Meteen met de deur in huis : wat betekent mode voor jullie ?

David : De vrijheid om te kiezen wat ik draag, hoe ik mezelf zie en voel, los van trends.
...

David : De vrijheid om te kiezen wat ik draag, hoe ik mezelf zie en voel, los van trends. Griet : Een persoonlijke beleving en fascinatie voor de manier waarop mensen zich kleden, of dat zich nu uit in trends, het dagelijkse leven, film, dans of noem maar op. Julie : Mij gaat het meer om de expressieve kwaliteiten van kleding, de emotie die zij losmaakt, vooral in de wereld van film en muziek. Femke : Een passie die mijn levenswijze volledig bepaalt. En natuurlijk een manier om mijn creativiteit te uiten. Linde : Voor mij gaat mode over schoonheid, over snit, lijnen, stof, het achterliggende concept. Het is een gevoel, of ik iets mooi vind of niet. Linde : Ik geloof ook niet dat dit bij mij het geval was. Griet : Ik heb sowieso altijd een nuance gevoeld tussen de manier waarop ik mij kleed en wat er in de modewereld gebeurt. Mijn eigen kledij is veel persoonlijker, staat los van wat ik op dat moment goed vind op gebied van mode. Julie : Die trends werken soms ook vervelend. Ooit kocht ik in een kringloopcentrum een sjaal met doodskoppen op, die ik later ergens heb achtergelaten. Op datzelfde moment had Alexander McQueen ook zo'n sjaal ontworpen. Toen ik het internet afzocht naar een sjaal zoals die van mij, vond ik allemaal nep-McQueensjaals voor 150 euro. Uiteindelijk heb ik er eentje gevonden voor vier euro in de Boothill Shop. Trends maken een stuk plots speciaal, terwijl het uiteindelijk erg banaal is. Griet : Dat is afhankelijk van ontwerper tot ontwerper. En dan nog, meestal zijn een aantal stukken uit een collectie draagbaar, terwijl de rest dat niet is. Ik zie wel meer en meer draagbare mode op de catwalk. David : Dat is ook omdat we evolueren, denk ik. Toen ik als kind defilés bekeek, leek alles ondraagbaar en té gewaagd. Nu durf ik meer. Het hangt ook af van de stad waarin je woont. Vergelijk Antwerpen met Gent en je merkt al een verschil. Linde : Is Gent niet gewoon alternatiever dan Antwerpen ? Julie : Of meer op muziek gericht, terwijl Antwerpen meer fashion is. Maar België valt best mee. Als ik in Colette in Parijs rondloop, word ik bijna misselijk van al die extravagante mensen. Op de duur worden zij trouwens ook een grijze massa, dan krijg je gewoon het tegenovergestelde effect. Griet : Vrij ergerlijk vind ik dat, mensen die kleren dragen alleen maar om ze te etaleren. Femke : Mannen die van top tot teen in Tommy Hilfiger rondlopen bijvoorbeeld... Griet : Daar ben ik totaal niet mee bezig. Ik word liever niet met labels geassocieerd. David : Ik vind het ook fijn als mensen op een feestje herkennen welk label of welke ontwerper ik draag, zonder dat het logo erop staat. Linde : Maar het is ook dubbel. In elke winkel vind je dezelfde kleren, dezelfde stoffen, dezelfde modellen. Het merklogo is vaak het enige dat nog het onderscheid maakt. Femke : Absoluut. Als je een duurder stuk koopt, wil je dat het goed is. Een shirt van vijf euro uit H&M, daar moet je niet veel van verwachten. Griet : Dat klopt, ik vind het niet erg dat die kleren na een tijdje stuk gaan, dat weet ik op het moment dat ik ze koop. Linde : Maar met merkkledij gebeurt het toch ook vaak dat ze na een paar keer wassen verkleuren ? Femke : Tuurlijk. Of wollen pulls die gaan pluizen. Julie : Ik vind het gewoon fijn dat een duurder stuk onmiddellijk perfect zit en dat dit na een paar wasbeurten nog steeds zo is. Als ik me snel moet klaarmaken, weet ik precies wat ik moet aantrekken. Griet : Martin Margiela. Hij is niet zo doordrongen van heel dat modegebeuren, ik heb het gevoel dat hij vrijer is. Zijn lijn is vrij conceptueel, je voelt er niet zo de trends in. Dat apprecieer ik in mode, dat het niet alleen om commercie en confectie gaat, maar meer om het eigen beeld dat je als ontwerper doordrijft. Julie : Ik heb het ook voor Margiela, hij blijft zijn eigen ding doen. Femke : Ann Demeulemeester. Ze werkt bijna altijd met zwart, maar toch kan je aan de fijne details haar handtekening herkennen. David : De manier waarop Raf Simons steeds grenzen probeert te verleggen en nieuwe stoffen creëert, vind ik schitterend. Hij heeft niet eens een modeopleiding gehad, hij is industrieel