Een echte puber ben ik nooit geweest. Ik heb geen rebelse periode gekend. Ik ben gewoon altijd mijn ding blijven doen. Misschien was het beter geweest om eens de teugels los te laten en mij flink te amuseren, maar dat zat gewoon niet in mij.
...

Een echte puber ben ik nooit geweest. Ik heb geen rebelse periode gekend. Ik ben gewoon altijd mijn ding blijven doen. Misschien was het beter geweest om eens de teugels los te laten en mij flink te amuseren, maar dat zat gewoon niet in mij. Dat perfectionistische heb ik van mijn vader. En ik merk dat mijn dochter van tweeënhalf ook mijn karakter heeft, terwijl haar tweelingbroer veeleer onbezonnen is. Ik hoop dat ik haar kan meegeven dat het streven naar perfectie niet verkeerd is, maar dat je altijd in je achterhoofd moet houden dat je ze wellicht nooit zult bereiken. Het streven op zich is al lovenswaardig. Het bakvisstadium ben ik dan weer niet overgeslagen : luid meezingen met Jean-Jacques Goldman en Lio en die song van PHD : I won't let you down. Ik wilde altijd al iets in de media gaan doen. Talen waren mijn favoriete vakken en ook voordragen deed ik graag, hoewel ik toen niet iemand was die graag op de voorgrond trad. Op mijn zestiende was het mijn grote droom om een keigoeie journaliste te worden. Toch heb ik hard getwijfeld toen ik afstudeerde. Als licentiaat in de wijsbegeerte had ik net de goedkeuring gekregen om mijn doctoraat te starten toen ik ook bij de radio en televisie kansen zag. Uiteindelijk heb ik daarvoor gekozen omdat ik heel sociaal ben en ertegen opzag om vier jaar alleen aan een doctoraat te werken. Ik stel mensen niet graag teleur. En precies dat heb ik toen moeten doen. Daarom was het zo moeilijk. En ik besefte ook heel goed dat die beslissing de rest van mijn verdere leven zou bepalen. Mijn professoren van toen blijven me inspireren. Ik bewonder Etienne Vermeersch en Freddy Mortier omdat ze niet moeilijk doen om moeilijk te doen. Ze zijn concreet, realistisch en rationeel zonder het emotionele uit te schakelen. Weinig mensen hebben nu nog een invloed op mij. Ik neem mijn eigen beslissingen, maar sluit de opinies van anderen niet uit. Mijn man is mijn klankbord. Ik hecht veel belang aan zijn mening, maar dat wil niet zeggen dat ik ze altijd zal volgen. Mijn ding is babbelen en uitleggen. Dat kan ik kwijt op televisie en radio. Was ik niet in de media gegaan, dan was ik misschien wel lerares geworden : Engels, Nederlands of zedenleer. Daar zou ik echt van genoten hebben. Mensen vinden mij blijkbaar verschrikkelijk lief. Als twintigjarige wil je die stempel natuurlijk niet, maar nu besef ik dat die lieve uitstraling een voordeel is in mijn job, want mensen zijn sneller op hun gemak. Ik werd omschreven als het zonnetje van TV 1. Wie me kent, weet dat ik in feite helemaal niet onbezonnen ben, dat ik een heel ernstige kant heb. Was ik de enige jonge moeder die de roze wolk niet zag ? Waarom ging het bij iedereen zo fantastisch en liep bij ons alles in het honderd ? En tegelijkertijd hield ik óók de schone schijn op. Ook ik deed of er niets aan de hand was. Tot ik in een interview toch eens iets liet vallen en daar massaal reactie op kwam van andere moeders. Alles in het dubbel is mijn ervaring van het moederschap. Niets meer en niets minder. Ik heb mijn privé-leven altijd heel erg afgeschermd en zal dat blijven doen, maar als dit boek andere moeders kan steunen of een taboe kan doorbreken, ben ik daar alleen maar blij mee. :: Sophie Dewaele, 'Alles in het dubbel, verdrinken in het moederschap', Roularta Books, 120 p., 14,90 euro. Leen Creve