Salernes is geen industriestad, maar een pittoreske plek met enkele hoge schoorstenen, waar sinds mensenheugenis tegels worden gebakken. Deze nijverheid groeide er nooit uit tot een industrie, maar bleef gezellig artisanaal. In totaal worden er in zestien ateliers vloer- en wandtegels geproduceerd. Dat is veel, maar door de kleinschaligheid blijft dit een unieke plek om te bezoeken, zeker buiten het hoogseizoen, als de ambachtslui wat tijd hebben voor een praatje en een atelierbezoek. Hoewel er ook elders in Zuid-Frankrijk tegelbakkerijen puik werk leveren, is Salernes the place to be voor wie tegels zoekt.
...

Salernes is geen industriestad, maar een pittoreske plek met enkele hoge schoorstenen, waar sinds mensenheugenis tegels worden gebakken. Deze nijverheid groeide er nooit uit tot een industrie, maar bleef gezellig artisanaal. In totaal worden er in zestien ateliers vloer- en wandtegels geproduceerd. Dat is veel, maar door de kleinschaligheid blijft dit een unieke plek om te bezoeken, zeker buiten het hoogseizoen, als de ambachtslui wat tijd hebben voor een praatje en een atelierbezoek. Hoewel er ook elders in Zuid-Frankrijk tegelbakkerijen puik werk leveren, is Salernes the place to be voor wie tegels zoekt. Een bezoek aan Salernes kan vrij spectaculair zijn. Met wat geluk rij je het stadje binnen als er ovens branden. Dat merk je meteen aan de rook die in de vallei hangt. Omdat de schoorstenen niet hoog genoeg zijn, slaat de rook makkelijk naar beneden. Dat is wat hinderlijk, maar beschouw het als charmant. Bovendien wordt er vooral met hout gestookt, waardoor de geur en de vervuiling best meevallen. Meestal komt de rook uit stokoude ovens die buitengewoon schilderachtig zijn. Dat gaat zeker op voor de eerste grote tegelbakkerij die je tegenkomt bij het binnenrijden van Salernes. Op een ouderwets uithangbord staat er " Jacques Brest Céramiques". Het bedrijf werd enkele jaren geleden overgenomen door Jean-Pierre Roy. "Noem mij maar Jacques", zegt Jean-Pierre. "Iedereen doet dat, die naam staat nu eenmaal op de fabriek. Brest was de vroegere eigenaar. Uit eerbied voor het verleden heb ik die naam behouden. Het bedrijf bestaat immers al van in de achttiende eeuw. Destijds werden er nog van die Romeinse dakpannen gemaakt, nu niet meer. Maar nog wel de traditionele vloertegels die we maken zoals vroeger: met klei uit de streek." Toen we in Salernes waren, stak Jean-Pierre net het vuur aan van een oven die sinds meer dan een kwart eeuw niet meer had gebrand. Hij stak vol ongebakken tegels die, omdat het bedrijf vroeger in financiële moeilijkheden raakte, nooit werden gebakken. Tegels bakken kost immers een fortuin aan brandstof. Het gehele bakproces duurt verscheidene dagen en één oven verorbert makkelijk meer dan vijftig kubieke meter eikenhout. Het is ook een arbeidsintensief karwei, want om het uur, en op het heetste moment zelfs om de twintig minuten, wordt er hout in de oven gegooid. Het bakken in deze 'vergeten' oven was dus voor Jean-Pierre Roy een verrassing. Omdat hij de oven zelf niet had gevuld, wist hij niet precies welke tegels erin zaten. Maar dat is relatief, want het basisproduct in Salernes is altijd hetzelfde: Provençaalse vloertegels. Naargelang hun vorm hebben ze een andere naam. Het meest typisch is de zeshoekige tomette die in heel Frankrijk populair is. Deze tegels zijn van gewoon rood aardewerk zonder glazuur, ook terracotta genoemd. Zoals de meeste tegelbakkers van Salernes vervaardigt Jean-Pierre Roy ook geglazuurde tegels met een beschilderde decoratie. De meeste tegelbakkerijen liggen aan de rand van het dorp. Vroeger waren ze vooral gevestigd in de omgeving van het riviertje La Bresque, dat naast Salernes stroomt. Daar staan nu enkele