We treffen een fascinerende Dries Van Noten in Parijs, zeventien dagen voor de opening van zijn tentoonstelling in het Musée des Arts Décoratifs. Eigenlijk zou hij in Antwerpen moeten zijn, om er de laatste hand te leggen aan zijn silhouetten voor het defilé van 26 februari. Maar de opbouw in het museum loopt niet van een leien dakje. Er zijn problemen met de projectie van enkele fragmenten uit The Piano van Jane Campion en uit A Clockwork Orange van Stanley Kubrick. Hij besluit in Parijs te blijven, trouw aan zijn drang naar perfectie en totale controle. Maar erover uitweiden wil hij niet, discretie is de boodschap, alleen de frons in zijn voorhoofd verraadt enige bezorgdheid. Angst ? Neen. Dries Van Noten is een harde werker, die zich niet schuilhoudt in zijn comfortzone.
...

We treffen een fascinerende Dries Van Noten in Parijs, zeventien dagen voor de opening van zijn tentoonstelling in het Musée des Arts Décoratifs. Eigenlijk zou hij in Antwerpen moeten zijn, om er de laatste hand te leggen aan zijn silhouetten voor het defilé van 26 februari. Maar de opbouw in het museum loopt niet van een leien dakje. Er zijn problemen met de projectie van enkele fragmenten uit The Piano van Jane Campion en uit A Clockwork Orange van Stanley Kubrick. Hij besluit in Parijs te blijven, trouw aan zijn drang naar perfectie en totale controle. Maar erover uitweiden wil hij niet, discretie is de boodschap, alleen de frons in zijn voorhoofd verraadt enige bezorgdheid. Angst ? Neen. Dries Van Noten is een harde werker, die zich niet schuilhoudt in zijn comfortzone. Terwijl het museumteam een schilderij van Jean Cocteau uitpakt, zit hij op de rand van zijn stoel in het sobere salonnetje in een vleugel van de Rohan-Marsan-afdeling van het Louvre, in het museum dat hem heeft uitgenodigd om zijn 'inspiraties' te onthullen. Zelf spreekt hij in meer prozaïsche termen van "de werken die mij aanspreken en mij ertoe brengen om te maken wat ik maak". Hij geeft toe dat hij eerst toch wel "enkele maanden heeft moeten nadenken" voor hij een manier had gevonden "om het voorstel een plaats te geven". En daar zit hij nu, in dit museum, al 28 jaar in het vak en na heel wat collecties, één voor dames en één voor heren, telkens twee seizoenen. Hij die helemaal niet van retrospectieve houdt. Hij die het recht opeist kleren te ontwerpen "om in te leven", kleren "om te worden gedragen", en zeker niet om de mensen te overdonderen of om spektakelshows op te zetten. Ja, hij heeft getwijfeld, zegt hij. "Ik vroeg me af of mijn creaties wel zouden standhouden in een museum. Of het wel zinvol was." Maar uiteindelijk vond hij de juiste manier om het aan te pakken : "Ik besloot te vertrekken van mijn inspiratiebronnen" en "de oorspronkelijke kunstwerken te confronteren met mijn kleren en die uit de collectie van het museum." Zo'n twee jaar geleden opende Pamela Golbin voor hem de poorten van de hemel. De hoofdconservatrice van de hedendaagse mode- en textielcollecties van het Musée des Arts Décoratifs trakteerde hem op een rondleiding, of liever 'een plezierwandeling' door de archieven. Maar de ontwerper werd niet meteen aangesproken door wat men zou kunnen verwachten. "Wat hem boeit," aldus de conservatrice, "zijn niet de mooie dingen, maar veeleer dingen die vreemd of uitdagend zijn, een beetje afwijkend." Via een reeks ontmoetingen en gesprekken verduidelijkte de ontwerper zijn inspiratiebronnen. Sommige zijn zeer direct, zoals dat schilderij van Francis Bacon dat hij in Londen zag en dat hem zo had overweldigd dat zijn hele herfst-wintercollectie 2009-'10 erop geënt werd. Voor de rest gaat het eerder om nazinderende echo's van intieme thema's die hij steeds verder verfijnt : schoonheid, lelijkheid, het vluchtige, de jeugd, het archetype, dubbelzinnigheid, passie, extremen. Eén zaak is zeker, er zal een resonantie zijn tussen de materialen, stoffen, volumes, kleuren en prints van de ontwerper. De projectieproblemen zijn nog niet opgelost, maar het werk van Francis Bacon hangt al aan de muur. Het leidt tot een kort moment van vreugde : "Dit is al een goed begin, toch ?", zegt hij. En als hij nu eens zijn gang zou mogen gaan ? Tot en met het volledig hertekenen van het museumtraject ? Of het bijna volledig hertekenen, om zo "een ander parcours uit te stippelen en de kleren op een heel andere manier te presenteren." Zodat hij de essentie van zijn stilistisch vocabulaire zou kunnen tonen, van zijn zeer persoonlijke grammatica, van de risico's die hij neemt, zijn obsessies, zijn emoties. Dries Van Noten, de man die leeft van kicks en stress - want bij elke collectie neemt hij risico's en hij weet nooit vooraf hoe de mensen zullen reageren - geeft zich alvast bloot via de werken van anderen, subtiel en eigenzinnig. Dries Van Noten, Inspirations, in het Musée des Arts Décoratifs : van 1 maart tot 31 augustus 2014. Rue de Rivoli 107, 75001 Parijs, www.lesartsdecoratifs.fr Catalogus Lannoo, 320 pagina's, 600 afbeeldingen. DOOR ANNE-FRANÇOISE MOYSON