Liefdadigheid is waarschijnlijk uniek voor de mens. Er zijn geen andere dieren beschreven die een gedrag etaleren dat vergelijkbaar is met onze liefdadigheid. Zelfs de sterk aan ons verwante bonobo's en chimpansees zijn bijna niet te bewegen tot vrijgevigheid. Maar mensenkinderen kunnen vanaf zeer jonge leeftijd gemakkelijk dingen delen met familieleden en zelfs met vreemden, zeker als ze ertoe gestimuleerd worden. Er zijn wetenschappers die beweren dat onze kinderen vrijgevig geboren worden, en dat we ze moeten opvoeden om niet zomaar met iedereen te delen, hoewel dat waarschijnlijk overdreven is. Niet overdreven is dat goed doen een sterke component van de mensenmaatschappij geworden is, ondanks de schatting dat een derde van de mensen er grote moeite mee heeft.
...

Liefdadigheid is waarschijnlijk uniek voor de mens. Er zijn geen andere dieren beschreven die een gedrag etaleren dat vergelijkbaar is met onze liefdadigheid. Zelfs de sterk aan ons verwante bonobo's en chimpansees zijn bijna niet te bewegen tot vrijgevigheid. Maar mensenkinderen kunnen vanaf zeer jonge leeftijd gemakkelijk dingen delen met familieleden en zelfs met vreemden, zeker als ze ertoe gestimuleerd worden. Er zijn wetenschappers die beweren dat onze kinderen vrijgevig geboren worden, en dat we ze moeten opvoeden om niet zomaar met iedereen te delen, hoewel dat waarschijnlijk overdreven is. Niet overdreven is dat goed doen een sterke component van de mensenmaatschappij geworden is, ondanks de schatting dat een derde van de mensen er grote moeite mee heeft. Goed willen doen is waarschijnlijk een universeel gegeven, maar zowel individuen als samenlevingen kunnen verschillen in de mate van goed doen. Dat heeft voor een deel te maken met de waarde die aan sociaal gedrag gehecht wordt. Amerikanen en Britten zullen genetisch niet zo sterk van andere Europeanen verschillen dat ze vanzelf vrijgeviger of liefdadiger zijn, maar hun geschiedenis kan wellicht verklaren waarom ze een hogere morele en sociale waarde aan liefdadigheid hechten dan wij. Uiteraard spelen er ook maatschappelijke aspecten. Onze sociale zekerheid is een stuk solider dan die van Amerikanen en Britten, waardoor men bij ons verwacht dat het systeem corrigerend optreedt voor mensen in nood. Liefdadigheid wordt op die manier een individuele compensatie voor een maatschappelijk gebrek aan solidariteit. Sociaal gedrag kan zich op uiteenlopende manieren manifesteren. Er is wat wij sociale zekerheid noemen : je investeert in een sociaal systeem in de verwachting dat het systeem je zal helpen als je in de nesten komt. Varianten daarop worden in de dierenwereld aangetroffen, zelfs in families waarvan je het niet zou verwachten, zoals vampiervleermuizen. Liefdadigheid gaat een grote stap verder, een stap die voor biologen moeilijk te begrijpen is : je investeert in een sociaal systeem zonder dat je een return verwacht. Dat is onbiologisch, dus komt het in de natuur waarschijnlijk nergens anders voor dan bij de mens. Toch hoeft dat niet te betekenen dat het onverklaarbaar is. Charles Darwin, de man die ons een sluitend mechanisme voor de evolutie van het leven schonk, had al over liefdadigheid nagedacht, waar hij als gegoede burger in het victoriaanse Engeland uiteraard mee te maken kreeg. Hij stelde dat liefdadigheid toelaat iemand te beoordelen op zijn kwaliteiten. Voor Darwin was liefdadigheid een manier om goede eigenschappen te etaleren, waardoor je een aantrekkelijke of interessante partner kon worden. Mensen presenteren zichzelf als hulpvaardig, omdat ze zo de kans verhogen dat anderen denken dat ze goed zijn. Liefdadigheid draait in die visie dus vooral om reputatie. Spelletjes in experimentele omstandigheden bevestigen dat mensen vooral bereid zijn tot liefdadigheid als ze zich er bewust van zijn dat anderen hen zien. Het is ontnuchterend, maar er gebeurt niet veel in de natuur waar geen persoonlijk voordeel aan vasthangt. Toch vinden veel moderne wetenschappers de visie van Darwin op liefdadigheid te beperkt. Ze stellen dat alle vormen van inlevingsvermogen een soort consumentenkarakter gekregen hebben, vergelijkbaar met eten, drinken en seks, iets wat we écht nodig hebben. Ze zouden ons in staat stellen om op zo'n grote schaal intensief samen te werken, onder meer om kinderen groot te brengen en op te treden tegen bedreigingen, dat wij een van de succesvolste soorten uit de recente geschiedenis van het leven zijn geworden. Liefdadigheid zou dus om veel meer gaan dan om uiterlijk vertoon. Door Dirk DraulansSpelletjes in experimentele omstandigheden bevestigen dat mensen vooral bereid zijn tot liefdadigheid als ze zich er bewust van zijn dat anderen hen zien