Drie recente bewijzen voor het toenemende appeal van mannenmode : deze zomer begint New York met een eigen mannenmodeweek. Die zal na Londen, Milaan en Parijs het defiléseizoen afsluiten. Calvin Klein, Thom Browne en John Varvatos blijven vooralsnog in Europa showen, Ralph Lauren twijfelt nog, en het is maar de vraag of de internationale pers tijd en middelen kan vrijmaken voor twee extra trips per jaar naar New York. Maar voor de Amerikanen is het een zaak van het ijzer te smeden terwijl het heet is. Nu, dus.
...

Drie recente bewijzen voor het toenemende appeal van mannenmode : deze zomer begint New York met een eigen mannenmodeweek. Die zal na Londen, Milaan en Parijs het defiléseizoen afsluiten. Calvin Klein, Thom Browne en John Varvatos blijven vooralsnog in Europa showen, Ralph Lauren twijfelt nog, en het is maar de vraag of de internationale pers tijd en middelen kan vrijmaken voor twee extra trips per jaar naar New York. Maar voor de Amerikanen is het een zaak van het ijzer te smeden terwijl het heet is. Nu, dus. Nogal wat typische damesmerken (Tory Burch, iemand ?) lanceren dezer dagen volwaardige mannenlijnen. De herensector, zo gaat de redenering, heeft niet alleen meer groeipotentieel, maar is ook minder verzadigd dan de markt voor juffrouwen en dames. En tot slot, modellen zijn de nieuwe tieneridolen. Zie de zestienjarige Amerikaan Lucky Blue Smith. In Parijs liep dat Instagramfenomeen slechts mee in één show, die van Sacai (tegenover zes in Milaan, waaronder Bottega Veneta en Fendi). Lucky Blue werd na afloop opgewacht door een horde jonge meisjes. Waarna hij zijn fans meenam voor een korte, geïmproviseerde happening in de Tuilerieën.De Parisien, of tenminste een gesublimeerde versie ervan (met minder pretentie dan het origineel), is de muze van merken als Kitsuné, Ami, Melinda Gloss, Officine Générale, Pigalle, en zeker ook Chris-tophe Lemaire (sinds vorige maand herdoopt tot Lemaire). Om nog te zwijgen van A.P.C., Agnès B, en zelfs Sandro. Kenzo combineert grote stippen met Eiffeltorenlogo's. En in de luxesector blijft Hermès de grootste leverancier van lichtstadchic. Belangrijkste ingrediënten : attitude en een streepje zwart, bijvoorbeeld in de vorm van een zonnebril. Vrolijk, maar met een beter ontwikkeld gevoel voor sarcasme en ironie dan de doorsnee Californiër. Denk Truffaut en Godard in hedendaagse versie. In Milaan loenste Tomas Maier van Bottega Veneta naar Rudolf Noerejev en Mikhail Baryshnikov, in Parijs citeerde Rick Owens Vaslav Nijinsky, en had Dries Van Noten eveneens zijn Noerejev-moment (met beenwarmers, balletslippers, en de R van Rudolf geborduurd op hemden en jassen). De torero's van Dolce & Gabbana passen op een dansvloer in Buenos Aires, en ook Ann Demeulemeester en Hermès hebben looks voor dansers. Een tutu hebben we nergens gezien, oef ! De spijkerbroek heeft afgedaan, zeggen style watchers al enige tijd - bye bye, 501 - maar zelf zijn we daar niet echt van overtuigd (de mooiste collectie op de Pitti Uomo-beurs in januari was die van het Amerikaanse label Ron Herman, een en al jeans). Denim is deze zomer opvallend gegeerd in de luxesector, van Prada over Burberry en Fendi tot Dior Homme en Kris Van Assche. Bij Saint Laurent stopt Hedi Slimane zijn jongens elk seizoen in de garderobe van een ander tijdperk. Deze zomer stuurt de in Los Angeles gevestigde ontwerper zijn teletijdmachine naar de tweede helft van de sixties, en meer bepaald naar de garderobes van psychedelische popbands als The New Colony Six of The Seeds (magiërshoeden, glittercapes in regenboogkleuren). Ook Raf Simons en Walter Van Beirendonck bereiden zich voor op een zorgeloze Summer of Love, de eerste met een collectie die ons doet denken aan Gaspard Noë's Enter The Void, een film over junkies in Tokio (al heeft dat meer te maken met de show, in felrood licht, dan met de kleren, die veeleer eenvoudig zijn), en de tweede met sportswear en kimonojasjes in technicolor. Deze hippies zijn Made in Belgium, maar gefascineerd door Japan. Giorgio Armani noemt zijn voorjaarscollectie Echoes of Armani. Het label wordt dit jaar veertig en de ontwerper vierde onlangs zijn tachtigste verjaardag. Wat al bij al een goede aanleiding is voor een terugblik. Terzelfder tijd zien we ook bij andere merken en ontwerpen echo's van Armani - en dan in het bijzonder zijn American Gigolo, stoer en fluïde tegelijk, met ongestructureerde schouders en trui in je broek gestopt. De plooibandbroek, een Armani-klassieker, lijkt goed op weg om binnen de kortste keren de skinny jeans te verpulveren. En beige en camel zijn dit seizoen topkleuren. Zie onder meer Ermenegildo Zegna, Cerruti en Lemaire. De jonge, frisse fashionista deelt nogal wat trekjes met de Parisien hogerop, maar is minder ingetogen. Hij houdt van logo's, sportswear en opvallende combinaties (van kleuren, prints of zelfs stijlen). Hij durft en raakt met alles weg. Zie onder meer Sacai, Kris