Stelt u zich even voor dat u het komende jaar enkel thuis gebeld kunt worden, op een vast toestel, dat u geen gebruik zult maken van Facebook om contact te houden met familie, vrienden of kennissen, en vooral : dat u ook op geen enkele andere manier een beroep zult doen op het internet. Alles mag, maar wel : like it's 1984.
...

Stelt u zich even voor dat u het komende jaar enkel thuis gebeld kunt worden, op een vast toestel, dat u geen gebruik zult maken van Facebook om contact te houden met familie, vrienden of kennissen, en vooral : dat u ook op geen enkele andere manier een beroep zult doen op het internet. Alles mag, maar wel : like it's 1984. Wellicht vindt u het niet zo'n handig plan, laat staan dat u er zin in hebt. Goed en wel twintig jaar na hun doorbraak zijn mobiele telefoons en het internet immers overal, en begrippen als on- en offline achterhaald. Die permanente staat van verbondenheid, en de vanzelfsprekendheid ervan, krijgt al even de wind van voren. In de cyberliteratuur verschenen veelzeggende titels als De digitale afgrond van de Britse internetexpert Andrew Keen, De virtuele spiegel van de Nederlandse socioloog Koen Damhuis, en Virtually You van de Amerikaanse psychiater Elias Aboujaoude, over de psychologische en (anti)sociale impact van communicatietechnologie, terwijl gezondheids- en jeugdwerkers zich zorgen maken over onze slaapgewoonten en ons concentratievermogen. In de toeristische sector zijn digital detox-vakanties nu al een gat in de markt. En als zo'n ontwenningskuur of een nettiquettegids niet helpen, dan is er de zelfhulpgroep van de Amerikaanse internetondernemer Dan Shapiro. Die lanceerde vorig jaar The Best Thing This Year, een experimenteel so- ciaal netwerk waarop elke gebruiker jaarlijks slechts één bericht mag posten. Dichter bij huis probeert ook de Antwerpse ontwerper Pieter-Jan Pieters tegen- gewicht te bieden tegen de overheersing van het digitale op het échte sociale leven. Zijn uitvindingen, die nog tot 19 januari 2014 te zien zijn bij Z33 in Hasselt, omvatten onder meer een zitbank die gsm- en wifisignalen onderbreekt zodra er twee mensen op plaatsnemen. Een ander toestel omvat een regelaar die hetzelfde doet : hoe sterker het signaal, hoe groter de ruimte waarin u geen bereik hebt. "Zulke technologie bestaat, maar is voorlopig illegaal", zegt Pieters. "Telecombedrijven zitten hier begrijpelijkerwijs niet op te wachten (lacht)." Maar hoe gaat dat dan in zijn werk, leven zonder gsm- en internetverbinding ? Bram van Montfoort (26), een Nederlandse student journalistiek, schoof op 1 januari 2012 zijn smartphone, laptop en iPad aan de kant en nam de proef op de som. Zijn bevindingen verschenen onlangs in Een jaar offline, een onderhoudend dagboek dat de praktische problemen, maar ook de voordelen van zo'n onderneming blootlegt. "Ik ben geen messias die verkondigt dat we terug naar de prehistorie moeten", zegt van Montfoort. "Het internet is niet de enige reden waarom veel mensen de indruk hebben dat ze overal achteraan hollen en een jachtig leven leiden. Daarvoor volstaat het om in een grote stad te wonen. Maar ik weet uit ervaring hoe snel je in overdrive gaat. Geen face-to-facegesprek meer voeren of uit eten gaan zonder een oogje op je smartphone en binnenkomende e-mails te houden, voortdurend updates posten en reageren, met de iPad naar bed en 's ochtends meteen weer op het internet : dat was mijn leven. Ik was dagelijks zo'n vier uur online, voor een twintiger is dat niet ongewoon. Maar ik