Wie wegdroomt bij de desolate stadslandschappen van de vooroorlogse Italiaanse kunstschilder Giorgio de Chirico vindt de EUR geweldig, want hier komt wat hij op doek vereeuwigde tot leven. Dit Romeinse stadsdeel is ook een echt filmdecor dat onder meer gebruikt werd voor Il Conformista van Bernardo Bertolucci. 'EUR' staat voor de Esposizione Universale di Roma die gepland was voor 1942, maar nooit plaatsgreep. Op deze plek plande dictator Benito Musso-lini een nieuwe stad met prestigieuze lanen, pleinen en monumentale gebouwen waarvan een groot deel opgevat werd als museum of kantoor. Deze musea, waarvan het Museum van de Romeinse Beschaving nog bestaat, dienden om het fascistische Italië te verheerlijken. De architectuur van de EUR natuurlijk ook, want de nieuwe stad, in totaal 420 hectare groot, was een ode aan de Romeinse cultuur. Het rasterplan en de architectuurstijl verwijzen immers naar de oudheid. Bijna alle fascistische regimes droegen het classicisme in het hart. De Duitse nazi-architect Albert Speer was weg van de bouwkunst van de Oude Grieken, waarvan hij koele pastiches maakte. Niet alle Duitse nazi's waren daar even gelukkig mee, sommigen vonden deze architectuur toch te mediterraan. Maar ze konden zich moeilijk inspireren op de bouwkunst van de Oud...

Wie wegdroomt bij de desolate stadslandschappen van de vooroorlogse Italiaanse kunstschilder Giorgio de Chirico vindt de EUR geweldig, want hier komt wat hij op doek vereeuwigde tot leven. Dit Romeinse stadsdeel is ook een echt filmdecor dat onder meer gebruikt werd voor Il Conformista van Bernardo Bertolucci. 'EUR' staat voor de Esposizione Universale di Roma die gepland was voor 1942, maar nooit plaatsgreep. Op deze plek plande dictator Benito Musso-lini een nieuwe stad met prestigieuze lanen, pleinen en monumentale gebouwen waarvan een groot deel opgevat werd als museum of kantoor. Deze musea, waarvan het Museum van de Romeinse Beschaving nog bestaat, dienden om het fascistische Italië te verheerlijken. De architectuur van de EUR natuurlijk ook, want de nieuwe stad, in totaal 420 hectare groot, was een ode aan de Romeinse cultuur. Het rasterplan en de architectuurstijl verwijzen immers naar de oudheid. Bijna alle fascistische regimes droegen het classicisme in het hart. De Duitse nazi-architect Albert Speer was weg van de bouwkunst van de Oude Grieken, waarvan hij koele pastiches maakte. Niet alle Duitse nazi's waren daar even gelukkig mee, sommigen vonden deze architectuur toch te mediterraan. Maar ze konden zich moeilijk inspireren op de bouwkunst van de Oude Germanen, want die stelde weinig of niets voor. De Italiaanse propaganda had het dus gemakkelijker en kon via de architectuur een direct verband leggen tussen het moderne Italië en de Romeinen. Mussolini maakte daarvan handig gebruik door grote delen van Rome naar zijn hand te zetten. De dictator liet veel huizen slopen om antieke monumenten vrij te maken en liet tal van Romeinse sites opgraven, allemaal om het volk zijn grandeur terug te schenken. Ook de EUR maakte deel uit van deze cultuurpolitiek. Dat neemt niet weg dat sommige gebouwen een hoge esthetische kwaliteit hebben en door de connaisseurs als architectuuriconen van de vorige eeuw worden beschouwd. Historicus Jan Nelis, die op het Italiaanse fascisme promoveerde, merkt op dat de bouwkunst van dit regime fundamenteel anders met het verleden omsprong dan de Duitsers. Het Italiaanse fascisme onderhield immers een nauwe band met de avant-garde, met de kunstenaars van het futurisme, die het verleden verwierpen en de toekomst adoreerden. Daarom ziet de EUR er toch vrij modern uit. De eerste plannen voor de EUR verschenen kort na de invasie van Ethiopië in 1936. De hoofdarchitect Marcello Piacentini liet zich bijstaan door een hele equipe. Hij hield persoonlijk van een vrij reactionaire, klassieke stijl, maar sommige van zijn medewerkers kozen voor een modernere aanpak. De meeste gebouwen werden opgetrokken tussen 1937 en 1939. Nadien