Een lezer, ik zal hem gemakshalve niet van een naam voorzien, schrijft dat hij hoopt dat ik mijn job verlies. Dat is iets minder haatdragend dan 'val dood' of 'krijg de pokkentering', maar in de ranking van narigheden die een mens kunnen overkomen, scoort het toch vrij hoog.
...

Een lezer, ik zal hem gemakshalve niet van een naam voorzien, schrijft dat hij hoopt dat ik mijn job verlies. Dat is iets minder haatdragend dan 'val dood' of 'krijg de pokkentering', maar in de ranking van narigheden die een mens kunnen overkomen, scoort het toch vrij hoog. Waarom is die man zo kwaad op mij ? Volgens hem heb ik smalend over de Fortis-aandeelhouder geschreven. Nu staat de Fortis-aandeelhouder niet in het centrum van mijn belangstelling. Ik moet dan ook zoeken naar de 'smalende' zinnen die ik blijkbaar op papier heb gezet, en die deze man zo boos hebben gekregen dat hij mij beroofd wil zien van mijn Mega Mindy-boterham. Na wat geblader in vervlogen nummers vind ik de gewraakte passage terug. Dat ik hardwerkende Vlaming, goede huisvader en gedupeerde Fortis-aandeelhouder lelijke uitdrukkingen vind, had ik geschreven. En verder : "nog een geluk dat ik niet één, nee geen enkel aandeel bezit, wat op dit moment een onvoorstelbare luxe mag heten. Mijn fortuin zit vooral in mijn hoofd, waar het zoniet helemaal dan toch betrekkelijk veilig is." This it is, and nothing more, dat mijnheer X zo in de gordijnen doet klimmen. Hij hoopt dat mijn broodheer zal moeten snoeien, in navolging van andere mediagroepen, en dat ik als emo-schrijver tot de eerste slachtoffers zal behoren. Als hij geld heeft verloren, dan moeten maar meteen de media naar de verdoemenis zodat journalisten zonder aandelen toch ook van de lepel krijgen en niet meer kunnen publiceren. Dat wenst X mij toe, handenwrijvend. En vrede op aarde voor mensen van goede wil. De anekdote toont aan hoe diep het Fortis-debacle in het vlees van veel Vlamingen moet hebben gesneden. Dat nietsvermoedende mannen en vrouwen in de tijd om een reep chocolade te eten een aanzienlijk deel van hun vermogen zagen verschrompelen, is natuurlijk pijnlijk. Ik zal de laatste zijn om daar leedvermaak mee te hebben, maar me dunkt dat we hier toch een beetje de pedalen aan het verliezen zijn. Beleggen in aandelen blijft nu eenmaal een vorm van gokken en gokken kan, zoals bekend, ook tegenvallen. Niemand is verplicht om aandelen te kopen. Wie het doet, koestert toch de stille hoop om slapend rijk te worden. Deze cultuur van de gulzigheid is de laatste jaren aangewakkerd door de medewerkers van banken en spaarkassen, die je aandelen en beleggingsfondsen in de maag probeerden te splitsen onder het mom dat een spaarboekje "toch niets meer opbracht". Eén keer ben ik in de val getrapt, tien jaar geleden. De dotcomcrisis zorgde ervoor dat ik luttele tijd later dertig procent van mijn centen kwijt was. Toen heb ik besloten mij nooit meer te laten vangen. Ik hoef de megawinsten niet, maar bespaar mij ook de ziekmakende verliezen. Laat mijn geld maar lekker slapen, zonder gesnurk of tandengeknars. Ik bedank voor de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van vis en brood. Om terug te komen op mijn vertoornde lezer : ik betreur het, mijnheer X, dat uw portefeuille is geplunderd. Maar om daarom zo wild om u heen te gaan schoppen ? Het is waar, ik zal altijd meer respect hebben voor geld dat met arbeid, creativiteit en ondernemingszin is verdiend dan voor geld dat virtueel werd gewonnen. Voor mij blijft de beurs een soort Keno, een gelegaliseerde vorm van hanengevecht. Ik doe er niet aan mee, wat u mij blijkbaar kwalijk neemt. Toen u royale dividenden en meerwaardes boekte en ik het met een armzalige twee procent interest plus - de lulligheid van dat woord alleen al - getrouwheidspremie moest stellen, heb ik u niet gehoord. Natuurlijk moeten de schuldigen bij Fortis, als er gesjoemeld is, worden gestraft. Toch denk ik dat er méér aan de hand is. Ik denk dat het tijd is dat in onze dolgedraaide wereld het evenwicht tussen prestaties en verdiensten wordt hersteld. Dat we in plaats van de hebzucht iets anders herontdekken, namelijk hoe blij het een mens kan maken om te geven en zich in te zetten. De échte helden van deze samenleving, geachte heer X, zijn voor mij niet de beursgoeroes of aandeelhouders, maar de onderwijzers en de buschauffeurs, de verplegers en de facteurs. En ook de kinderboekenschrijvers. U mag mij dat kwalijk nemen, als het u helpt uw verlies te verteren. Jean-Paul Mulders