Het is tien uur in de ochtend, de buitenwereld drukt koud en hard tegen de ramen. Het is weer om koffie te drinken met een scheut cognac. Dat doe ik zelden. Wel vind ik geregeld dat het er het weer voor is. Ik moet dan aan "bootje" denken, zoals mijn grootmoeder vroeger de postbode noemde. Bootje kwam soms binnen, om haar een pensioencheque te overhandigen of een groter poststuk dat ze besteld had bij Damart. Zijn gezicht rood aangelopen, nog dampend van de kou. Hij dronk dan koffie met cognac en suiker, bij het schijnsel van de kachel waarvan het micaoog malicieus glansde, en beklom welgezind weer zijn fiets. Bootje was te dik. Hij had een zwarte ringbaard. Tegenwoordig zou hij gewoon een van de 500.000 Vlamingen zijn die volgens de krant met een drankprobleem worstelen.
...

Het is tien uur in de ochtend, de buitenwereld drukt koud en hard tegen de ramen. Het is weer om koffie te drinken met een scheut cognac. Dat doe ik zelden. Wel vind ik geregeld dat het er het weer voor is. Ik moet dan aan "bootje" denken, zoals mijn grootmoeder vroeger de postbode noemde. Bootje kwam soms binnen, om haar een pensioencheque te overhandigen of een groter poststuk dat ze besteld had bij Damart. Zijn gezicht rood aangelopen, nog dampend van de kou. Hij dronk dan koffie met cognac en suiker, bij het schijnsel van de kachel waarvan het micaoog malicieus glansde, en beklom welgezind weer zijn fiets. Bootje was te dik. Hij had een zwarte ringbaard. Tegenwoordig zou hij gewoon een van de 500.000 Vlamingen zijn die volgens de krant met een drankprobleem worstelen. Daaraan moet ik denken als ik voor de spiegel mijn tanden poets met tandpasta met Neemextracten, uit India aangevoerd. "Tooothpaste", staat erop te lezen, en de extra o geeft het woord iets spookachtigs. Ik knijp er een nootje van op mijn elektrische tandenborstel, maar als ik het ding aan mijn mond wil zetten, tuimelt de tandpasta in de wasbak, als de excrementen van een slordige tropische vogel. Weinig doet mij me zo weerloos voelen als een noot tandpasta om tien uur zeven in de ochtend, verkwanseld in de lavabo. Zou dit andere mensen even vaak overkomen ? Dan zijn enorme hoeveelheden tandpasta al roemloos weggespoeld door zwanenhalzen. Dat is triest, maar niet zo triest als de mp3-speler van Joe Van Holsbeeck waaraan ik vervolgens weer eens moet denken, daartoe aangemoedigd door een bericht op de radio. Waar zou voormeld voorwerp zich tegenwoordig bevinden ? Op een stoffige griffie wellicht, waar een hippe substitute van de procureur des Konings er misschien nog af en toe naar luistert. Mogelijks ook niet, als het in zo'n plastic diepvrieszakje zit waar bewijsmateriaal in televisieseries doorgaans in bewaard wordt. Het bewuste spelertje is een van de treurigste voorwerpen die ik mij voor de geest kan halen. Tenzij Ice Cream van the New Young Pony Club erop staat, natuurlijk, want dat nummer vind ik wijs. I can give you what you want, zingt de zangeres. Je vraagt je af hoe zij dat zo zeker meent te kunnen weten. Wat ik bijvoorbeeld wel zou willen is een meisje dat orgel komt spelen, de hele dag. Prokofiev en Deep Purple en ook eens iets van Bach. Dat zou van aard zijn mij te kalmeren. Ze zou lange haren hebben die ze over haar linkerschouder werpt, terwijl haar voeten behendig de pedalen beroeren. Ik zou naar haar kijken, verder vooral niets, en denken aan de woorden van Joseph Goebbels in het Berlijnse Sportpaleis op 18 februari 1943 : Wollt ihr den totalen Krieg ? Een glimlach zou daarbij om haar lippen spelen, die rozig zijn en vol. Als mijn tanden gepoetst zijn, net zolang als de ingebouwde timer goed voor mij vindt (het leven zou eindeloos worden mocht men zich onophoudelijk de tanden poetsen met een Braun Oral-B), ga ik aan de keukentafel zitten en strijk een lucifer af. Dat vind ik een van de fijnere dingen in het leven. Het haalt het niet bij seks, da's waar, al komt het aardig in de buurt. Vooral als het lucifers van koffie Bruynooghe zijn, tot mij gekomen in oude, kurkdroge doosjes met daarop de afbeelding van een rode roos. Een straal zon priemt stoutmoedig door de ramen. Ik klap de laptop open. Mijn iBook is een dichter, sinds zijn toetsenbord hapert. Het slikt letters in, de s en de d met name, en maakt van afgeleefde woorden nieuwe dingen, zoals "tandvastig" en "wangmatig". Ik klik het bestand open waarin ik vers gevangen woorden opprik, de vleugels gespreid zoals men wel ziet bij exotische vlinders. Schaambrokje, daar heeft een goede ziel mij op gewezen. Het laatste hapje op een bord, dat niemand durft te nemen omdat zulks als onbeleefd zou kunnen worden bestempeld. Ik vind het een briljant woord, te meer omdat ze mij al langer een doorn in het oog waren, die zielige laatste hapjes die daar geslachtofferd voor onze burgerlijkheid liggen te verkleuren en te verweken. Laat ik bij dezen een oproep plaatsen om ze de wereld uit te helpen, en bij een volgend feest schaamteloos de laatste hap te nemen. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders