Grote projecten vragen sterke initiatiefnemers. Zo iemand is Bruno Belveaux, theaterman, broer van de cineasten Rémy en Lucas (hun film La raison du plus faible werd officieel geselecteerd voor het Festival van Cannes) en de tweede man in het Maison de la Culture in Namen, toen hem het beheer van het provinciaal domein van Chevetogne werd toevertrouwd.
...

Grote projecten vragen sterke initiatiefnemers. Zo iemand is Bruno Belveaux, theaterman, broer van de cineasten Rémy en Lucas (hun film La raison du plus faible werd officieel geselecteerd voor het Festival van Cannes) en de tweede man in het Maison de la Culture in Namen, toen hem het beheer van het provinciaal domein van Chevetogne werd toevertrouwd. Hij greep die kans met beide handen, want hij staat pal achter de stelling van de Franse schrijver en essayist Jean-François Kahn : "Parken zijn de cultuurcentra van de 21ste eeuw."Over het 550 hectare grote domein van Chevetogne kun je een boek schrijven, zo groot is de diversiteit. Wie daaraan twijfelt, zal al snel door landschapsarchitect Benoît Fondu overtuigd worden : "Een boswandeling brengt je bij maar liefst zeventien biotopen, van grasland tot woud."Benoît Fondu mag dan een bescheiden man zijn, zijn naam duikt op in verscheidene grote renovatieprojecten. Zoals dat van het kasteel van Seneffe in Henegouwen. In Frankrijk restaureerde hij het park rond het kasteel van Méréville. Die tuinen uit het einde van de achttiende eeuw behoren tot de mooiste van Europa. In Brussel staat de renovatie van de Erasmustuin op zijn naam. Projecten die de mens betrekken bij het openbare groen liggen Benoît Fondu wel. Met zijn half miljoen bezoekers per jaar was Chevetogne een gedroomd studieonderwerp. "We werkten eerst een plan uit voor het geheel en voor de lange termijn. Ik vroeg om te beginnen een mandaat van vijf jaar, om een solide basis te kunnen leggen. We hebben veel aandacht besteed aan de circulatie en het zo aangepakt dat ruiters, fietsers of wandelaars met kinderwagens elkaar niet hinderen en zelfs niet kruisen."Maar het opmerkelijkste en meest symbolische project is de nieuwe esplanade. Waar nu drie gebouwen staan en bloemen bloeien, bevond zich vroeger een grote parkeerplaats van grind, met daarnaast een hamburgertent en het grote zwembad van Chevetogne. Die moesten verdwijnen, samen met de kartingbaan. "Drie essentiële activiteiten moesten hier een onderkomen vinden : het onthaal, een restaurant en de administratie", aldus Bruno Belveaux. "Mettertijd is daar ook het plan voor een museum bijgekomen en dat opent nu in de lente zijn deuren."Voor dit deel van het project werd een beroep gedaan op het Naamse bureau Architectures van Bernard Chambon, Christophe Joassin en Olivier Simon. Zij ontwierpen eerst en vooral de grote rode loopbrug die zich tegen de horizon aftekent en de bezoekers vlotjes van de minstens vijftien meter hoger gelegen parkeerplaats naar het onthaal brengt zonder dat ze trappen hoeven te lopen. Olivier Simon : "Het idee van een zwevende verbinding kwam van Benoît Fondu. We gingen uit van een brede en comfortabele constructie. Bovendien zijn de relingen bewust hoog gemaakt en afgeschermd om de nieuwe tuin bij verrassing te kunnen ontdekken. Rood prikkelt niet alleen de zinnen, maar is tegelijk een van de kleuren die het best bij groen passen, net zoals zwart, de kleur die we kozen voor het restaurant.""Op de schetsen stond het ontvangstpaviljoen in koper getekend, met het oog op een grijsgroene patina die later de bovenhand zou krijgen. Maar we hebben het spaarzamer aan boord gelegd en vooraf gepatineerd zink gebruikt." Met