Richard Layard, Waarom zijn we niet gelukkig ? Atlas Amsterdam / Antwerpen, 24,90 euro, ISBN 90 450 1504 8.
...

Richard Layard, Waarom zijn we niet gelukkig ? Atlas Amsterdam / Antwerpen, 24,90 euro, ISBN 90 450 1504 8. Ton Lemaire, Met open zinnen, Ambo Amsterdam, 22,95 euro, ISBN 90 263 1743 3.Waarom zijn we niet gelukkig ? Dat is de titel van het recente boek van Richard Layard, hoogleraar economie aan de London School of Economics en oud-topadviseur van Tony Blair. Een ietwat ongewone vraag van een man die toch zijn hele leven met cijfergegevens en dingen als het bnp is bezig geweest. Waarom is groeiende welvaart niet recht evenredig met het geluk en het welbevinden van de mensen ? Het heeft volgens hem allemaal met de balans werk-leven te maken. Geluk wordt volgens Layard verward met de wedloop naar status. Wie meer status en bezittingen wil, zal harder moeten werken om die te verwerven, en houdt dus minder tijd over. En tijd blijkt een sleutelfactor om het geluk van mensen te bevorderen. In de Verenigde Staten wordt harder gewerkt en hebben mensen veel minder vrije tijd en vakantie dan in Europa. Onderzoek wees uit dat in de VS sinds 1975 het ervaren geluksniveau hetzelfde is gebleven, terwijl het in Europa steeg. De balans leven-werken is bij ons helemaal anders ontwikkeld en verder doorgeslagen naar vrije tijd, terwijl hij in de VS gelijk bleef. Inkomen- en statusverslaving worden volgens Layard sterk maar onterecht verbonden met geluk. De onderlinge afspraak om de ratrace voor gezien te houden, zou veel frustratie opheffen en veel meer tijd en ruimte scheppen. Is meer eenvoud in het leven de weg naar meer geluk ? Jos Geysels (53), ex-politiek secretaris van Agalev, kreeg te maken met ongeloof, verwondering en scepticisme toen hij na de jongste verkiezing uit de actieve politiek stapte. Hij ging echt anders leven, wat zijn partij reeds jaren predikte. Hij had zich al lang voorgenomen zijn bestaan te vereenvoudigen. Nu hij vooral leest, schrijft en studiewerk doet als ambassadeur voor Institution Building in opdracht van de regering-Verhofstadt, is hij zichtbaar een gelukkiger mens. Met tijd voor een lang interview en de luxe om te spreken zonder vooraf een aantal adviseurs te moeten raadplegen. Jos Geysels : Het zat in mijn planning om niet tot het einde van mijn dagen een politiek mandaat van die omvang op te nemen. Toen ik vijftien jaar in de politiek zat, wist ik : tegen zo'n tempo hou ik dit geen dertig jaar vol zonder cynisch of zuur te worden. Een aantal vrienden waren ervan op de hoogte dat dat in mijn hoofd zat. De fameuze pandoering die Agalev kreeg in 2003 heeft dat misschien versneld. Maar ik moést niet weg. Ik ben in 2004 gestopt met goesting. Dat heeft te maken met de opvatting die je hebt van politiek en van een mandaat. Je mag de aureool en het kader waarin je je beweegt niet overschatten. Maar je mag het ook niet onderschatten. De vrijheid om je mening te uiten, om te studeren, om je werk goed te doen, om het niet eens te zijn met iemand, om voorstellen te doen, dat moet je allemaal ten volle benutten. Als je die balans beheerst, is het gemakkelijker om de roem achter je te laten. Ideeën zijn immers niet gebonden aan een mandaat. Daar moet ik mee oppassen. Media zijn zeer gulzig. Als je daar te veel aan toegeeft, zit je op den duur in hetzelfde stramien. Ik moet waakzaam blijven. Macht is herkenbare invloed. Mijn opvatting over politiek verschilt misschien van die van de meesten. Politiek is vormgeven aan de samenleving. Dat is niet gebonden aan een mandaat. Wetstraatjournalisten, vakbondsmensen doen ook aan politiek. Ze moeten dat wel beseffen. Op die manier doe ik dus nog een beetje aan politiek, ik zal het nooit kunnen laten. Dat moet ook niet. Hoe is uw privéleven veranderd, nu u voor het eerst in twintig jaar niet meer uzelf voorbijholt ? Dag en nacht ? De woorden zijn goed gekozen, omdat het onderscheid tussen dag en nacht soms klein was. Het tijdsbestek en de invulling van de tijd zijn nu anders, ook de beleving ervan. Mijn tijdsbesteding is gedemocratiseerd. Ik kan voor een groot gedeelte mijn planning zelf invullen. Dat is