Ik ben tweënveertig en pas nu kan ik voor mezelf toegeven dat mijn jeugd zwaar was. Daarvoor betaal ik nog altijd de tol. Als oudste zoon geboren worden in een gezin van zes is niet altijd een lachertje. Onvermijdelijk brengt het verantwoordelijkheden met zich mee. We hadden een gezellig huis in het groen, met alle comfort. Mijn ouders zijn lieve, goede mensen, maar zes kinderen, dat was te veel. Mijn vader had een mooie carrière in de politiek en hij was niet vaak thuis. Regeringsonderhandelingen, nachtenlange vergaderingen, recepties en diners : er was altijd wel iets belangrijker dan tijd doorbrengen met zijn vrouw en kinderen. Niet makkelijk voor mijn moeder. Met elke nieuwgeborene in ons gezin verstevigde ze haar greep op het huishouden. Voor haar was dat een manier om het, ondanks een afwezige echtgenoot, toch vol te houden en het als moeder goed te doen. Als oudste zoon viel ik vaak in voor mijn vader, hield het fort recht aan de zijde van zijn vrouw. Ik was nog jong toen ik verhaaltjes voorlas voor mijn jongere zusje, meehielp in de keuken en het kroost na school mee naar huis nam. Tijd voor mezelf had ik nauwelijks. Ik herinner me meer verjaardagsfeestjes zonder mijn vader dan met. Veel van de feestelijke, familiale gelegenheden werden tot heuse evenementen omgetoverd waar vreselijk veel mensen op werden uitgenodigd. Ik geloof dat er op mijn communiefeest zo'n vierhonderd gasten aan tafel schoven. Als twaalfjarige heb je daar niets aan. Het ging voor hem nooit echt over ons. Het heeft me harder gemaakt dan de meeste van mijn leeftijdsgenoten. Ik kreeg ook iets z...

Ik ben tweënveertig en pas nu kan ik voor mezelf toegeven dat mijn jeugd zwaar was. Daarvoor betaal ik nog altijd de tol. Als oudste zoon geboren worden in een gezin van zes is niet altijd een lachertje. Onvermijdelijk brengt het verantwoordelijkheden met zich mee. We hadden een gezellig huis in het groen, met alle comfort. Mijn ouders zijn lieve, goede mensen, maar zes kinderen, dat was te veel. Mijn vader had een mooie carrière in de politiek en hij was niet vaak thuis. Regeringsonderhandelingen, nachtenlange vergaderingen, recepties en diners : er was altijd wel iets belangrijker dan tijd doorbrengen met zijn vrouw en kinderen. Niet makkelijk voor mijn moeder. Met elke nieuwgeborene in ons gezin verstevigde ze haar greep op het huishouden. Voor haar was dat een manier om het, ondanks een afwezige echtgenoot, toch vol te houden en het als moeder goed te doen. Als oudste zoon viel ik vaak in voor mijn vader, hield het fort recht aan de zijde van zijn vrouw. Ik was nog jong toen ik verhaaltjes voorlas voor mijn jongere zusje, meehielp in de keuken en het kroost na school mee naar huis nam. Tijd voor mezelf had ik nauwelijks. Ik herinner me meer verjaardagsfeestjes zonder mijn vader dan met. Veel van de feestelijke, familiale gelegenheden werden tot heuse evenementen omgetoverd waar vreselijk veel mensen op werden uitgenodigd. Ik geloof dat er op mijn communiefeest zo'n vierhonderd gasten aan tafel schoven. Als twaalfjarige heb je daar niets aan. Het ging voor hem nooit echt over ons. Het heeft me harder gemaakt dan de meeste van mijn leeftijdsgenoten. Ik kreeg ook iets zorgzaams. In het eerste jaar aan de universiteit koos ik voor de opleiding geneeskunde. Na mijn studies ben ik gaan reizen. Met mijn diploma trok ik voor Artsen Zonder Grenzen naar landen waar ze mij nodig hadden, meestal in oorlogsgebieden. Ik ben jaren weg geweest, maar hield veel contact met het thuisfront. Bij tijdelijke tussenstops in België bezocht ik mijn familie. Mijn broers en zussen vonden allemaal hun weg. Ze studeerden, vonden een partner en kregen kinderen. Onze ouders waren terecht trots op ons. Hard werken zat bij mijn vader in zijn genen en naarmate het huis leegliep, ging ook mijn moeder aan de slag. Ze waren gelukkig. Zelf had ik korte relaties op de plekken waar ik verbleef. Mijn leven beviel me prima en ik genoot met volle teugen van de vrijheid. Ik had geen haast om mij te settelen. Professioneel ging het me voor de wind. Ik was een goede arts en zette me in voor talrijke organisaties die vechten voor mensenrechten. Voor ik het goed en wel besefte, bood men mij een job aan bij de Wereldgezondheidsorganisatie in Genève. Een job die ik dankbaar aannam. Een zwervend bestaan, waarbij je dagelijks zoveel miserie ziet, laat sporen na. Met een royale wedde in het vooruitzicht installeerde ik me in een modern appartement met alle comfort. Er begon een nieuw, stabieler leven. Maar wel één waarin keihard gewerkt moest worden. Vijf jaar later, tijdens een drink na het werk, op een warme zomeravond aan het meer van Genève, ontmoette ik Virginie. Een knappe vrouw. Van gekeuvel kwam het tot een etentje, waarna ik haar naar huis bracht. We zagen elkaar vaker. Ze