Archeologen noemen de rotswoningen van onze voorouders shelters. In de valleien van de Dordogne merk je ze gemakkelijk op, holen onder overhangende rotsen. Vermoedelijk waren ze meer schuilplaats dan woning. Ze schonken in ieder geval een beschermend gevoel en boden bovendien een uitzicht over een vallei.
...

Archeologen noemen de rotswoningen van onze voorouders shelters. In de valleien van de Dordogne merk je ze gemakkelijk op, holen onder overhangende rotsen. Vermoedelijk waren ze meer schuilplaats dan woning. Ze schonken in ieder geval een beschermend gevoel en boden bovendien een uitzicht over een vallei. Zonder het misschien zelf te beseffen ontwierpen de architecten Juliaan Lampens en Luc DeVos een woning met dezelfde kwaliteiten. Deze woonst aan de Leie-oever biedt uitzicht over een weids landschap met lage meersen die in de winter vaak blank staan. Wat de beschermende kracht voor de bewoners alleen maar versterkt. Het betonnen bouwwerk straalt ook zoveel robuustheid uit dat het op een rots lijkt. Bovendien schuilt er in de structuur nog een archaïsme : de gevel aan de straatzijde is volkomen gesloten en zeer zwaar van constructie. Aan de tuinzijde, met zicht op het landschap, is alles open. Nog een knipoog naar de eerste woningen die weinig meer waren dan een windscherm waarachter werd gewoond. Binnen heerst er een haast primitieve rust, overal merk je ruw beton op, de wanden zijn van onbehandeld cellenbeton, de vloeren van gepolierd beton en er staan amper meubelen. Wat er staat is stoer van vorm en proportie. Die aanpak verraadt natuurlijk de hand van de bekende architect Juliaan Lampens (°1928) die ongeveer sinds 1960 deze stijl hanteert. Hij bouwde relatief weinig, maar al zijn creaties ademen een soortgelijke sfeer uit. Onder Scandinavische en Japanse invloed inspireerde hij zich op de natuur. Zowel de vormen als de materialen refereren aan rotsen, knoestige bomen of keien. Ook in deze creatie vind je zowel binnen als buiten keien, achtergelaten als poëtisch element. Een van Lampens' meest markante creaties is natuurlijk de Onze-Lieve-Vrouwkapel van Kerselare (in Edelare) uit 1966, die ook als een rots uit de grond oprijst. Nadat hij tot in het begin van de jaren negentig heeft gedoceerd aan het Gentse Sint-Lucas, legt hij zich nu weer wat toe op het ontwerpen van woningen, in samenwerking met zijn buurman, architect Luc De Vos, die een bijzondere bewondering koestert voor Lampens. Dit huis is compacter dan je van buiten zou vermoeden. "Het gebouw ligt op een stuk grond van ongeveer duizend vierkante meter, met bovendien een driehoekig grondplan. Wat uiteraard het ontwerpen moeilijker maakt", legt Lampens uit. Bovendien staat het op een hellend terrein aan het water. "Daarom plaatsten we het gebouw op een sokkel en lijken de terrassen op aanlegsteigers", aldus Luc De Vos. Dat laat de zware constructie ook wat zweven, waardoor het gebouw minder massief oogt. Ook in de interieurdetaillering merken we tal van zwevende en transparante elementen op, zoals de haard of de glazen douchecel. De haard kreeg een centrale plaats en hangt min of meer op aan twee zware stalen balken. Daaromheen liggen de meubelen uitgestrooid. Lampens en De Vos houden van los meubilair. Kijk maar naar de driehoekige zitjes van de keukentafel die Lampens in 1970 ontwierp voor de Openbare Bibliotheek van Nazareth. De zitjes kunnen, mits wat schuifwerk, bijvoorbeeld tot een salontafel worden omgevormd. Lampens ontwierp ook het prachtige kamerscherm dat in een handomdraai groter of kleiner wordt gemaakt. Dit scherm sluit de ruimte af tussen eethoek en slaapkamer. Ook die ruimte is vrij transparant en volledig door de architecten ontworpen, van het bad en de kranen tot en met de toilettafel. Opvallend bij dat laatste meubel : de spiegel heeft een golvende lijn, en die komt op veel plaatsen in dit huis terug, in de salontafel maar ook in de betonnen vloer van de parkeerplaats buiten. Lampens is immers ook een begenadigd tekenaar die zijn strakke architectuur graag verlevendigt met zwierige lijnen. Precies die details defunctionaliseren zijn architectuur. Het gebouw is immers zoveel meer dan een moderne, functionele woning : het is een vrij fantasierijke schelp vol poëtische details. Kijk bijvoorbeeld naar de toiletcel, die als een klein eiland voor de voorgevel staat. Nutteloos op zich, maar het is visueel een aantrekkelijke oplossing. De vernuftige details maken deze sobere architectuur boeiend. Doordat de opdrachtgever in de metaalsector actief is, werden veel elementen op maat vervaardigd. Het mooiste voorbeeld is ongetwijfeld de glazen douchecel tussen de slaapkamers van de kinderen. En natuurlijk ook de haard en de keuken die volledig op maat werden vervaardigd. De woning is verbazend vernuftig uitgerust met vloerverwarming en onder en achter de houten wanden schuilt een degelijke airconditioning. Toch blijft het een natuurlijke woonst waarvan het interieur helemaal opgaat in de sfeer van de omgeving, het landschap van de schilders van de Latemse School. n Tekst Piet Swimberghe I Foto's Sven EveraertDe zitjes kunnen, mits wat schuifwerk, tot een salontafel worden omgevormd.Als een knipoog naar de eerste woningen die weinig meer waren dan een windscherm waarachter werd gewoond. "Omdat het terrein helt, plaatsten we het gebouw op een sokkel. Nu lijken de terrassen op aanlegsteigers."Golvende lijnen, zoals in de spiegel, brengen poëtische details in het strakke, functionele totaalontwerp.