een absoluut geschenk. Ik heb ook geluk gehad. Ik heb genoeg 'overuren' van de laatste twintig jaar staan, ik voel me wat dat betreft niet schuldig. Sommige mensen hebben er moeite mee om zichzelf dat cadeau te doen. Ik krijg vaak de opmerking dat ik er nu beter uitzie. Ik kan het dus iedereen aanbevelen. Het belangrijkste is dat ik weer meester ben van mijn tijd. Je kunt de ruimte zelf vullen. Een van de problemen van deze periode is de ontkoppeling van tijd en ruimte. Het internet stuurt de gelijktijdigheid. Een bericht deed er vroeger dagen of weken over om je te bereiken. Nu is alles instant. Er moet onmiddellijk gereageerd worden. Een mens moet een aantal 'vrijplaatsen' hebben om te leven en te denken. Vrijplaatsen in zijn hoofd. Die waren voor mij vroeger erg beperkt. Ik gebruikte ze wel, door te lezen bijvoorbeeld, dat was mijn manier om te ontsnappen. Voor het grootste stuk wel. Natuurlijk zijn er ook deadlines als je schrijft, maar dat zijn in vergelijking met mijn vroegere leven slechts afspraken. Voordien was ik soms bijna virtueel bezig. In crisissen zat ik van 's morgens tot 's avonds alleen maar te communiceren, puur defensief. Soms was het ook bijna niet uit te leggen. Hoewel je daar denkt in politieke categorieën ben je toch bezig met maatschappelijke verhoudingen. Dat moet je blijven beseffen. Het probleem is dat op een bepaald moment alleen nog de formules overblijven. Omdat je voor negentig procent in een bepaalde sfeer zit. Dat zou ik nu ook kunnen hebben. Als ik me nu zou opsluiten in mijn kleine Turnhoutse vriendenkring zou dat ook vervreemdend gaan werken. Dat moet je altijd doen in het leven, wat je job ook is. Wat geldt voor politici, geldt ook voor journalisten, voor schrijvers. Er zijn wel meer reservaten, gesloten biotopen. Dat geeft aanleiding tot rerservaatdenken. Heel beschermend en soms in de eerste plaats goed voor het reservaat. Maar ik ben nogal voor de open ruimte. Ik ben ook nooit een groene van de reservaten geweest. Streven naar eenvoud - eenvoudig is voor mij niet hetzelfde als simpel - kan een mooi devies zijn om je leven trachten uit te stippelen. Ik denk dat dat geldt voor bijna iedereen. De bedoeling is dat je zelf een aantal hoofdlijnen kunt bepalen waarrond je kunt bewegen, maar toch nog zelf overeind blijft. Zo hou je zelf de regie, beslis je autonoom over het besteden van je tijd. Bij een aantal mensen die het heel druk hebben, komt de eenvoud na de drukte. Ik ben voor ethisch beleggen, maar ik ben ook vooral voor meer ethisch ondernemen. Ethisch beleggen wordt anders iets wat ná de economie komt, in de avonduren. We werken eerst hard om goed geld te verdienen en met de opbrengst daarvan gaan we ethisch beleggen. Ook met het zoeken naar eenvoud gaat dat zo. Dat is de paradox van veel mensen die geld hebben. In de stijl van hun huis, in de producten die ze aanschaffen, willen ze naar eenvoud streven. Eenvoud is in de lifestylesfeer trouwens een goed product. Terwijl ik denk dat die eenvoud in een aantal hoofdlijnen zou moeten zitten. De manier waarop je omgaat met je werk, met je relatie, met thuis, met cultuur. Het zou geen luxeprobleem mogen zijn. Ligt de knoop daar waar Richard Layard hem ziet : in de verhouding tussen werktijd en tijd om te leven ? André Gorz, iemand die ik vroeger graag las, heeft het altijd over het verschil tussen temps libre en temps libéré. Je vrije tijd is daarom nog geen bevrijde tijd. Je moet ook tijd beginnen te vinden in je werk, in je dagelijkse bezigheden. Dáár gaat het om. Vrije tijd wordt anders een compensatie voor onvrije tijd in de rest van je leven. Dan krijg je mensen die ook hun vrije tijd als zeer stresserend ervaren. Ik voel een onderstroom in de samenleving die die richting aangeeft. Het is immers niet omdat je heel snel ademt, dat je meer zuurstof krijgt, integendeel, dat geeft hyperventilatie. En dat is niet gezond. Onthaasting vind ik geen goede term, dat klinkt te veel als een luxeproduct voor mensen die het al goed hebben. Voor mij gaat het over la politique du temps. Je moet tijd van leven als een politiek thema gaan bekijken. Hoe ligt de verhouding tussen je