was van Zwitserse afkomst en werkte als advocate. Na vier maanden begonnen we een relatie die langer duurde dan ik gewoon was. Het ging goed. We hielden allebei van kunst en besloten om samen een oude droom waar te maken en een kleine galerie te verbouwen die al een tijd te koop stond. Daar begonnen we tentoonstellingen te organiseren. Het was een succes. Jonge kunstenaars en vrijzinnig Genève waren present op de opening en al gauw volgden gefortuneerde geïnteresseerden. De galerie bloeide en we beschouwden de vele tentoonstellingen als een fijne gezamenlijke hobby. We hadden het goed samen, maar een jaar na de opening van de galerie begon ik het benauwd te krijgen. Ik stelde me vragen over onze relatie. De eerste verliefdheid en spanning waren wat zoek en het comfort sloop binnen. Virginie leek ons samenzijn prima te vinden, bij haar was geen spoor van onrust te bekennen. We woonden nog niet samen, maar het leek logisch dat die stap niet lang meer op zich zou laten wachten. Ze grapte weleens dat we samen oud konden worden onder een boom aan het meer met een nest kleinkinderen om ons heen. Ik schrok van mijn reactie als ze zoiets zei. Terstond werd ik teruggeslingerd naar mijn ouderlijk huis in België, waar het soms zo moeilijk samenleven was. Ik nam afstand van Virginie, voelde me opgesloten en onzeker. Het viel me moeilijk want ik zag haar graag. Ze begreep er niets van, hing urenlang huilend aan de telefoon. Ik wou dat ik op zijn minst een paar zinnige, geruststellende dingen kon zeggen. Maar dat kon ik niet. Ze besefte het niet maar dat van die kleinkinderen blokkeerde iets in mij. Ik sliep steeds slechter, kreeg angstdromen en paniekaanvallen. Met mijn beste vriend en collega Luc kon ik praten. Hij had snel door wat er aan de hand was en verwees me door naar Jean, een goede en gereputeerde psychiater. Maandenlang kwam ik wekelijks bij hem over de vloer. Van nature ben ik geen prater, maar de gesprekken met Jean hadden iets geruststellends. Hij liet me vertellen over wat me bang maakte. Onbevooroordeeld. Bijna al mijn verhalen gingen over mijn verleden en dat van mijn familie. Over mijn vader vooral. Ik begon te begrijpen dat ik heel mijn leven oprecht had gewenst om vaker bij hem te zijn. Zijn werk stond als een niet te overwinnen berg tussen ons. De mist in mijn hoofd trok weg naarmate ik begreep hoe de dingen binnen onze familie groeiden en hun sporen nalieten. Geen mens die het zag, voor de buitenwereld was alles peis en vree. Mijn vader was een gewaardeerde politicus die op veel steun kon rekenen, mijn moeder was de sterke vrouw achter haar man. De puzzel viel in elkaar. Confronterend was het moment waarop ik begreep dat ik erg veel op mijn vader leek. Mijn carrière was mijn leven en mijn relatie mijn ontspanning. Jean had geduld. Therapie is best hard werken en zelden is het makkelijk om los te laten. Maar weken later zakte de paniek en langzaam hervond ik mijn slaap. Virginie wist niet veel, maar ze stond klaar als ik haar nodig had en ze gaf ons niet op. Op een avond heb ik haar over mijn angsten verteld. Dat ik niet zeker was dat ik het in mijn relatie, en eventueel in een gezinsleven, beter zou doen dan mijn ouders. Ze reageerde daar heel rustig op. Ieder leeft op zijn manier, met vallen en opstaan. Niemand is perfect en de kunst is volgens haar om, als je ervoor kiest, daarmee te leren leven, op welke manier dan ook. Het is hoe het is. Ik was enorm opgelucht. Ze koos voor mij, voor ons. Zo heerlijk eenvoudig pakt Virginie de dingen aan. Ik ben lang boos geweest op mijn ouders. Ik vermoed dat ik die tijd nodig had. Met de hulp van Luc en Jean heb ik veel uitgeklaard voor mezelf. Op een dag was het over. Samen met Virginie ben ik naar België gereisd en heb ik voor het eerst met mijn vader gepraat. Niet erg lang, maar het was een begin. Sinds dat gesprek durf ik geloven dat ik, ondanks mijn ambitie, op mijn manier een fijne partner kan zijn. En een goede vader, maar dat verlang ik niet echt. Ik werk nog steeds hard en doe mijn job graag. Kinderen staan niet op mijn verlanglijstje, noch op dat van Virginie. We zijn blij met wat we hebben. Met de kinderen van mijn broers en zussen schiet ik prima op. Elke zomer komt heel de familie enkele dagen naar Genève. We maken dan lange boottochten op het meer. Een grote, vrolijke bende. Ik ben veel rustiger dan vroeger, meer zelfverzekerd. Daardoor gaat het ook met Virginie erg goed. We hebben nu al vier jaar een relatie, wonen al een tijd samen en overwegen serieus om een appartement te kopen. Een kleine stap voor buitenstaanders maar een reuzenstap voor mezelf.DOOR TINE MAENHOUT'Als twaalfjarige heb je niets aan vierhonderd gasten op je communiefeest' 'Ik was enorm opgelucht. Ze koos voor mij, voor ons. Zo heerlijk eenvoudig pakt Virginie de dingen aan'