Door Jesse Brouns
...

Door Jesse BrounsTom Ford (47) heeft amper stilgezeten sinds zijn vertrek bij de machtige Gucci Group, bijna vijf jaar geleden. Richtingloos eerst, en radeloos. Omdat hij, naar eigen zeggen, nooit had nagedacht over de toekomst. Interview na interview beschreef hij de eerste zes maanden op eigen benen als verwoestend. "Ik ben door een zware crisis gegaan", vertrouwde hij Paris Match toe. "Zoals na een scheiding. Maar ik ben niet nostalgisch." In The International Herald Tribune evoceerde hij een ernstige depressie. "Ik had geen identiteit, geen carrière." Als creatief brein achter de spectaculaire wederopstanding van Gucci, tussen 1994 en 2003, schiep Ford de identiteit van een heel decennium : de jaren negentig als een mondaine, door seks en rijkdom geobsedeerde periode. Hij was de donkere prins van de luxe, een playboy met openstaand hemd en een opvallend klassieke, grotendeels door het oude Hollywood ingegeven smaak. Ford draaide, wat de mode betreft, de klok met minstens twintig jaar terug. Zijn ideaal was elitair en vulgair tegelijk. Slechte smaak verpakt als goede smaak. Maar de ontwerper wist, met de hulp van zakenman Domenico De Sole, zijn visie goed te verkopen. Gucci, een merk dat sinds de late jaren zeventig bijna was weggedeemsterd, werd in hun handen een ongelooflijk succes. Ford groeide op in een aantal voorsteden in achtereenvolgens Texas en New Mexico. Zijn ouders werkten als makelaars in de immosector. Als tiener droeg Ford olifantenpijpen, mocassins, kralen. Hij was niet bijzonder sportief en als kleine jongen ook niet echt geliefd op school. Tot hij, in de stijl van het lelijke eendje, een knappe tiener werd. "Van de ene dag op de andere was ik populair. Ik leerde mijn looks te gebruiken." Hij had seks met meisjes omdat hij er geen moeite voor hoefde te doen. "Ik besefte niet eens dat ik eigenlijk een voorkeur had voor mannen." Op zijn zeventiende vertrok hij op zijn eentje naar New York. Hij ging er kunstgeschiedenis studeren, maar schakelde geen jaar later over op binnenhuisarchitectuur en verdiende geld als model en acteur in reclamefilmpjes. Hij had een intensief nachtleven, bracht veel tijd door in de notoire Studio 54, en werd opgenomen in de kliek rond Andy Warhol. Zijn latere werk voor Gucci kan worden beschouwd als een lang uitgesponnen hommage aan de duistere disco van die periode. Ford ontdekte de mode tijdens een verblijf in Parijs, waar hij via een vriendin stage kon lopen bij Chloé. Terug in New York, met zijn diploma binnenhuisarchitectuur op zak, zocht hij een baan in de textielindustrie. Cathy Hardwick, een ontwerpster, ging door de knieën voor zijn verleidingstactieken. Ford werkte twee jaar als haar assistent. In 1988 werd hij assistent van Marc Jacobs bij Perry Ellis en in 1990 werd hij door de in modekringen legendarische zakenvrouw Dawn Mello aangeworven als chef-ontwerper voor de damescollecties van Gucci. Toen het Italiaanse familiebedrijf werd overgenomen door achtereenvolgens een investeringsvehikel uit Bahrein en de Franse distributiegroep PPR, werd de rol van Ford steeds groter, zij het voornamelijk achter de schermen. Vanaf 1992 overzag hij niet alleen de kledingcollecties, maar ook het imago, de winkelinrichting, de advertentiecampagnes en de parfums. Twee jaar later werd hij officieel creatief directeur van het merk. Tussen 1995 en 1996 steeg het omzetcijfer van Gucci met 90 percent. PPR gaf Ford later ook de creatieve verantwoordelijkheid voor een ander, nog legendarischer merk in zijn portefeuille : Yves Saint Laurent. Waar hij minder succesvol was, en overigens flink tegenwerking kreeg van de voormalige eigenaars, Pierre Bergé en Saint Laurent zelf. Begin 2004 hielden Ford en De Sole het voor bekeken bij Gucci, na hevige discussies over hun te vernieuwen contracten. Gucci, zo bleek later, kon gerust zonder Ford. De collecties van zijn opvolgster Frida Giannini (zie p.84) spraken misschien minder tot de verbeelding, maar de nieuwe rijken van Rusland en het Midden-Oosten waren, en zijn, er dol op. Als een van de belangrijkste ontwerpers van de eeuwwisseling heeft Ford veel invloed gehad, veel geld verdiend. Uit een recent interview met het Nederlandse mannenblad Fantastic Man : "Ik heb alles wat ik wil. Ik heb, ik weet niet, vijftien Warhols, goede Warhols. En Calder, Franz Kline, Motherwell." Ford heeft recentelijk een gedeelte van zijn vastgoedpatrimonium van de hand gedaan en woont tegenwoordig met zijn partner, Richard Buckley, in Londen. Geld heeft hij nog genoeg. De belangrijkere vraag is of Ford nog invloed heeft op de mode, of die weer kan krijgen. Even leek hij de weg kwijt. In de pers evoceerde hij een nieuwe carrière als filmregisseur, voorlopig zonder resultaat. Hij poseerde met naakte actrices op de cover van Vanity Fair en met naakte, als buitenaardse wezens verklede modellen van beide geslachten voor een modeproductie van W. Uiteindelijk lanceerde hij een lijn zonnebrillen, en een capsulecollectie parfums voor Estée Lauder. "Toen ik met de brillen begon, zei iedereen : brillen, wat vreemd ! Maar ik wist natuurlijk dat de inkomsten van die brillenlijn de rest van mijn plannen konden financieren." Die plannen staan intussen op rails : een lijn prijzige, alles welbeschouwd erg klassieke pakken, hemden en accessoires voor stijlvolle zakenmannen en nachtbrakers/renteniers, in samenwerking met het Italiaanse bedrijf Zegna. Ford heeft intussen al achttien boetieks, onder meer in New York, Milaan, Dubai, Qatar en Moskou, steden waar een fijn pak nog een zekere waarde heeft. Of de nieuwe onderneming van Ford een duurzaam succes wordt, valt nog af te wachten. Hij heeft in elk geval de tijdgeest tegen. De glossy decadentie van het fin de siècle is voorbijgestreefd. Bovendien heeft het formele mannenpak in onze contreien, op Londen na, nog relatief weinig aanhangers. Maar dat is anders in de rest van de wereld. Het is nu aan Ford om genoeg mannen ervan te overtuigen dat zijn pakken beter zijn en exclusiever dan die van de concurrentie.