loopbaan en je vrije tijd ? De democratisering van de tijd is een van de politiek-maatschappelijke uitdagingen van de komende tien jaar. Precies dat stoort me aan het debat over langer werken. Ik snap het niet. Het concept 'langer werken' is geen bevrijdend concept. Het raakt mij niet, ik zie er het emancipatorische niet van in. Als ik één ding niet goed vind in het Generatiepact, dan is dat wel dat het tijdskrediet als principe afgebouwd wordt. Ik dacht dat dat een van de verworvenheden was van de jongste vijf, zes jaar. Onderzoek bewijst dat jonge mensen hard willen werken maar dat ze op bepaalde momenten in hun loopbaan zorg- of tijdskrediet willen om balans te brengen in hun leven. Op dat gebied ben ik misschien een wat traditionele linkse denker. Niet alles moet gereduceerd worden tot het vergaren van kapitaal. Maar het eindeloopbaandebat wordt erdoor gekleurd. Het wordt elke dag herhaald : werken tot 65, 66, 67. Mensen gaan zich op den duur schuldig voelen als ze dat niet willen, maar ze moéten zich niet schuldig voelen. Anderen moeten zich vragen stellen. Politiek moet mensen niet gelukkig willen maken, want dan gaan sommige fundamentalisten willen bepalen wat uw geluk en mijn geluk is. Maar voorwaarden scheppen daar ben ik het mee eens. Sinds de jaren zeventig zeggen een aantal economen dat ons denken over welzijn verkeerdelijk uitsluitend wordt bepaald in termen van het bnp (bruto nationaal product). Ze werden toen uitgelachen. Maar tegenwoordig hebben we het ook over de welzijnsindicator, waarin andere zaken worden meegenomen om te bepalen of we wel vooruitgaan. Als economen als Richard Layard zich nu met dit soort dingen gaan bezighouden, wordt het debat rond wat men softe waarden noemt hard, en dat is belangrijk. Henriette Roland Holst schreef honderd jaar geleden al dat "de zachte krachten zullen overwinnen". Maar mensen die dit nieuwe evenwicht voorstaan, moeten zich dan wel met kennis van zaken in de harde sector bewegen. Ja, of ze waren te moraliserend. Ze drukten zich niet uit in sociale of economische termen. Ik zie de discussie nu omslaan en ben dan toch niet zo pessimistisch. Het energiedebat bijvoorbeeld is niet alleen een debat waarin de zachte energiebronnen moeten worden verdedigd, maar waarin ook over harde economische cijfers moet worden gepraat, over besparen, over bezuinigen, efficiëntie. Heerlijk is het als je vanuit de zachte waarden de discussie kunt aangaan met zo'n energie-econoom. Je kunt hem dan in het hart treffen. Je moet altijd de vreedzame confrontatie aangaan en niet terugtrekken. De terugtrekkende beweging is in de politiek nooit lonend. Ik vind dat veel progressieven zich zelfs georganiseerd aan het terugtrekken zijn. Nostalgie - gedachten, gevoelens opbergen in een reservaat - dat wordt op een bepaald moment heel klef. Weg met de nostalgie ! Er is een fundamentele gedachte van de Nederlandse filosoof Ton Lemaire die ik al jaren koester : "Maak het onderscheid tussen vooruitgang en voortgang." Als je kritiek uit, zegt men vaak : "Je bent tegen de vooruitgang van de wetenschap, van de economie." Laat ons teruggaan naar de betekenis van het oorspronkelijke begrip vooruitgang. Voortgang betekent : als we maar groeien is het in orde, als we langer gaan werken is het in orde, als we veel op reis gaan buiten Europa is het in orde. Terwijl dat wezenlijk geen zoden aan de dijk zet. Het probleem van de meeste mensen in deze tijd is volgens Lemaire niet dat ze te weinig toestellen hebben, of dat de kwaliteit van de muziek in hun oren te gering is. Het probleem is dat ze te weinig stilte hebben. Rüdiger Safranski schrijft dat je moet zorgen dat je voor jezelf een aantal 'lichtpunten' hebt, vrijplaatsen waar je als individu kunt ademen. Ton Lemaire zit ook op dat spoor. Het enige waarover ik het met hem niet eens ben, is zijn afkeer van de stad. Ik vind dat je zoveel mogelijk in een centrum zou moeten wonen. Vanwaar ik woon, kan ik mij over heel Turnhout te voet verplaatsen. Ik kom mensen tegen, ik kan op café gaan, naar de cinema, naar de Warande zonder in de auto te moeten stappen. Niet alleen nostalgie maar pure romantiek. Uw