We ontmoeten Frederic Hooft in zijn meubelgalerie in hartje Gent. Zijn bureau, een magnifieke tafel van Christophe Gevers, ligt vol met dossiers waar hij momenteel aan werkt. Niet alleen is dit zijn werkruimte, het is ook de plaats waar hij alle meubels die hij koopt en verkoopt stockeert. In zijn showroom staat maar een beperkt aanbod van zijn totale collectie. Hij houdt ervan om regelmatig stukken te veranderen, zodat de galerie de passanten en bezoekers telkens weer verrast. Onder de galerie zit een kelder waar het merendeel van zijn collectie staat en netjes aan het oog onttrokken blijft. Zijn secret stash, zeg maar. "Ik krijg af en toe de vraag van iemand of ze eens in mijn depot mogen rondneuzen, maar dat wil ik niet", lacht hij. "Alles staat er door elkaar, de meeste stukken zijn ingepakt of met dekens overdekt, nee: het is niet ideaal om er bezoekers te laten grasduinen."
...

We ontmoeten Frederic Hooft in zijn meubelgalerie in hartje Gent. Zijn bureau, een magnifieke tafel van Christophe Gevers, ligt vol met dossiers waar hij momenteel aan werkt. Niet alleen is dit zijn werkruimte, het is ook de plaats waar hij alle meubels die hij koopt en verkoopt stockeert. In zijn showroom staat maar een beperkt aanbod van zijn totale collectie. Hij houdt ervan om regelmatig stukken te veranderen, zodat de galerie de passanten en bezoekers telkens weer verrast. Onder de galerie zit een kelder waar het merendeel van zijn collectie staat en netjes aan het oog onttrokken blijft. Zijn secret stash, zeg maar. "Ik krijg af en toe de vraag van iemand of ze eens in mijn depot mogen rondneuzen, maar dat wil ik niet", lacht hij. "Alles staat er door elkaar, de meeste stukken zijn ingepakt of met dekens overdekt, nee: het is niet ideaal om er bezoekers te laten grasduinen." Hooft is net terug van een week New York, de stad van zijn hart en de plaats waar hij de voorbije maanden regelmatig naartoe trok voor een opdracht: de inrichting van een groot huis in Southampton op Long Island. In 2002 woonde hij al een tijdlang in de Big Apple. Hij was toen 22 jaar en had zijn studies Interieurvormgeving aan het Conservatorium in Gent voortijdig stopgezet. "Ik zat daar niets te doen. Ik moest er plannen maken, maar dat ging mij niet af: ik wou niet tekenen, nu nog steeds niet. Ik kan niet denken op een plan, maar enkel als ik in de ruimte zelf ben. Iemand die voor mij werkt, maakt plannen op basis van mijn krabbels." Voor zijn vertrek naar de Verenigde Staten had hij hier wel al een job gevonden. "Maar ik was zo jong, vol ambitie en wou weg uit België. Ik ben sowieso een onrustig persoon en kan niet lang op één plaats blijven zitten. België was voor mij te klein. Op een avond zei een vriend mij: 'New York, da's iets voor u'. Een beetje later heb ik mijn auto verkocht en mijn appartement onderverhuurd en ben ik vertrokken. Maar na verloop van tijd moest ik toegeven dat het niet werkte, ik was te jong en te onervaren, ik had toen ook nog niet de ballen aan mijn lijf om mijn wil door te duwen." Terug in België vestigt Hooft zich als zelfstandig interieurvormgever in Gent. "Ik wist een paar dingen zeker: ik wou niet voor een baas werken én ik wou iets doen met esthetiek. Dat had ik in de vingers, dat wist ik." En dankzij die eerste werkervaring die hij had opgedaan voor zijn vertrek naar de States, had hij ook al een aantal nuttige contacten gelegd in de wereld van de architectuur. "Mijn allereerste werkervaring deed ik op bij luxetegelspecialist Dominique Desimpel in Knokke. Dominique wou zich op dat moment meer bezighouden met zijn particuliere klanten en zocht iemand om hem te ondersteunen in zijn contacten met architecten. Dat was dan mijn taak en dankzij die job heb ik veel interessante mensen uit de wereld van de architectuur en het interieur leren kennen: Lionel Jadot,Vincent Van Duysen, Xavier Donck, Stéphane Boens, Axel Vervoordt, Christophe Decarpenterie, Tony Fretton, David Chipperfield, Herzog & De Meuron, noem maar op. Dat was een leerrijke periode, maar de lokroep om naar New York te trekken was te groot." Na zijn terugkeer uit New York kon hij via via een kijkwoning inrichten in Sint-Martens-Latem. Een koppel had zijn kaartje meegenomen en contacteerde hem voor de renovatie van een kleine badkamer, zijn allereerste project ooit. "Daar heb ik nog toeren uitgestoken", lacht hij. "Ik wist hoe ik de badkamer wou inrichten en had mijn materialen gekozen. Maar nadat ik de bestaande badkamer had laten uitbreken, kwam ik 's avonds thuis en vroeg me af: 'Maar hoe ga ik dat nu doen?' De loodgieter had me allerlei technische zaken uitgelegd, maar ik wist echt niet wat dat allemaal was... ik had geen bouwachtergrond. Gelukkig is alles in zijn plooi gevallen." Vijftien jaar later woont en werkt hij nog steeds in de Arteveldestad. "Ik heb een haat-liefdeverhouding met deze stad. Ik hou van Gent zolang ik er niet te lang moet zitten. Want Gent is ook zo klein, het is een groot dorp. Je kunt er niet anoniem zijn, iedereen kent elkaar. Dat is op een manier aantrekkelijk, maar het werkt ook beperkend. Het is hier