Al acht jaar brengt het Franse Cetelem, Europese leider voor krediet aan de consument, ten behoeve van de detailhandel een zeer uitgebreid marktonderzoek uit over de Franse consument. In de editie 1997 zit een luik over de generatie van 30 tot 50 jaar. Laten wij hen hier gemakkelijkheidshalve de middenmoot noemen. Deze generatie wordt het felst getroffen door de crisis en de onzekerheid die ermee gepaard gaat. Ze blijkt door de omstandigheden de meest pragmatische geworden te zijn. Bereid ook zich aan te passen aan levensvoorwaarden die veel minder riant zijn dan in de periode van de naoorlogse boom, die de oudsten onder hen zelf hebben ervaren, of waarvan de...

Al acht jaar brengt het Franse Cetelem, Europese leider voor krediet aan de consument, ten behoeve van de detailhandel een zeer uitgebreid marktonderzoek uit over de Franse consument. In de editie 1997 zit een luik over de generatie van 30 tot 50 jaar. Laten wij hen hier gemakkelijkheidshalve de middenmoot noemen. Deze generatie wordt het felst getroffen door de crisis en de onzekerheid die ermee gepaard gaat. Ze blijkt door de omstandigheden de meest pragmatische geworden te zijn. Bereid ook zich aan te passen aan levensvoorwaarden die veel minder riant zijn dan in de periode van de naoorlogse boom, die de oudsten onder hen zelf hebben ervaren, of waarvan de jongsten de voordelen hebben gezien in het leven van hun ouders. De middenmoot blijkt zich, volgens het Franse onderzoek, nogal te ergeren aan het gebrek aan realiteitszin en rijpheid bij wie jonger is dan zijzelf. Geen ambitie of idealen, de afwezigheid van contestatiedrang bij de jeugd jaagt de middenmoot de gordijnen in. Voor de oudere generaties hebben zij veel respect, vooral omdat zij hen, hun kinderen, helpen. Maar tegelijkertijd krijgen de 50-plussers toch door 1 op 3 ondervraagden het verwijt toegestuurd dat ze medeverantwoordelijk zijn voor de huidige crisis, en meer dan 1 op 3 zegt ook dat ze zich egoïstisch gedragen ten opzichte van de jongeren. De middenmoot heeft het moeilijk met het idee de zware last te moeten dragen voor de pensioenen van al degenen die nu soms al zeer jong op inactief worden gesteld. Bijna driekwart vindt het wel normaal om jongere mensen (hun kinderen ?) materieel bij te springen. Maar al die verantwoordelijkheden wegen toch zwaar voor 81 procent van de ondervraagden, en ze bekennen dat ze het financieel vaak moeilijk hebben en bijgevolg ook de meeste redenen hebben om opstandig te zijn. Mentaal zeggen ze wel dichter te staan bij de jongere generaties dan bij de ouderen. Slechts een derde formuleert eisen om aan hun situatie iets te veranderen. Meer dan de helft is bereid zich op een actieve manier aan te passen aan de minder riante levensomstandigheden, en minder dan 10 procent kruipt gelaten in een hoekje. Meer dan de helft is nogal ongerust over al de nieuwe technologieën waarmee ze overspoeld worden, en van Europa heeft 66 procent ook geen hoge pet op, hoewel het moet gezegd dat de angst vooral bij de 40-plussers zit. Negentig procent van de Fransen tussen 30 en 50 is er in de eerste plaats op uit een evenwicht te vinden tussen werk en privé-leven. Bijna driekwart is bereid om te experimenteren met verminderde werktijden, en meer dan de helft zou wel van thuis uit willen werken. Dat vrouwen recht hebben op materiële zelfstandigheid, een beroepsleven en dus ook bijdragen tot het gezinsinkomen, vindt bijna 100 procent correct. Bijna driekwart vindt zijn ontplooiing in de eerste plaats in het gezinsleven, slechts 15 procent zet het werk op de eerste plaats. Zich politiek engageren, wil slechts 1 op 10. Waar deze generatie haar geld aan uitgeeft ? Aan het huis en aan reizen. Ze zoekt stabiliteit en veiligheid op de thuisbasis, maar houdt toch het venster op de wereld open. Hun dromen ? Op de eerste plaats komt een huis op de buiten (voor 63 procent), op de tweede plaats een reis rond de wereld (voor 46 procent) ; 38 procent wil zich engageren voor minderbedeelden, en 34 procent zou graag tijd maken voor culturele en artistieke activiteiten. Een derde ongeveer zou willen stoppen met werken en evenveel mensen zouden opnieuw willen gaan studeren. Tessa Vermeiren