Er zitten lichtjes in zijn ogen, die er bij elk antwoord uitschieten. Met eenzelfde energie als die waarmee hij tien keer één zin zingt in de studio, vat hij het interview bij de horens. Met een onuitgesproken en zeldzame gretigheid, alsof hij "Jaaaah, nog een vraag alsjeblief!" wil uitroepen. De charmante jonge Algerijnse zanger El Sikameya is een relatief nieuwe naam, die de eeuwenoude Arabo-Andalusische muziek zinvol kruidt met pop en reggae, zonder al te oppervlakkig te worden.

Maanden voor het gesprek staat hij op het podium van het Zuiderpershuis te swingen, met de viool op Arabische wijze voor zich, en tussen het podium en de voorste rij benen van het zittend publiek wordt zelfs gedanst. Hakim Benhabib, want zo heet hij, is klein van stuk en heeft een heldere falsetstem. Hij vergroot de invloeden van de Arabo-Andalusische muziek uit: flamencogitaar, wiegende dans, zigeunerinvloeden. Het komt in de Arabische wereld soms over als zou je Bach met een backbeat brengen, en zijn aanpak wordt niet overal op gejuich onthaald.

Hakim Benhabib, alias El Sikameya: Ik heb veertien jaar lang de pure traditionele muziek bestudeerd. Die heb ik me eigen gemaakt, maar ik denk dat ik veeleer als innovator door het leven wil gaan dan als een conservator. Ik neem de beste dingen uit wat ik geleerd heb, en probeer tegelijk in de maatschappij van vandaag te leven. Ik denk niet dat ik de muziek verraad, want het is meer dan muziek: het is een filosofie, een manier van denken en van leven, een geestesgesteldheid. Die muziek staat voor de tolerantie en de open geest van die periode. Het is trouwens al een fusie van de muziek uit het Midden-Oosten, joodse muziek, berbermuziek, Europese invloeden... Dan pleeg ik toch geen verraad als ik inspiratie blijf zoeken in andere genres. Er zijn veel Latijnse invloeden in mijn spel. Dat is omdat ik zo ben, en omdat het nauw samenhangt met de geest van Arabo-Andalusische periode. Ik begrijp de kritiek wel, want de muziek is lang verdoken gebleven en er zijn veel conservators. Dat is goed, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik ben nog jong, ik heb zin om er iets mee te doen, iets creatiefs. Ik zie drie hoofdbestanddelen die je moet aanhouden: de kwaliteit van de muziek, de emotie die ze oproept en het feestelement. Ik probeer dat tijdens mijn optredens te doen, meer is het niet. Het is wat ik begrijp, wat ik kan en wat ik zo goed mogelijk wil doen.

Heb je die muziek steeds gehoord thuis?

Mijn ouders zijn van Tlemcen, dat is een van de centra van de Arabo-Andalusische muziek. Ik ben ermee opgegroeid. Ze hebben die muziek ook altijd gekoesterd. Ze hebben daar nog de cultuur die van het savoir-vivre van de Arabo-Andalusische periode stamt. De steden lijken er op die van Andalusië: de architectuur, de moskee, ook onze keuken is er erg door beïnvloed, en de muziek. We luisterden daar allemaal naar. Het is dus een stuk van mijzelf, maar niet omdat ik ervoor gekozen heb. Het is ook wel elitaire muziek, omdat ze - net als de klassieke Arabische muziek - in een elitair schuifje zit. Een andere reden is dat de taal, een postklassiek Arabisch, niet het soort dialect is waarin raïzangers zingen. Het is niet evident om de teksten te begrijpen. Daar staat tegenover dat in de buurt van Tlemcen de muziek nog voortleeft: er zijn veel feesten en huwelijken waar Arabo-Andalusische muziek wordt gespeeld. En daarmee wil ik iets doen dat meer in deze wereld thuishoort, ik wil ze uit dat elitaire laatje weghalen.

En er een westers drumstel onder zetten?

Als je de geschiedenis van die muziek beschouwt: die kwam uit het Midden-Oosten, onderging in Spanje alle mogelijke invloeden, tot en met Keltische muziek, ze is dan teruggereisd naar het Midden-Oosten, heeft Maghreb-invloeden opgeslorpt. Daardoor is die muziek zo rijk. Ook door de tolerantie die eruit spreekt. Als die muziek zo veel gereisd heeft, waarom kan ik dat er dan niet mee doen?

Wordt die gouden tijd van de Arabische cultuur niet te veel verheerlijkt? Er waren toch ook oorlogen en onderlinge vetes?

Ik weet ook wel dat er problemen waren in die tijd, maar als je die vergelijkt met de andere culturen op dat moment in Europa, en je ziet die enorme culturele rijkdom, dan blijf ik erbij dat het een gouden tijd was. Er was toen ook een vorm van integrisme en fundamentalisme, maar de mensen hadden toch een samenlevingsvorm gevonden. Ik geloof dat we ons moeten concentreren op de mooie dingen. Als je een paar mensen samen zet, dan krijg je problemen. We zijn nu eenmaal niet perfect. Er is oorlog, integrisme, miserie, honger, onrecht... Maar wat doe je eraan ? Ik wil niet de moraalridder spelen, ik houd me met de mooie dingen bezig. Als je daarvan iets kunt overbrengen en een beetje haat kunt wegnemen, dan is dat al een prestatie. Ik ben geen idealist, hooguit een realistische idealist.

Je woont al sinds 1994 in Marseille, was dat vanwege het fundamentalisme?

Ik woonde vroeger in Oran, en daar is nooit veel fundamentalisme geweest, we zaten buiten de terroristische zones. Marseille is voor mij perfect, het is een kosmopolitische stad waar je muziek hebt van alle gebieden rond de Middellandse Zee. Ik ben opgegroeid in een zeer rijke cultuur en woon ook nu in een rijke cultuur.

Alleen al door die liederen te zingen, maak je toch ook een politiek statement.

Ik doe niet aan politiek, maar als je dit zingt, dan is dat inderdaad de uiting van een politieke mening, omdat het profane liederen zijn en ze over tolerantie gaan. Maar mijn doel is niet om aan politiek te doen, mijn doel is: die muziek kenbaar te maken.

Een beetje zoals een missionaris?

Nee, ik wil iets aan het publiek geven wat mooi is. Ik doe wat ik vind dat ik moet doen, en dat is die muziek spelen. Ik hou zo van die muziek, en ik wil ze laten horen, omdat het in me zit. Pas op, het is hard werken: ik luister 24 uur op 24 naar muziek, ik speel en oefen acht uur per dag viool en mijn stem. Je moet energie hebben, creatief zijn. En dat het publiek er nu wat meer voor openstaat, is meegenomen. We leven in een snelle wereld (" une société très speed") en de mensen hebben behoefte aan overzicht, en ze willen af en toe een stap terug zetten. In de traditionele muziek heb je die hele cultuur achter je, je ziet dat in de flamenco, de fado. De mensen identificeren zich ermee omdat ze er zo sterk door aangesproken worden. Ze herkennen zich erin, het is een manier om jezelf te vinden. Vandaar dat traditionele muziek in opgang is, ook al is de Arabo-Andalusische muziek nog niet zo gekend. Maar daar doen we iets aan.

Atifa (sentiments affectueux) van El Sikameya is uit op Night & Day Records (verdeling: LC Music).

Gerry De Mol / Foto's Lieve Blancquaert