Eindelijk rust. We zijn in Brand : het dorp is zalig, soezend in een oksel van het sowieso al gemoedelijke Oostenrijkse Vorarlberg. We nemen de Dorfbahn, de kabellift die ons van het centrum van Brand (1037 meter) naar het tussenstation Eggen brengt. Nog een stoeltjeslift hoger en we staan in het hart van het kleine skigebied Brandnertal, op 1800 meter. In een uur of twee hebben we zowat de helft van de 58 kilometer pistes afgeskied. Het linkerdeel van het skigebied - Brand - is familiaal, rustig, makkelijk, open en vooral mooi. Echte skifreaks hebben hie...

Eindelijk rust. We zijn in Brand : het dorp is zalig, soezend in een oksel van het sowieso al gemoedelijke Oostenrijkse Vorarlberg. We nemen de Dorfbahn, de kabellift die ons van het centrum van Brand (1037 meter) naar het tussenstation Eggen brengt. Nog een stoeltjeslift hoger en we staan in het hart van het kleine skigebied Brandnertal, op 1800 meter. In een uur of twee hebben we zowat de helft van de 58 kilometer pistes afgeskied. Het linkerdeel van het skigebied - Brand - is familiaal, rustig, makkelijk, open en vooral mooi. Echte skifreaks hebben hier niet al te veel te zoeken - of ze moesten hun skitijd opofferen om hun kids te leren skiën. Want families voelen zich in Brand in hun nopjes : een aparte skischool voor kinderen moet de toon zetten. Welkom in het 'King of The Water' sneeuwpark op Sonnenkopf. Wie in het Brandnertal met vakantie is en toch wat sportievere skipistes zoekt, moet de nagelnieuwe panoramalift nemen die Brand met Bürserberg verbindt. Hoog boven het verbindingsdal zweven we verwachtingsvol naar de andere helft van onze skipas. Een blauwe piste - even makkelijk als in het familiale deel van het skigebied - doet ons tot onderaan de Loischbahnlift glijden. Die brengt ons naar de steilste en ongetwijfeld moeilijkste piste van het Brandnertal : de Loitschen-piste is zwart, steil en niet vriendelijk. Bürsenberg vormt qua skistijl het ideale tegengewicht voor Brand. We skiën als bezeten over de heerlijk rustige maar uitdagende pistes. Gemoedelijk is het wél in de hut op de Rufana Alp. Op de muur staat een slogan in wit krijt : ' Der Kopf tut weh, die Füsse stinken, jetzt müssen wir ein Bierchen trinken.' Ongehoorzaam bestellen we een appelsap en een Käsespätzli : een kaasspecialiteit uit Vorarlberg die even zwaar als lekker is, met een mengeling van meelproducten en drie kazen (bergkaas, verse kaas en Tilsit). "Dit was vroeger armemensenkost", weet Thorsten Bayer ons te vertellen. Hij is een uitgeweken Duitser die vandaag promotie voert voor Vorarlberg. We kunnen de calorieën best gebruiken : de stevige afdalingen van Bürserberg hebben ons bloed, zweet en tranen gekost. Tegen een gezapiger tempo skiën we onze klotsende magen terug naar het Branddeel van het gezamenlijke skigebied. In één dag tijd hebben we hier alle pistes doorploegd. Een sauna in het trendy en bijzonder kunstvol ingerichte hotel Walliserhof én een zevengangenmenu moeten onze eerste skidag in het Brandnertal afsluiten. "Ons skigebied is erg klein", geeft ook Bayer toe. "Vorarlberg heeft zich daarom steeds meer op alternatieven voor het gewone skiën en snowboarden toegespitst." Wie niet groot is, moet vooral inventief zijn. De komende dagen proeven we met genoegen én verbazing van die andere mogelijkheden. Nauwelijks te geloven wat je in sneeuw allemaal kan uitspoken.