Als er één naam is die bij modeadepten over de lippen gaat, is het wel die van Marc Jacobs. De geboren New Yorker pendelt tussen Parijs en de Big Apple en ziet er op zijn zevenenveertigste patent uit, zeker na zijn ontwenningskuren en diëten. Verder heeft hij zijn halflange kapsel ingeruild voor een kortgeschoren kopie. Voeg daar de diamantjes in zijn oren aan toe, een gespierd lijf (dankzij twee uur fitness per dag), een rok Comme des Garçons en een dertigtal tattoos - een beer, Sponge Bob , een canapé, een regen van sterren, het rode mannetje van de chocoladepinda's die niet in de hand smelten maar in de mond - en je hebt de ontwerper ten voeten uit. Of het nu voor zichzelf is of voor Vuitton, hij doet waar hij zin in heeft.
...