Als er één naam is die bij modeadepten over de lippen gaat, is het wel die van Marc Jacobs. De geboren New Yorker pendelt tussen Parijs en de Big Apple en ziet er op zijn zevenenveertigste patent uit, zeker na zijn ontwenningskuren en diëten. Verder heeft hij zijn halflange kapsel ingeruild voor een kortgeschoren kopie. Voeg daar de diamantjes in zijn oren aan toe, een gespierd lijf (dankzij twee uur fitness per dag), een rok Comme des Garçons en een dertigtal tattoos - een beer, Sponge Bob , een canapé, een regen van sterren, het rode mannetje van de chocoladepinda's die niet in de hand smelten maar in de mond - en je hebt de ontwerper ten voeten uit. Of het nu voor zichzelf is of voor Vuitton, hij doet waar hij zin in heeft.
...

Als er één naam is die bij modeadepten over de lippen gaat, is het wel die van Marc Jacobs. De geboren New Yorker pendelt tussen Parijs en de Big Apple en ziet er op zijn zevenenveertigste patent uit, zeker na zijn ontwenningskuren en diëten. Verder heeft hij zijn halflange kapsel ingeruild voor een kortgeschoren kopie. Voeg daar de diamantjes in zijn oren aan toe, een gespierd lijf (dankzij twee uur fitness per dag), een rok Comme des Garçons en een dertigtal tattoos - een beer, Sponge Bob , een canapé, een regen van sterren, het rode mannetje van de chocoladepinda's die niet in de hand smelten maar in de mond - en je hebt de ontwerper ten voeten uit. Of het nu voor zichzelf is of voor Vuitton, hij doet waar hij zin in heeft. Kortom, een flamboyante persoonlijkheid. En dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Sinds Marc Jacobs in 1998 artistiek directeur werd van de vrouwelijke prêt-à-porter van het Franse label Louis Vuitton, ging hij voluit voor de vedettenrol. Hij regisseert zijn eigen leven, komt graag en vaak in beeld en werkt voortdurend aan zijn imago, zoals Tom Ford, Karl Lagerfeld en John Galliano dat voor hem deden. Marketing van de zuiverste soort : de consument wil immers meer dan een etiket, hij wil ook een naam en een verhaal. En het werkt. De groep LVMH, eigenaar van het huis Vuitton, wrijft zich in de handen. Dankzij de Amerikaan verdubbelt de omzet iedere vijf jaar. Marc Jacobs kent zijn gelijke niet als hij mode heruitvindt of naar zijn hand zet. Het bekende monogram, het symbool bij uitstek van het modehuis, is daar een goed voorbeeld van. Jacobs heeft het opgefrist, 'gelift', gekleurd, maar nooit zonder respect. Met die ludieke en trendy aanpak scoorde hij al in 1986, net na zijn opleiding aan de Parsons School voor Design, toen hij onder eigen label uitpakte met spraakmakende imitaties van de hippie- en vichystijl. Ook in de reclamecampagnes schudt hij aan het brave imago van Louis Vuitton door bijvoorbeeld boegbeelden als Jennifer Lopez, Victoria Beckham of vriendin Madonna in te zetten. Als groot liefhebber van moderne kunst ging hij ook opnieuw een samenwerking aan met internationale artiesten. Wijlen Stephen Sprouse, Takashi Murakami en Richard Prince mochten werken op het thema van het monogram. Jun Aoki, Kumiko Inui en Peter Marino werden aangetrokken om de winkels te restylen, terwijl Jean Larivière, Annie Leibovitz, Inez Van Lamsweerde of Vinoodh Matadin de fotografie voor hun rekening namen. Maar die artistieke inbreng doet Jacobs niet zweven. Als artistiek directeur van drie labels - Louis Vuitton, Marc Jacobs en Marc by Marc Jacobs - blijft hij met de voeten op de grond en houdt voeling met wat leeft in de maatschappij. Mode is volgens hem even populair geworden als voetbal. Ze moet dus 'gedesacraliseerd' worden. "Je moet kunnen genieten zowel van een haute-couturejurk als van je Nikes. Alles hangt af van het moment en van de functie", verkondigde hij aan een journaliste van Le Monde. Die gedachtegang ligt ongetwijfeld ook aan de basis van de georganiseerde wanorde in de Marc by Marc Jacobs-boetieks, waar je zowel gadgets, boeken, accessoires als kleding vindt voor betaalbare prijzen. Het past helemaal in de tijdgeest. Niet voor niets wordt Marc Jacobs een feilloze radar genoemd als het op het detecteren van trends aankomt. Hij voelt perfect