schrok wel van mijn gedrag toen mijn vriendin voor een langere tijd naar Australië vertrok en we de avond voor haar vertrek samen doorbrachten in Londen. De hotelkamer bood internettelevisie, en ondanks mijn goede voornemens moest ik toch weer even op Gmail, even op Twitter, dwangmatig bijna. Waar ben je dan mee bezig ?" Bram van Montfoort : Het was uiteraard geen wetenschappelijk onderzoek, maar ik wilde het wel goed doen. Je kunt met jezelf offlinemomenten afspreken of een week Facebook mijden, maar voor mij mocht het wel wat avontuurlijker. Ik kijk met bewondering naar de participatieve journalistiek van Louis Theroux en Günter Wallraff, en op die manier werd het ook meer een zoektocht naar een andere levensstijl. Maar ik probeerde niets te bewijzen. Laat staan om een gids te maken. Ik worstelde vooral met een zekere onrust, ik was voortdurend afgeleid, en dat ergerde me. Hopelijk leverde dat een herkenbaar verhaal op. Toen ik eraan begon, was ik ervan overtuigd dat ik verslaafd was. Daarom sprak ik voor, tijdens en na het experiment ook met een verslavingsdeskundige, die me later zijn aantekeningen bezorgde. Maar van een verslaving bleek geen sprake te zijn, en van fysieke afkickverschijnselen al helemaal niet. Mijn leven ging de eerste maanden gewoon zijn gangetje, en bovendien kreeg ik er een hoop vrije tijd bovenop. Tijd om te lezen, te studeren en aan mijn boek te werken, om me op één ding tegelijk te concentreren : heerlijk was dat. Mijn studieresultaten gingen erop vooruit, en ook in gesprekken met mensen was ik er beter bij met mijn hoofd. Bij een ontmoeting kun je je telefoon ook uitschakelen, maar in je achterhoofd speelt toch het idee dat je bereikbaar moet zijn en weggeroepen kunt worden. Als ik een boeiend gesprek had gehad, bleef dat ook langer hangen, het werd niet meteen gevolgd door andere prikkels. In die zin was ik de eerste maanden aangenaam verrast. De klap volgde pas eind april, begin mei. Op studiegebied had ik het zwaarste toen wel gehad, en daarna kwam de leegte. Dat deed het ook. Ik hoefde niet meer elk nieuwsbericht mee te pikken, alle status-updates van mijn vrienden te lezen, en op de hoogte te zijn van elke nieuwe film of fuif. Maar na enkele maanden voelde ik me wel geïsoleerd. Ik was niet meer op de hoogte van de laatste nieuwtjes en hypes, en daardoor kon ik ook minder gemakkelijk meepraten in gesprekken. De krant vertelt je wel dat de schouwburg een nieuwe productie heeft of dat een band een concert gaf, maar wie er allemaal bij was en wat ze ervan vonden, dat krijg je niet meer mee. Die interactie is voor een twintiger uit de grootstad enorm belangrijk. Bovendien verkleinde mijn sociale wereld aanzienlijk. Kennissen van wie ik af en toe iets vernam via de sociale media, voormalige medestudenten met wie ik contact hield, spontaan afspreken met vrienden, even kijken welke plannen anderen hebben of wie er in de buurt is : dat verdween allemaal, en dat los je ook niet op met een vaste telefoon. Verwacht trouwens niet dat mensen je daar vaak op gaan bellen of je toch wel weten te vinden. Daardoor loop je heel wat uitnodigingen mis. De wereld raast voorbij, en jij zit daar op je eentje. Dat was echt balen. Op kot had ik een Belgisch buurmeisje dat ik wel eens zag, maar tot een gesprek was het nooit gekomen. Van pure miserie heb ik in mei dan toch eens aangebeld (lacht). In die zin was het goed om niet voortdurend met de hele wereld verbonden te zijn, maar met het hier en nu. Hoe dan ook worden je sociale