soms saai. Daarom moet ik af en toe ontsnappen. Eva (zijn vriendin, grafisch ontwerpster Eva Goethals, red.) en ik hebben vorig jaar een huis gekocht in het noorden van Ibiza, waar we op adem kunnen komen. Maar ik geef toe, ik keer ook graag terug naar Gent en eigenlijk is het hier goed wonen en leven." Maar deze stad is niet noodzakelijk een eindpunt. "Een terugkeer naar New York sluit ik nooit uit. Het blijft een droom voor mij, want die stad heeft me altijd aangetrokken. Destijds is het mij niet gelukt omdat ik te jong was, maar misschien geef ik het ooit een nieuwe kans." Om zijn visie op interieurinrichting te illustreren neemt Hooft ons mee naar een appartement in Gent. "Ik wil iets moois creëren wat dient als uitgangspunt, het is daarna aan de eigenaars om zelf zaken toe te voegen, om er hun eigen ziel in te steken. In dit appartement heb ik een mooie keuken in messing laten plaatsen, lang voor dat een trend werd. Toen ik het project opleverde, was het appartement een witte doos met een zeer opvallende keuken. In de loop van de jaren heeft de eigenaar ontzettend veel kunst en meubels in huis gehaald en zelf zijn appartement ingericht: met stukken van op een beurs, van een brocante, van bij een jonge ontwerper, enz. Daar zitten meubels tussen die ik misschien zelf niet zou kiezen of mooi vind, maar dat doet er niet toe. Waar het mij om gaat, is dat de man een persoonlijk interieur heeft gecreëerd met zijn eigen accenten. Ik wil mijn klanten adviseren, sturen en iets bijbrengen, maar wil niet dat ze eindigen met een voorgekauwd interieur, waar alles uit dezelfde designwinkel komt. Dat is samengevat waar ik als interieurontwerper voor sta." Recent richtte de Gentenaar een apotheek en een brillenwinkel in, twee realisaties waarmee hij nog geen ervaring had. Hoe begin je aan zoiets? "Ik zou het niet weten", lacht hij. "Nadat ik die opdracht van de brillenwinkel had aanvaard, ben ik thuisgekomen en heb ik een half pakje sigaretten gerookt en zitten nadenken. Ik ga niet zitten zoeken op internet, heb geen Pinterest-account, maar denk na over wat ik graag zie. En dan begin ik de zaken in te vullen en vallen de puzzelstukken beetje bij beetje in elkaar. Natuurlijk moet je rekening houden met een aantal praktische beperkingen: een brillenwinkel heeft nu eenmaal zoveel lopende meter schapruimte nodig, bijvoorbeeld. Maar geloof me: het komt er ook niet allemaal onmiddellijk uit. Soms voel ik het ook niet en dan moet je je daarbij neerleggen. Ik heb ook geen signatuur. Ik probeer nooit twee keer hetzelfde te doen. Bepaalde architecten hebben een duidelijke stempel: ze maken prachtige dingen, maar verrassen niet altijd. Dat vind ik minder interessant. Mocht ik veel geld hebben, dan laat ik een nieuw huis bouwen en laat ik elke ruimte inrichten door een andere architect of interieurdesigner: Glenn Sestig, Jean Philippe Demeyer, Renaud Depooter, Gert Voorjans, of met enkele buitenlandse architecten... da's toch veel plezanter dan alles in dezelfde stijl te realiseren?" Zijn inspiratie vindt Frederic alleszins niet op beurzen. "Ik ga al jarenlang niet meer naar de designbeurzen in Parijs en Milaan. Toen ik die laatste vroeger bezocht, bekroop mij telkens hetzelfde gevoel op de terugvlucht naar Brussel: 'Wat heb ik daar eigenlijk lopen doen?' Je ziet er natuurlijk wel alle nieuwe trends. Maar het probleem is dat je van alles wat je ziet, maar een minieme fractie kunt toepassen in je projecten. En dan nog." Wat is dan zijn grootste inspiratiebron? "Mijn boeken. Van alles wat ik graag zie, koop ik een boek. Ik heb ontzettend veel boeken verzameld over architectuur, interieur, mode en eten en daar haal ik veel goede ideeën uit. Alleen waak ik erover dat ik niet klakkeloos kopieer, maar er elementen uithaal om er totaal iets anders mee te creëren. Ook uit mijn reizen haal ik nieuwe inzichten. Onlangs was ik in Marokko. Ik hou van de eenvoud waarmee zij een badkamer inrichten, bijvoorbeeld. Of hoe ze hun huizen bouwen. Wij hebben de neiging om onze interieurs veel te gecompliceerd te maken. Door eenvoud creëer je vaak ook schoonheid." Hooft is een man die leeft van de impulsen. "Je mag niet te veel nadenken in het leven, je moet je soms gewoon smijten. Als je altijd alles begint te overwegen, doe je uiteindelijk niets meer. Dat uitgangspunt probeer ik zo veel mogelijk toe te passen. Ik heb mijn zaak opgestart en wist hoegenaamd niet hoe die zou evolueren. Ik moet risico's kunnen nemen in het leven. Als ik mijn nek niet kan uitsteken, lukt het niet voor mij. Ik ben ook niet altijd commercieel. Mocht ik op een andere manier werken, zou ik meer geld verdienen, want het gaat bijzonder goed in de bouw vandaag." Ook met de aankoop van zijn meubels is dat zijn manier van werken. "Ik ben altijd op mijn buikgevoel afgegaan en weet nog perfect van elk meubel waar ik het gekocht heb en wat ik ervoor betaald heb. In het begin was dat wel een grote stap. Ik ben letterlijk van nul begonnen. Mijn eerste meubelstukken heb ik gekocht met zesduizend euro die ik van mijn vriendin had geleend, met haar spaargeld in feite."