collega Frans Crols noemt de groenen altijd romantici. Er zijn er zeker bij ons. Maar ik ben een kind van de verlichting, hoe langer hoe meer. Het nadenken over wat er aan de gang is, is steeds minder een luxe, wel een noodzaak. De manier waarop over China gepraat wordt, is hallucinant. Aan het huidige groeiritme betekent dat niet alleen booming business maar ook booming problems. Dat kunnen we beter onder ogen zien. Dat is het boeiende van deze tijden, je daarmee bezighouden. Staan we op een scharniermoment ? Ja en neen. Als ik zie hoe de mensen, ook in een kleine stad als Turnhout, bezig zijn met zich vragen te stellen, geloof ik van wel. Jonge mensen die zich afvragen of het de bedoeling van hun leven is om hard te werken en geld te vergaren. Als ik dat waarneem, ben ik nogal positief. Alleen vertaalt het zich nog te weinig in woord, beeld, beïnvloeding en agendasetting. Maar in de jaren zeventig zag en hoorde je ook een aantal kreten in de onderstroom, op een bepaald moment wordt dat een beweging. Een beweging zonder onderstroom is een marketingproduct, een hype, een wave. Je ziet de beweging al in een aantal facetten, die op hun beurt door pure marketingstrategie omgezet worden in producten. Ik ben niet zo pessimistisch. Ik had gehoopt dat die onderstroom, die beweging naar aanleiding van het Generatiepact op de politieke agenda te zien zou zijn, maar dat is niet gebeurd. Ik blijf hopen dat een aantal mensen die interessante gedachten hebben aan te brengen over de problematiek van werken en tijd, de kans krijgen uit het keurslijf van het enge economische denken te breken. Ja, maar voor jezelf wel rustgevend. Het is niet omdat je het druk hebt dat je in je kop niet een beetje eenvoudig kunt blijven. We leven in een tijd waarin aan mensen niet meer wordt gevraagd om voor zichzelf hoofdlijnen te hebben, maar om de hoofdlijnen van de economie te volgen. Daar pikt men via marketing op in. Floating, het drijven in warm zout water in een afgesloten cabine, dat is zo'n schitterend idee. Mensen drijven hun hele leven op andermans golven en dan hebben ze een oase van stilte voor zichzelf, zomaar wat drijven. Je moet het maar verkopen. Natuurlijk. Maar je moet eens een dag fluitend door de stad lopen, goeiedag zeggen tegen iedereen. De mensen vragen meteen of je gedronken hebt ! Ricardo Petrella schrijft in zijn jongste boek mooie dingen over de vele manieren waarop Afrikanen elkaar begroeten, de woorden die ze daarvoor gebruiken. We groeten elkaar tegenwoordig vrijwel alleen nog virtueel, via sms en e-mail. Nee, maar er zijn veel mensen die alles tegelijk doen. Gelijktijdigheid is hét probleem van deze tijd, vooral als het over communicatie gaat. De gelijktijdigheid heeft het leven in de greep en daar heb ik niet direct een oplossing voor. Ik moest in mijn vorig leven heel veel dingen tegelijk doen. Ik voel die druk zo niet. Ik ben er mij wel bewust van dat ik de luxe heb gehad om te kunnen kiezen voor de dingen die ik graag doe. Ik vind dus dat ik een bijdrage moet leveren om zoveel mogelijk mensen diezelfde luxe te verschaffen. Vandaar dat ik me zo betrokken voel bij de discussie over het tijdskrediet. Dat mag immers geen individuele keuze zijn op basis van de bevoorrechte of gunstige positie die je hebt. Veel mensen kunnen inzichten niet omzetten in de praktijk omdat ze het recht op deze keuze niet hebben. Ja, maar dat geeft de verdomde taak aan de burgers van een land of aan mensen met een politieke opdracht om de marges groter te maken zodat de keuzemogelijkheden er bijna voor iedereen zijn. Of je het dan ook doet, is een individuele verantwoordelijkheid. Ik moet niet zeggen tegen de mensen wat het goede leven is, maar ik moet er wel voor zorgen dat iedereen die keuzes kan maken. Dat is een absolute opdracht. Door Tessa Vermeiren / Foto Charlie de Keersmaecker"Je moet ook tijd beginnen vinden in je werk, in je dagelijkse bezigheden. Vrije tijd wordt anders een compensatie voor onvrije tijd in de rest van je leven.""Sinds de jaren zeventig zeggen een aantal economen al dat ons denken over welzijn verkeerdelijk uitsluitend wordt bepaald in termen van het bnp."