contacten lokaler als je offline gaat, maar voor de meeste mensen ben je moeilijk bereikbaar en misschien wel asociaal. Je partner kan je ook niet zomaar een geheugensteuntje sturen. Voor heel wat praktische zaken en informatie was ik bovendien op face-to-facecontact en tijdrovende afspraken aangewezen. In plaats van dingen op te zoeken, had ik mensen nodig die me daar iets over konden vertellen. Door zo extreem offline te gaan had ik plotseling enorm veel tijd over. Ook om na te denken en stil te staan bij dingen die je anders verwaarloost. Bovendien hield ik mensen per brief op de hoogte van mijn project, zodat ik vanzelf heel erg bezig was met vragen als 'wat doe ik ?' en 'wat wil ik' ? Dat was soms zwaar, maar zo leerde ik wel meer over mezelf. Dat de nieuwsjournalistiek me eigenlijk niet aanspreekt bijvoorbeeld. Aanvankelijk las ik heel intens de krant en tijdschriften, maar dat is niet hetzelfde als Twitter, waarop alles belangrijk lijkt en je overal achteraan holt. Die tijd kun je ook aan een boek over een actueel onderwerp besteden. Een ander inzicht was dat ik weer contact wilde aanknopen met mijn vader. Ik maakte voortdurend citytrips, en bij hem ging ik nooit op bezoek. Belachelijk eigenlijk. Misschien had een lange trektocht of wereldreis hetzelfde resultaat opgeleverd, maar blijkbaar was het voor mij voldoende om offline te gaan. De beste aanbiedingen gaan natuurlijk aan je neus voorbij, en ook administratieve procedures als het aanvragen van een visum vergen veel moeite. Maar verder kun je best reizen zonder internet. Tijdens een bezoek aan Berlijn met vrienden liep ik achter hen aan, omdat zij wel op de hoogte waren van de hippe feesten en zij dus het programma bepaalden, maar op mijn eentje op reis in Zuid-Amerika kon ik heerlijk improviseren. In plaats van alles op voorhand uit te zoeken en te plannen, liet ik me veel meer meevoeren door de wind en me verrassen. Dat had ik zelfs al in Nederland. Als ik onderweg een probleem had, dan klampte ik iemand aan, en als ik moest wachten, zat ik niet op mijn mobieltje te kijken, maar dan keek ik om me heen. Ook gesprekken met vrienden en familie liggen veel minder vast als je de sociale media mijdt. Want daar presenteren mensen toch een bepaald beeld van zichzelf, en op basis daarvan voer je dan gesprekken, vaak volgens een vast stramien. Zonder al die voorkennis zit je al gauw over heel andere dingen te praten. Aanvankelijk wilde ik alles inhalen wat ik een jaar lang gemist had, maar ik zit niet meer zo intensief als vroeger op internet. Ik gebruik het nu eerder doelgericht, niet meer uit gewoonte of om de tijd te doden. Updates post ik nauwelijks nog, en de behoefte om voortdurend te liken en te re-tweeten is weg. Ik probeer ook niet meer krampachtig op de hoogte te blijven van wat andere mensen plaatsen. Ik vind het leuker om met vrienden af te spreken en dan te horen wat ze allemaal doen in plaats van dat op Facebook of Twitter te lezen. In die zin ben ik selectiever geworden. Álles weten hoeft niet meer, en het kost me ook geen moeite om niet bereikbaar te zijn. Even niets van je laten horen, dat is echt niet asociaal. Ik heb het ook sneller in de gaten als iemand met zijn hoofd bij Twitter of Facebook is. Maar ik ben geen fundamentalist. In bed ligt de nieuwe smartphone van mijn vriendin tussen ons in, onder het hoofdkussen, zo ver reikt mijn invloed (lacht).DOOR WIM DENOLF"Offline ging mijn leven gewoon zijn gangetje, en bovendien kreeg ik er een hoop vrije tijd bovenop"