Onder het motto 'Een verborgen schat' wordt dit jaar een van 's werelds belangrijkste voedingsgewassen door de Verenigde Naties in de schijnwerper gezet. Voor een groot deel van de wereldbevolking is de aardappel immers een basisproduct. In Europa worden jaarlijks 96 kilogram aardappelen per persoon geconsumeerd. Noord-Amerika volgt met 58 kilo. Hoewel de consumptie per persoon er erg laag ligt (amper 26 kilo), neemt Azië samen met Europa meer dan driekwart van de wereldproductie van aardappelen voor zijn rekening.
...

Onder het motto 'Een verborgen schat' wordt dit jaar een van 's werelds belangrijkste voedingsgewassen door de Verenigde Naties in de schijnwerper gezet. Voor een groot deel van de wereldbevolking is de aardappel immers een basisproduct. In Europa worden jaarlijks 96 kilogram aardappelen per persoon geconsumeerd. Noord-Amerika volgt met 58 kilo. Hoewel de consumptie per persoon er erg laag ligt (amper 26 kilo), neemt Azië samen met Europa meer dan driekwart van de wereldproductie van aardappelen voor zijn rekening. Deze cijfers zijn des te verrrassender als men weet dat de aardappel nog maar enkele eeuwen populair is in onze contreien. De knol zelf wordt al zo'n tweeduizend jaar geteeld in het Andesgebergte in Zuid-Amerika, maar het was pas met de ontdekkingsreizen in de zestiende eeuw dat de plant in Europa terechtkwam. Het duurde echter nog een eeuw of twee vooraleer de groente algemeen aanvaard werd. Als lid van de nachtschadefamilie werd de aardappel gewantrouwd als een duivelse en giftige plant. Koninklijke decreten en zelfs listen waren nodig om de knol te doen inburgeren. Zo liet de Franse legerofficier Parmentier een moestuin voor aardappelen aanleggen bij het paleis van Lodewijk XVI. De tuin werd 'bewaakt' door wachten die een oogje dichtknepen als arme boeren de aardappelen kwamen stelen. Een plant die zo streng bewaakt werd, moest wel kostbaar zijn ! Dat Marie-Antoinette haar kapsel en kledij versierde met aardappelbloesems droeg uiteindelijk ook bij tot de aanvaarding van de aardappel. Er bestaan duizenden aardappelrassen (zie www.aardappel2008.be), toch worden er slechts een honderdtal voor commerciële doeleinden gekweekt. Over de indeling van aardappelen is al heel wat inkt gevloeid. Het tijdstip van de oogst (vroeg of laat), de plaats van herkomst (inlands of ingevoerd), de kleur (rood, geel of wit), de structuur (vastkokend of bloemig)... het zijn allemaal manieren om aardappelen te classificeren. Soms lopen de criteria min of meer samen : zo zijn vroege aardappelen vaak vastkokend, terwijl late of bewaaraardappelen eerder bloemig zijn. Nieuwe of primeuraardappelen zijn per definitie de eerste aardappelen van het seizoen. Ze zijn van juni tot eind juli op de markt, al wordt het seizoen kunstmatig verlengd met de invoer van buitenlandse aardappelen. Bekende rassen zijn onder meer Eersteling, Belle de Fontenay en Grenaille. Deze laatste mag enkel primeur genoemd worden als hij kleiner is dan 28 mm. Primeuraardappelen worden gekenmerkt door een flinterdunne schil die je er zo met de vinger kunt afkrabben. Maar eigenlijk laat men de schil er beter aan. Nieuwe aardappelen zijn vastkokend en kunnen hoogstens een week bewaard worden. De lichtzoete smaak wordt best niet overweldigd door te veel ingrediënten. Geprakt met knoflook en olijfolie, gebakken in grof zout of geroosterd in ganzenvet met citroen en rozemarijn komt de pure smaak ervan helemaal tot zijn recht. De allereerste primeurs zijn zelfs lekker zonder meer : gestoomd of gekookt in lichtgezouten water en geserveerd met enkele korrels grof zeezout en verse roomboter. Door Veerle De Pooter I Foto's Tony Le Duc