bedrijven leeg en vinden we een van de oudste producenten van de tomette: de fabriek Des Launes, waar je de eigenaar steevast naast de oven aantreft. Ook daar mag je een blik werpen in de ateliers waar de zeshoekige tegels worden gevormd en voorzien van een royaal merkteken dat in de natte klei wordt geperst. Ze worden dus nog manueel vervaardigd. In totaal maakt deze fabriek veertig verschillende modellen, van klaverbladvormige tegels tot zogenaamde mauresques in de vorm van een dubbele accolade. Ook Jean Sismondini zweert bij een traditionele, met hout gestookte oven want uit een houtvuur komen rijkere kleurschakeringen. Voor effen rode tegels verkiest Jean-Pierre Roy een gasoven, waarin het bakproces beter te controleren valt en waar de rook en vlammen de tegels minder 'teisteren'. Op weg naar Draguignan ontdekken we maar liefst negen fabrikanten van tegels en vaatwerk. Het succes van de tegelbakkers trekt blijkbaar ook menig pottenbakker aan, onder wie Philippe Laffineur die zich zelfs toelegt op de aanmaak van geglazuurde dakpannen, zoals je ze ook ziet in het Marokkaanse Fez. In deze buurt van de stad worden vooral beschilderde tegels vervaardigd in plaats van tomettes. Soms levert dat prachtige stukken op, maar een groot deel van de productie oogt ronduit kitscherig. Wie rondneust, moet dus wat geduld oefenen. Veel van de aangeboden tegels zijn ook niet in Salernes gemaakt, hoewel sommige verkopers dat vergeten te vermelden. Sinds meer dan een kwart eeuw is Alain Vagh de beroemdste tegelkunstenaar van Salernes. Hij heeft een oude villa naast zijn atelier van onderen tot boven bont betegeld. Zelfs op de vleugelpiano en het beeldscherm van zijn computer kleven er tegels. Alleen wie van opzichtige decoraties houdt, vindt dit mooi. In de grote showroom van het Atelier Pierre Basset ontdekten we toch enkele soorten die, weliswaar geïnspireerd op oude voorbeelden, fraai zijn. Een van de geliefkoosde patronen van de tegelbakkers van Salernes bestaat uit een diagonaal aangebracht, groen-geel ruitmotief. Het gaat terug op oude voorbeelden, want vroeger werden dergelijke tegels, van een groter formaat, gebruikt om gevels te versieren. In Salernes zijn er hier en daar voorbeelden van bewaard. Door de revival van de tegelnijverheid gaat het Salernes voor de wind. Dat was niet altijd zo. Rond 1900 waren er wel veertig tegel- en dakpannenfabrieken, maar tegen 1950 sloten ze bijna allemaal hun deuren. Dankzij de hernieuwde belangstelling voor de tomette en de hang naar natuurlijke bouwmaterialen is dit stadje aan een artisanale renaissance toe. praktischSalernes is niet het mooiste stadje van de regio, maar de streek eromheen is bijzonder. Dit deel van de Var klimt op naar de Alpen en heeft dus een bergachtig karakter. Van daaruit maak je prachtige natuurwandelingen door de garrigue. Bovendien ligt Salernes op amper één uur van Saint-Tropez en vlakbij een van de mooiste dorpen van Frankrijk: Tourtour, een middeleeuwse kleinood tussen lavandelplantages en olijfbomen. Wie de omgeving van Salernes wil ontdekken, logeert het liefst in Tourtour waar je over drie uitstekende hotels beschikt in een historisch kader: La Bastide de Tourtour, L'Auberge Saint-Pierre en La Petite Auberge. Dit dorp telt ook tal van gerenommeerde restaurants. Het enige hotel van Salernes biedt weinig comfort. Maar in de tegelstad kunnen we wel twee restaurants aanraden: La Fontaine (place du 8 mai, 45) en vooral Chez Gilles (avenue Victor Hugo), waar met marktverse ingrediënten wordt gekookt. Voor meer informatie verwijzen we naar de toeristische dienst van Salernes: Tel. +33-4-94 70 69 02 en de toeristische dienst van Tourtour: Tel. +33-4-94 70 59 47. 130Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde