Als mensen me vragen waar ik vandaan kom, zeg ik: 'Van Gent.' Dan zeggen ze: 'Jaja, natuurlijk, maar waar kom je echt vandaan?' - 'Gewoon van Gent.' Meestal denken ze dat ik tegendraads ben, maar het is gewoon zo. Ik kan absoluut geen ander antwoord geven.

Ik ben in Gent geboren en getogen. Mijn moeder is Belgische, mijn vader is Algerijn. Ik was acht toen mijn ouders scheidden en ik heb geen contact meer met mijn vader. Ik denk dat hij halfweg de jaren zestig naar hier is gekomen, mijn zus is van '67, dus dat moet zoiets geweest zijn. Voordien had hij in Frankrijk gewoond, maar het fijne weet ik er niet van. Vermoedelijk is hij naar hier gekomen om te werken. Hij moet vrij jong geweest zijn, maar hoe jong? Nu je zo doorvraagt, besef ik hoe weinig ik over hem weet.

Ook met zijn familie is het contact verbroken. Toen mijn ouders nog samen waren, zijn we één keer op familiebezoek geweest in Algerije. Ik was toen vijf en herinner me van die reis alleen de dingen die een kind van vijf zich doorgaans herinnert, bijvoorbeeld dat ik de tomaten niet lustte. Die reis was het enige contact dat ik ooit met die familie heb gehad. Ik ben er ook niet echt nieuwsgierig naar. Het spreekt me gewoon niet zo aan. Als ik tegen mensen zeg dat het me niet interesseert waar ik vandaan kom, zeggen ze dat dat later nog wel zal komen, als ik ouder ben. Maar ik denk niet dat ik ooit op zoek ga, omdat ik niet het gevoel heb iets te missen.

Dat mensen me altijd die ene vraag stellen - 'Waar kom je vandaan?' is zelfs vaak de eerste vraag - is wel redelijk vervelend. Ik zie eruit zoals ik eruitzie en ik heb nu eenmaal deze naam. Ik kan er ook niets aan doen. Er zijn mensen die hun naam veranderen, maar dat kan volgens mij toch de bedoeling niet zijn. Misschien kan ik nu, via dit gespek, voor eens en voor altijd duidelijk maken dat ik die vraag behoorlijk beu ben.

Ik heb altijd in Gent gewoond, ben er altijd naar school geweest, heb er gestudeerd. Ik weet niet of mijn herkomst in het leven van mijn moeder een rol gespeeld heeft. Voor haar zijn mijn zus en ik gewoon haar kinderen, zij is altijd dezelfde gebleven. Ik kan niet zeggen dat mensen me hier achterdochtig bekijken, maar ik voel me wel meer getaxeerd dan iemand anders. Dat zal misschien wel wat met racisme te maken hebben. Maar duidelijk, flagrant racisme heb ik zelden of nooit meegemaakt.

Ik heb ook niet het gevoel dat ik op mijn werk 'de migranten' moet vertegenwoordigen. Ik werk al vijf jaar op de sportredactie van de VRT, dus als dát de bedoeling was geweest, hadden ze waarschijnlijk al veel eerder zoiets moeten doen. Ik ben gewoon zoals iedereen in deze job gegooid. Ik ben licentiaat vertaler en de belangstelling voor sport is er altijd geweest. Mijn grootvader, ook een Gentenaar, hield van voetbal en wielrennen. Die liefde voor de sport is bij ons een familietrekje. Ik weet niet hoe het professionele leven zal evolueren. Ik werk nu voor het Journaal, wil graag in de journalistiek blijven, maar ik zie wel waar ik terechtkom.

Ik reis graag, maar het is niet zo dat ik absoluut naar Algerije wil, misschien dat ik er zelfs eerder niét naartoe ga, omdat iedereen het van mij verwacht. Wat daar gebeurt, interesseert mij omdat ik geïnteresseerd ben in buitenlandse politiek, niet specifiek omdat het in Algerije plaatsvindt. Een optreden van Cheb Khaled doet mij niet méér dan een optreden van K's Choice.

Ik voel mij Vlaming. Als ik terugkom uit het buitenland merk ik dat ik de mensen hier beter ken, hen beter aanvoel. Daarom hoor je me nog niet zeggen: 'Ik ben Vlaming en ben er fier op.' In Brussel spreek ik gewoon Nederlands, daar kijkt men meestal van op. Het gebeurt zelfs dat ik in Vlaanderen in het Frans word aangesproken! Vlamingen die een taalstrijd gevoerd hebben, spreken je bij de eerste beste gelegenheid in het Frans aan. Dát vind ik pas erg."

tekst Johanna Blommaert / foto Patrick De Spiegelaere