vormgever. Linde : Idem, om dezelfde redenen ook. Het probleem is dat je als ontwerper snel in vakjes wordt gestoken. Hij kan zich daarvan losmaken, omdat hij een volledig andere achtergrond heeft. David : Op stockverkopen of beurzen voor jonge ontwerpers. Julie : Ik vond ook enkele stukken op eBay, een jasje van Marc Jacobs bijvoorbeeld. Maar het blijft een risico, je moet afgaan op een afbeelding. Femke : Ik heb er het geld niet voor, wat vrij frustrerend is. Griet : Schoenen van Veronique Branquinho. Ik heb er vijf jaar op gelopen, met als gevolg dat ze nu volledig versleten zijn. Julie : Bij mij waren het de 'bokkenpoten' van Margiela. Ik kocht ze toen ik nog op de humaniora zat, maar durfde ze nooit te dragen. Ik heb er al vaak over gedacht ze weg te doen, maar nu je mij die vraag stelt, besef ik dat ik dat eigenlijk niet wil. Het was het eerste waaraan ik mijn eigen geld uitgaf. Femke : Ik kocht ooit een T-shirt van Bikkembergs, nog vóór de helft van het land ermee rondliep. Ik heb het hooguit twee keer gedragen. David : Een souspull van Xavier Delcour, ook een miskoop eigenlijk. Toen ik ermee thuis kwam zag ik dat hij veel te smal was. Griet : Ik zie toch elk jaar meer copycats op straat. Julie : Ik koop er enkel basics. Als ik in Gent in H&M rondloop, zie ik stukken hangen die ik al tien keer op straat ben tegengekomen. In grotere steden of andere landen vind ik er soms wel leuke dingen. David : Het is moeilijk om die ketens links te laten liggen, ze blijven natuurlijk goedkoop. Maar ik koop toch liever iets dat in België gemaakt is, uit respect naar de designer toe. David : Ja. Ik combineer : tweedehands, confectie en design. Ik denk dat dit een algemene trend is trouwens. Linde : Omdat wij nu iets ouder zijn, kunnen we het ons af en toe permitteren iets duurder te kopen. Als puber kan dat niet en val je sneller terug op die ketens. Tenzij je rijke ouders hebt natuurlijk. Julie : Mijn winkelgewoonte is ook veranderd. Vroeger ging ik vaak met vriendinnen shoppen in Gent of Antwerpen. Toen liepen we die ketens altijd binnen. Nu doe ik dat nog zelden, ik spring gewoon regelmatig de winkels binnen die ik interessant vind. Griet : Ik kan toch nog altijd van een shoppingdag in Antwerpen genieten. Griet : Moeilijke keuze. In Brussel zijn er redelijk wat vintagewinkeltjes waar ik graag heen ga, maar die zijn er in Antwerpen eigenlijk ook. Ik zou echt niet kunnen kiezen. Julie : Antwerpen heeft nu Filippa K en APC, daar vind ik bijna altijd iets origineels. Dus : Antwerpen. Griet : Ik vind het een goed concept. Het is fijn dat sommige ontwerpers zich niet te goed voelen om een mainstream collectie te produceren. Femke : Een mooi concept is het wel, maar Stella McCartney voor H&M vond ik toch maar niets. David : De massahysterie errond is wel grappig. Vreemd dat die uitblijft voor bis-lijnen van andere ontwerpers. Griet : Dat moet je ook in zijn context zien. Plots wordt onbetaalbaar design bereikbaar voor gewone mensen. Normaal dat daar nogal commotie rond is. David : Absoluut. Ik vind ook dat vrouwenkleren mooier zijn. Sobere mannenkledij, met fijne details, vind je zelden. Vaak neigen ze naar de glamoureuze Italiaanse trends. Niets voor mij. Ook gênant trouwens als ik in een winkel iets leuks vind, en een verkoopster komt zeggen dat "de mannenkleren eigenlijk aan de andere kant van de winkel liggen". Linde : In H&M zie je voor mannen altijd dezelfde stijl : hiphop, r&b of punk. Bij vrouwenkleren is dat minder. Julie : Nieuwe ketens als American Apparel proberen wel voor mannen en vrouwen meer dezelfde kleren te maken. Zij maken geen onderscheid tussen de trends. Julie : Die plastieken armbandjes. Plots loopt iedereen ermee rond, zelf vrouwen van boven de zestig. Griet : De Scapa-, Von Dutch- en Bikkembergshype heb ik nu wel gehad. Iedereen loopt tegenwoordig met een Scapakruis op de rug of een voetballer op de buik. David : Muzieksterren die plots kleren beginnen te maken. Waar komt dat in godsnaam vandaan ? Ze ontwerpen ze niet eens zelf, maar zetten er gewoon hun naam onder. Femke : Het is al zover gekomen dat ze allemaal hun eigen parfum hebben. Maar de leukste trend ? De truitjes met kimonomouwen. David : En de kniebroekjes voor vrouwen. De garçonnet-look in het algemeen eigenlijk. Marjolijn Vanslembrouck