brak de oorlog uit en lag het project stil. De EUR werd toen ook niet afgewerkt, maar pas na de oorlog. Het Palazzo degli Uffizi was het eerste gebouw dat werd opgetrokken. Het is gaaf bewaard, zelfs de bronzen beelden ervoor, die de fascistische groet brengen, staan er nog. Het Salone delle Fontane ernaast lijkt verrassend sterk op de Brusselse Albertinabibliotheek die in een gelijksoortige stijl werd opgetrokken. Alle gebouwen zijn ongeschonden bewaard, met inbegrip van de mozaïeken binnen en buiten. Ook de talrijke symbolen die rechtstreeks herinneren aan het regime van Mussolini zijn intact. Het is merkwaardig dat die sporen amper werden uitgewist. Ook de interieurs van de gebouwen zijn gaaf, met inbegrip van het originele moderne meubilair. Zoals de uit één stuk marmer gehouwen zitbank van Gaetano Minucci : een modern, minimalistisch meubel. Je kunt dit allemaal ter plaatse bewonderen. Niet alle interieurs van dit paleis zijn toegankelijk voor het publiek, maar wie wat extra belangstelling toont, stoot snel op een enthousiaste ambtenaar die de meeste deuren voor je opent. Dé blikvanger van de EUR is het Palazzo della Civiltà Italiana, de hoge kubus met de ontelbare boogramen, opgetrokken in 1939 naar de plannen van Giovanni Guerrini, Ernesto Bruno La Padula en Mario Romano. Het betonnen kunstwerk is volledig met marmer bekleed. Omdat het op een hoogte staat en op een sokkel rust, oogt het bijzonder monumentaal. Dit gebouw heeft vele kunstenaars en architecten geïnspireerd. Zo verschijnt het onder meer op de surreële stadsgezichten van De Chirico. In 1964 bouwde de befaamde architect Philip Johnson in New York het New York State Theater in het Lincoln Center, dat er eveneens sprekend op gelijkt. Het Palazzo della Civiltà staat momenteel leeg en zou in de toekomst eventueel als wijnmuseum dienstdoen. Ondanks de grootschaligheid is het toch aangenaam om in de EUR rond te kuieren. De wijk bleef een administratief knooppunt waar zich ook tal van banken kwamen vestigen, alsook de ENI, de Italiaanse petroleumgroep. Daardoor zijn er toch enkele goede restaurants, koffiehuizen en een boekhandel. De meeste vind je op de route van het Palazzo della Civiltà naar het Palazzo dei Ricevimenti e Congressi dat een prachtig gebouw is. Hoewel vooroorlogs, sluit het nauw aan bij de stijl van de jaren vijftig. Je kunt het interieur met de prachtige muurschilderingen van Achille Funi en Gino Severini gemakkelijk bezoeken. Ook alle architecturale details van het gebouw zijn mooi, van de trappen tot de vloeren. Het is een soort casino van Oostende, maar dan veel rijker van decor. En bovendien is alles puik bewaard. Ook hier leren de Italianen ons een les in architectuur en monumentenzorg, want belangrijke gebouwen gaan ze niet om de vijfentwintig jaar verbouwen of herinrichten, zoals dat bij ons meestal het geval is. Op een van de mooie pleinen van de EUR staat er ook een merkwaardige obelisk ter ere van Guglielmo Marconi, de beroemde uitvinder van de draadloze telegrafie, die later een fanatieke fascist en zelfs partijideoloog werd. Hij werd bedacht met een monument dat zijn bijdrage tot de wetenschap illustreert. Merkwaardig genoeg werd de obelisk er pas op het einde van de jaren vijftig geplaatst, ondanks het oorlogsverleden van de man. Natuurlijk biedt de EUR wel meer merkwaardige gebouwen, waarover een kleine wandelgids werd gepubliceerd die verkrijgbaar is in het Palazzo degli Uffici. Wie nog andere fascistische monumenten wil zien, raden we ook aan om een bezoek te brengen aan het Foro Italico, het sportcomplex dat Mussolini liet aanleggen, waarvan het Stadio dei Marmi de absolute blikvanger is. Het is opgevat als een Romeins stadion, omgeven door imposante marmeren beelden. Om van het centrum van Rome naar de EUR te reizen, neem je vanaf het Colosseum de metro richting Laurentina. Vanaf het station geraak je er ook met de bussen 170 en 714. De reis duurt ongeveer twintig minuten. Door Piet Swimberghe I Foto's Michel Vaerewijck