Peter De Potter
...

Peter De PotterGuy Bourdin, geboren in 1931, wou niet eens een modefotograaf worden. Zijn roeping, zo vond hij zelf, was schilderen. Tot hij het werk van de surrealisten ontdekte, met name dat van Man Ray. Als jonge twintiger was Bourdin zo bezeten van de legendarische Amerikaanse kunstenaar, dat hij herhaaldelijk als een stalker ging aanbellen aan diens huis in Parijs. Na vele vruchteloze pogingen werd hij uiteindelijk binnengelaten; hij toonde Man Ray zijn tekeningen en zijn amateurfoto's, voornamelijk stilistisch geavanceerde, tamelijk morbide stillevens. Man Ray was danig onder de indruk. In de catalogus van Bourdins daaropvolgende eerste tentoonstelling schreef hij dat Bourdin fotografeerde "met de vanzelfsprekendheid waarmee een boomblad zich naar het licht richt". In de winter van '54 legde Bourdin, eerder uit werkgebrek dan uit passie, zijn portfolio voor aan Vogue. De redactie kon niet veel aanvangen met zijn artistieke beelden, maar op basis van zijn overduidelijke technische onderlegdheid wou men het er toch op wagen. Zijn eerste opdracht luidde: hoeden fotograferen. Een maand later stond het resultaat afgedrukt in Vogue, te midden de elegante, charmante beelden van Erwin Blumenfeld en Henry Clark: een mannequin in een slachthuis, vijf afgehakte kalfskoppen (tong uit de bek) bengelend boven haar hoed van Claude Saint-Cyr. Ondanks de lawine van boze lezersbrieven bleef Vogue trouw aan Bourdin, en Bourdin aan Vogue. Dertig jaar lang, zonder onderbreking, werkte hij voor het luxeblad, eerst als leverancier van beautyfoto's, later als huisfotograaf annex onaantastbaar paradepaard. Naarmate de modefotografie aan status won en de wereldse zeden losser werden, veranderden ook de beelden van Bourdin: zijn oeuvre uit de vroege sixties is nog schelms en vrijblijvend, dat van later, uit de seventies en het begin van de eighties, veel donkerder en doorwrocht. Diep van binnen bleef Bourdin een surrealist, in de trant van Hans Bellmer of André Breton, maar met de jaren manifesteerden zijn eigen obsessies zich steeds duidelijker en vooral onbeschaamder. Seks en dood, verleiding en misdaad: als in een vervolgverhaal diepte hij het allemaal uit en bij elke aflevering hield het kijkpubliek benieuwd de adem in. De foto's van Bourdin zijn genadeloos: wie ernaar kijkt kan niet meer ontsnappen. Het enige wat de toeschouwer nog kan helpen, is diens eigen fantasie, hoewel die het alleen maar erger maakt. De modereeksen van Bourdin zijn het best te omschrijven als filmische visioenen, of als gecodeerde, altijd erotische taferelen. Er is geen opbouw en ook geen ontknoping: Bourdin toont alleen een gegeven dat zo ambigu is dat het meer vragen oproept dan uitsluitsel geeft. Op een foto uit '76 staat een meisje in een opwaaiende rode avondjurk. Een boa constrictor kringelt naar de zoom van haar japon, terwijl het model een borst ontbloot. Een ander beeld, uit '75, toont een scène in een restaurant. Een vrouw lonkt voorzichtig naar een heer in smoking aan de tafel naast haar. Op de voorgrond, op het kamerbreed tapijt, rollen twee mannen vechtend over de vloer.Een typische Bourdin-foto is besloten, op het claustrofobische af. Hij schiet in halfverlichte badkamers of benepen hotelkamers, in donkere wouden of in tunnels. Er tekenen zich langwerpige schaduwen af of vervormde contouren. De modellen lachen zelden, maar hebben een witte huid en een starre blik, als automaten. Als ze emotie tonen dan is het angst, of manie, soms ook losbandige vervoering. Een controversiële foto uit '82 laat een wanhopige vrouw in een telefooncel zien, aan de rand van een bos, ernaast twee andere, schijnbaar dode meisjes op een zandberg gelegd, hun bovenlichamen bedekt met krantenpapier.Onlangs schreef het Amerikaanse modeblad W dat het voor Bourdin-aficionado's een ware uitdaging is om het publiek van vandaag ervan te overtuigen dat Bourdin geen Markies De Sade van de modefotografie was, maar een grootmeester in pracht en beheersing. Misschien wordt Exhibit A, zijn eerste postume monografie, als een relikwie uit vervlogen tijden bekeken, toen fetisjisme en decadentie even ingeburgerd waren als de voorhanden glamrock en discomuziek. Maar zovele jaren later ogen Bourdins foto's naast technisch perfect en ongemeen strak, nog steeds even sinister en intrigerend. Het bewijst dat de prenten allesbehalve losse flodders van een misogyne maniak zijn. Het maakt ook de vele, nooit helemaal gestaafde geruchten over zijn leven en werkwijze overbodig. De vele levenloze of verongelukte modellen in zijn foto's zouden verwijzen naar zijn twee echtgenotes die allebei onder verdachte omstandigheden gestorven waren. Zijn voorkeur voor roodharige mannequins zou te maken hebben met de haarkleur van zijn moeder, die hem op jonge leeftijd in de steek had gelaten. Dergelijke veronderstellingen maken zijn oeuvre alleen maar mysterieuzer. Zelf gaf Bourdin nooit tekst en uitleg. Hij sloot zich op in zijn studio in de Marais, een immens, quasi-gotische huis. Niet voor niets wordt hij nog steeds de Stanley Kubrick van de fotografie genoemd. Exhibit A focust vooral op zijn reclamefoto's voor het schoenenmerk Charles Jourdan, waarvoor hij vanaf '67 tot kort voor zijn dood (in '91) werkte. Het zijn z'n meest bekende, misschien wel beste beelden, ook al omdat hij ongeremd kon experimenteren met het meest geseksualiseerde kledingobject ooit, de schoen. Wie zich zorgen maakt over de stand van zaken in de huidige reclamevoering, zal waarschijnlijk enigszins gerustgesteld terugkijken naar Bourdins surreële, zwarte-humorprenten van drie, met touw aan elkaar gebonden benen die over een spoorweg liggen, een volledig in dik plastic ingepakte vrouw met pumps in haar armen, of een geëxciteerd meisje in een jadegroene jurk, met een ingelijst portret van John Travolta tussen haar gespreide benen. Those were the days, en dat was Bourdin. Guy Bourdin, Exhibit A, uitgeverij Jonathan Cape/Random House, ISBN 0-224-06204-2.