewerkt. Sandrine: "Comment tu la trouves ?" Tony: "Quoi ?" Sandrine: "Au milieu du dos"was een erg conceptueel label. Wel succesvol, we waren de eerste Belgen die aan Colette verkochten. Na zeven seizoenen moesten we stoppen, om financiële redenen. Erg zwaar was die beslissing niet, want we besloten om samen een kindje te maken. Ons leven kreeg een volledig nieuwe wending. Ons dochtertje is nu negen, ze is het mooiste wat me ooit is overkomen. Toen Francine Pairon mij vroeg haar taak over te nemen, heb ik geen seconde getwijfeld. Als gewoon docent zei ik haar altijd : "Als je hier weggaat, wil ik uw job." Toch is lesgeven vandaag nog steeds het liefste wat ik doe. Alleen La Cambre zou niet voldoende zijn. Ik moet zelf ook creatief bezig zijn, zelf dingen maken. Dus werk ik al enkele jaren nauw samen met Annemie Verbeke. Een boeiend contact. Of mijn studenten me als een vaderfiguur zien, weet ik niet. Ik zoek ook niet naar een dergelijke relatie, het is niet mijn taak om streng te zijn en te straffen. Eigenlijk voel ik me meer hun vriend. Het geeft me een goed gevoel om hen op grond van mijn ervaring raad te kunnen geven en hen te begeleiden om hun eigen stijl te zoeken. De meeste tijd kruipt in 'netwerken' en het zoeken van sponsors. De eindshow wordt volledig door de modeafdeling en de studenten georganiseerd, de school zelf komt niet tussen. Dus is er geld nodig. Veel geld. Zakenmensen overtuigen om in iets creatiefs te investeren, is erg lastig. Voor hen zit daar weinig waarde in. Ook de regering is weinig toegeeflijk. Zeggen dat La Cambre de beste Brusselse modeschool is, is gemakkelijk, financiële steun komt blijkbaar iets moeilijker. "Neem risico's" : dat blijf ik mijn leerlingen inprenten. Als modestudent moet je vooral niet doen wat van je verwacht wordt. De meest comfortabele weg is zelden de beste. Studenten staan te veel met de voeten op de grond, hun dromen zijn flinterdun. De meesten zijn erg materialistisch, een jurk is een jurk en that's it. Wij leren hen open te zijn en alle bronnen af te tasten. Wij halen de grond onder hun voeten weg, zodat ze weer kunnen zweven. Antwerpen is geen concurrent, maar een voorbeeld. De Modeacademie heeft tweemaal zoveel ervaring als La Cambre, dat moeten we niet vergeten. We staan nu op hetzelfde niveau als zij toen zij hun twintigste verjaardag vierden. De laatste jaren zijn we enorm gegroeid. Ik hoop dat we op hetzelfde elan verder kunnen. Internationale erkenning is niet het belangrijkste. Afgestudeerden die een boeiende job vinden, dat is wat telt. Maakt niet uit wat ze doen, er zijn zoveel verschillende manieren. Het hoeft niet bij Rochas of Chanel te zijn. Tony Delcampe (39) volgde in 1999 Francine Pairon op als directeur van 'La Cambre Mode(s)', de modesectie van de Brusselse academie, en doceert er ook in het eerste jaar. In oktober viert de afdeling haar twintigste verjaardag.Door Marjolijn Vanslembrouck / Foto Guy Kokken