aan wat het publiek wil. Deze winter presenteerde hij zijn Parisiennes, geïnspireerd op de muzen Marie Seznec, Victoire de Castellane of Inès de la Fressange. De vrouw die hij voor 2010 creëerde, ziet eruit als een nomade in de stad. Marc Jacobs : Tijdens het creatieve proces hebben we elementen uitvergroot, een twist gegeven of anders ingekleurd. Zaken die potentieel lelijk of ordinair zouden kunnen zijn, werden geselecteerd en grappig, sexy of speels gemaakt. Zo hebben we ons geconcentreerd op een geheel van functionele kleding : parka's, jeans, uniformen en militaire referenties, windjacks, werkkleding... Allemaal looks uit het straatbeeld, kleren die dagelijks door voetgangers en globetrotters worden gedragen. Wij hebben ze geherinterpreteerd en geassembleerd, met het profiel van de newagereizigers voor ogen. Dat waren mensen die veel verschillende stijlen combineerden : punk, hip, cyber... Onze collectie bevat etnische elementen maar ook totaal andere. Ze is een mix van culturen, street-termen en Bargoens. Onder invloed van de Japanse mangastroming hebben we gewerkt met ongewone verhoudingen : een minijurk met een reusachtige pruik bijvoorbeeld. Alles draait rond perspectieven en vormen. We hebben geput uit de garderobe van jongeren : een parka, een aansluitend T-shirt, skater-shorts... Kleren die mijlenver van couture afstaan. We moesten alleen het volume opblazen. Ook in de make-up vind je die mangaelementen terug. We wilden het gezicht van de modellen een soort zonnebrandeffect geven, met wit rond de ogen en rode wangen, zodat het net poppen lijken. Voor mij zijn tassen en schoenen van dezelfde orde als kleding, make-up of kapsels. Alles is accessoire ! Het gaat op de eerste plaats om ingrediënten waarmee de ontwerper een bepaalde look creëert. Na al die seizoenen met plateauzolen en naald-hakken was het superspannend om van zoiets compleet onesthetisch als een klomp een begeerlijk fetisjobject te maken. Een echte uitdaging. Hetzelfde geldt voor de tassen. Na zoveel seizoenen van minuscule enveloptasjes, was het leuk om weer eens grote rommeltassen en marine- of sport-tassen te creëren. Tijdens de modeweken zie je modellen lopen in een heel aparte context : extreem uitdagend, sexy, vief. Maar als je de kleding bekijkt los van de catwalk, zie je iets heel anders : jasjes, ensembles in tweed, pulls in kasjmier en een reeks overhemden en blouses. Ze vormen wel degelijk een kledingcollectie. Met de show wilden we vooral het publiek doen glimlachen. Wij dachten zo : iedereen kan reële kleren voor reële vrouwen bedenken, maar dit is dé modeweek, dit is Parijs, dit is dé modehoofdstad. Het gaat om het defilé van Vuitton, dat groter moest, krachtiger ook, harder, sterker. Het gaat niet om een remedie tegen de crisis. Kleren zullen de wereld niet redden. Het enige antigif is je attitude. Mensen kunnen voor een stuk zelf beslissen of ze een slechte of een goede dag zullen hebben. In die zin denk ik dat de kleuren en de aandacht voor details tijdens de show hebben laten zien dat wij er plezier aan beleven. Ik kan de wereldeconomie niet genezen. Maar ik kan mij ontplooien in het maken van mode en de creativiteit die eraan te pas komt. Daarin kan ik mij nuttig maken. Er is niets veranderd. Stijl is iets persoonlijks. Iedereen moet zijn eigen stem, zijn eigen manier vinden om zich uit te drukken. Mode bekijk je op een podium. Stijl heeft te maken met wat je wil dragen en hoe je dat doet. Zevenhonderdduizend mensen hebben online het defilé gevolgd. Dankzij internet kunnen we nu iedereen bereiken die in mode geïnteresseerd is. De hele wereld kan deelnemen aan ons project, erover van gedachten wisselen, zonder zijn huis uit te komen. Wij creëren voor het genot van anderen. Ook al houden we ervan om nieuwe looks te bedenken, dat is geen daad van egoïsme. We willen dat mensen plezier hebben aan wat wij maken. Of je nu een stuk van Louis Vuitton kunt kopen of er alleen wilt naar kijken, dat maakt eigenlijk weinig uit. Alles wat onze zintuigen voedt, is goed. Ik ben trots dat ik kan deelnemen aan dat proces. Door Cathérine Pleeck