zijn spiraalvorm oogt het gebouw bijzonder licht. Het restaurant heeft een robuustere structuur en de keukens kregen een bekleding in zwart gelakt plaatijzer. De eetzaal zelf heeft aan alle kanten grote ramen, waardoor de bezoekers de indruk krijgen in de tuin te zitten. Het gebouw voor de administratie is totaal anders van stijl. Op zijn betonsokkel ziet het er zeer imposant uit. "Het is de controletoren", roepen de drie architecten in koor. "Van daar worden alle activiteiten op het domein gevolgd." De sokkel herbergt het museum en geeft ook toegang tot een Japanse tuin, helemaal ommuurd met hoge, gladde betonnen wanden, zeg maar à la Tadao Ando. De tuin is het werk van de Nederlandse tuinarchitect Wybe Kuitert, die nog gedoceerd heeft aan de universiteit van Kyoto. Zijn ontwerp is gebaseerd op de verhoudingen tussen licht en schaduw. "Deze drie bouwwerken zijn de tuinpaviljoenen van onze tijd. Ze zijn vergelijkbaar met de Chinese paviljoenen of de Palladiaanse bruggen van weleer. Het verschil is dat deze paviljoenen een nutsfunctie hebben. De symboliek is vandaag anders", vertelt Benoît Fondu. Om bij de metaforen te blijven omschrijft de landschapsarchitect de esplanade als "een zeer heldere open plek in het bos". Hij trekt een duidelijke grens met de omringende wereld, een grote, cirkelvormige haag als het ware van inlandse boomsoorten, zoals de esdoorn, de beuk en de meidoorn. In de cirkel werden verscheidene openingen aangebracht die toegang geven tot de andere activiteiten op het domein. In de tuin zelf liggen ook paden die de gebouwen onderling met elkaar verbinden. Ze werden allemaal aangelegd met lokale materialen, zoals hout, dolomiet uit Merlemont of zandsteen uit Arbre. Die steensoort werd gebruikt voor de wanden van een loopgeul die gehandicapten en moeizaam stappende bezoekers naar het museum brengt. Niets werd aan het toeval overgelaten. De breukstenen stapelen zonder specie is geen eenvoudig karwei en werd toevertrouwd aan een ploeg arbeiders uit Wales die gewoonlijk werken voor de beroemde Schotse landschapskunstenaar Andy Goldsworthy. Rest natuurlijk wat de bezoeker van een tuin het meest aanspreekt : het plantenleven. Benoît Fondu, die vindt dat de aanleg van een tuin voor 30 procent uit tekenwerk en voor 70 procent uit dromen over planten bestaat, heeft opmerkelijke keuzes gemaakt : veel vaste planten en (complementaire) siergrassen. En dat is nog altijd weinig gebruikelijk in de aanleg van publieke ruimtes. Aan het begin van de twintigste eeuw waren toonaangevende Engelse tuiniers zoals William Robinson of Gertrude Jekyll al voorstanders van massaal aangeplante bloemen die werken als kleurtoetsen op een impressionistisch schilderij, waarvan de kleurschakeringen variëren naargelang de seizoenen. Lichte pastelkleuren passen bij het begin van de zomer, wanneer de zon het hoogst staat, terwijl vurige tinten en diepe aardkleuren in het najaar domineren. Benoît Fondu : "De border van Chevetogne is mooi in de lente en in de herfst. Tijdens de zomerpiek biedt hij één grote weelde aan natuurlijke boeketten, maar hij is ook prachtig wanneer het seizoen ten einde loopt, dan hullen de grote siergrassen zich in een gouden gloed." Met op de achtergrond de herfstkleuren van het bos is de sfeer inderdaad magisch. Het provinciaal domein van Chevetogne ligt tussen Ciney en Rochefort. Er zijn verscheidene wandelroutes, restaurants en verblijfsmogelijkheden. Info : 083 68 72 11, www.province.namur.be/atout/chevetogne Architectures : 081 74 19 63, info@architectures.be Benoît Fondu : info@f-la.be Tekst en foto's Jean-Pierre Gabriel