Langs de lange Molièrelaan, die in het begin van de twintigste eeuw werd aangelegd, staan de mooiste belle-époquewoningen van de Brusselse buitenwijken. Voor en na de Eerste Wereldoorlog werden er voornamelijk ruime herenhuizen gebouwd, sommige in een moderne stijl, maar de meeste vrij klassiek van lijn. Zoals dit pand in Ukkel, dat in de vroege jaren twintig werd opgetrokken volgens de toen nog zeer populaire classicistische bouwtrant. Het is een burgerlijke stijl die goed veroudert en zich vrij moeiteloos aanpast aan een modernere vormgeving, merken Stéphanie Laperre en D...

Langs de lange Molièrelaan, die in het begin van de twintigste eeuw werd aangelegd, staan de mooiste belle-époquewoningen van de Brusselse buitenwijken. Voor en na de Eerste Wereldoorlog werden er voornamelijk ruime herenhuizen gebouwd, sommige in een moderne stijl, maar de meeste vrij klassiek van lijn. Zoals dit pand in Ukkel, dat in de vroege jaren twintig werd opgetrokken volgens de toen nog zeer populaire classicistische bouwtrant. Het is een burgerlijke stijl die goed veroudert en zich vrij moeiteloos aanpast aan een modernere vormgeving, merken Stéphanie Laperre en Daphné Daskal op, de interieurarchitecten die dit huis onlangs opnieuw hebben heringericht. Beiden zijn een tijdlang actief geweest in het architectuurbureau van Vincent Van Duysen, die heel wat puike renovaties van oude panden op zijn naam heeft. Zo'n opknapbeurt vraagt wel een specifieke aanpak, want een dergelijk herenhuis werd ontworpen voor een gezin met huispersoneel. Bovendien heeft het meer ontvangstruimtes dan echte woonkamers. "Vooraan waren er grote salons voor de gasten. Dit ging een beetje ten koste van de eigenlijke woonruimte, die beperkter was. Dus moesten we het geheel wat opentrekken. De stijfheid van de ontvangstsalons moest eruit", aldus Stéphanie Laperre. "Bovendien was de keuken, aan de tuinkant, weinig meer dan een klein laboratorium, geen plaats waarin het leuk toeven was. Omdat we een leefkeuken wensten, en de band met het terras en de kleine tuin wilden aanhalen, hebben we de oude kookplek vervangen door een nieuwe aanbouw", legt Daphné Daskal uit. Die nieuwe plek kreeg een strakke, maar ook weer vrij klassieke lijn, die niet botst met de stijl van de woning. De werktafels zijn opgebouwd uit een bepleisterde constructie van snelbouwstenen met daarop een blad van witte Marokkaanse zelliges. Er zijn geen deuren voorzien, zodat het keukengerei zichtbaar is, wat voor een ietwat landelijker en nonchalant accent zorgt. Aan de grote tafel staan er elegante stoelen van Hans Wegner, en de mooie lampenkappen zijn van Jos Devriendt. In de vroegere ontvangstruimtes kwamen er een zit- en een eetkamer. Alle oude interieurelementen bleven bewaard, maar de vloeren werden wel afgebleekt. Omwille van de intimiteit verkozen de ontwerpers de muren donker te schilderen. In de master bedroom bleef zelfs de oude radiator bewaard. In deze blanke ruimte pronkt er een statig bed van Christian Liaigre. Ook de badkamer, met een antieke marmeren kuip uit de collectie van Dominique Desimpel, is net zo fris en strak van stijl. "Maar de vormgeving breekt nergens met de stijl van het huis, gewoon om te verhinderen dat al onze ingrepen en aanvullingen snel zouden verouderen. Met een nieuw laagje verf en wat andere meubels ziet dit interieur er over tien jaar nog even fris uit", merkt Stéphanie Laperre op. Voor meer info : www.daskal-laperre.com.Door Piet Swimberghe I Foto's Jan Verlinde