Van Assche, N°21. De normcore-trend gaat al even mee, maar bestaat thans ook in luxeversie. Niet het minst bij Dior Homme - witte sneakers, bleke baggy jeans, gestreept T-shirt en gele regenmantel. Maar bijvoorbeeld ook bij Fendi, dat uitzonderlijk dure materialen koppelt aan bijna banale basics, of bij Calvin Klein Collection, met sexy T-shirts en tanktops. Ons favoriete normcore-stuk van het seizoen is een bordeaux sweatshirt van Nike SB, de skatelijn van het merk. Brunello Cucinelli begon zijn bedrijf in 1978 met een lijn kasjmieren truien in neonkleuren. Sindsdien heeft de stijlentrepreneur uit Solomeo letterlijk en figuurlijk een imperium gebouwd - een volledig gerenoveerd dorp uit de veertiende eeuw, gefinancierd met Cucinelli's interpretatie van casual chic. We spraken de Italiaanse Ralph Lauren (maak die vergelijking beter niet in zijn bijzijn) enkele weken geleden, op de modebeurs Pitti Uomo in Firenze. Brunello Cucinelli : "Zondagochtend ben ik nog eens gaan joggen. Meestal ga ik onmiddellijk erna om een cappuccino en een brioche in een café in de buurt. Maar nu vroeg ik me plots af of ik me niet eerst moest gaan omkleden. Ik ben naar huis gegaan, en ik heb een jas aangetrokken over mijn joggingtenue. Dat was een goed idee. In het café wilden drie mensen met mij op de foto, voor selfies. Mannen letten tegenwoordig voortdurend op hun uiterlijk. Dat is nieuw, en dat is goed. Zo'n foto blijft nu eenmaal altijd bestaan." "Ik houd meer van de term casual sartorial dan van casual chic. Ik houd van kleren die goed gemaakt zijn, elegant maar ook comfortabel. Je mengt heel bijzondere stukken met iets sportievers, en dat is mooi. Kijk hoe goed de jongens hier eruitzien (hij wijst naar de modellen in zijn showroom). Haar keurig geknipt, baard goed verzorgd. Ze zijn heel chic, als poppetjes in een vitrine." "Ik heb twee stijliconen, Gianni Agnelli (de legendarische leider van Fiat) en John F. Kennedy Jr. Niet alleen om de kleren die ze droegen, maar om hun houding in het algemeen. Hun manier van praten en lachen. Agnelli was de eerste man die ik een donsjas zag dragen over een pak." "Zwart is overgewaardeerd. Ik doe niet aan zwart. Zwart laat je er weliswaar slanker uitzien, maar is te veel gebruikt. Al die donkere pakken zien er uiteindelijk precies gelijk uit. Wij Italianen verkiezen kleur." "Ik heb in Solomeo een sportschool geopend, voor kinderen van zes tot twaalf. Je brengt je zoon om drie uur, en je komt hem ophalen om zes uur. Hij krijgt ook een vieruurtje. Volgend jaar wil ik een internationale voetbalwedstrijd organiseren voor kinderen uit Palestina en Israël, Rusland en Tsjetsjenië. Maar eerst moeten we in het dorp nog een nieuw park afwerken. Daar hoop ik in augustus mee klaar te zijn."Jean Touitou nam tijdens een recente presentatie van zijn merk A.P.C. verschillende keren het woord niggas in de mond (hij verwees naar Niggas in Paris, een nummer van zijn vriend Kanye West en Jay Z), en kreeg daarvoor nogal wat kritiek (Timberland schortte onmiddellijk een gezamenlijk project op met het merk). Is Touitou nu echt een racistische douche bag ? Welneen. Maar hij verkoopt ze wel - ziehier de Douche Bag van A.P.C., zomeraccessoire met attitude. Wat gebeurt er als streetwear volwassen wordt ? Dan krijg je labels als OAMC, het geesteskind van Arnaud Faeh en Luke Meier. Meier was tien jaar lang de ontwerper van Supreme, een verafgood Amerikaans streetwearlabel, en Faeh werkte zeven jaar bij Carhartt. Het duo begon OAMC (Over All Master Cloth) "omdat we nergens het soort kleren konden vinden dat we zelf wilden dragen", aldus Faeh. "Luxe. Maar dan harder en virieler dan wat de modemerken doorgaans brengen. Modern en functioneel, met een rebels kantje." De ontwerpers zijn geobsedeerd door details - hij wijst naar een parka "gemaakt van een technisch nylon dat je alleen in Japan kunt vinden", naar een mantel in kasjmier van Loro Piano, en naar een sweatshirt met details in grosgrain. OAMC ligt al bij 's werelds meest toonaangevende stijlemporia (van Colette tot Dover Street Market en Smets in Brussel). "We doen aan luxe op onze manier," pocht Faeh, "maar ons niveau is dat van een Prada." Nogal wat typische damesmerken lanceren dit jaar een mannenlijn. Het Amerikaanse accessoiremerk Coach, met de Britse ontwerper Stuart Vevers, debuteerde tijdens de Londense modeweek zijn kledinglijn voor mannen (komend najaar in de winkels), en J.W. Anderson herlanceerde Loewe vorig seizoen al met een overigens eerder vrouwelijke herenlijn. Michael Kors hoopt met zijn mannenkleren tegen 2017 een miljard dollar per jaar te genereren, en op termijn vijfhonderd winkels te openen. Zelfs Tory Burch begint dit jaar een mannenlijn. De logica achter al die initiatieven is vooral economisch - er zit nog rek op de mannenmarkt. Vrouwen geven nog altijd meer geld uit aan kleren, maar de kloof wordt almaar kleiner. Het grootste risico ? Dat mannen zich ongemakkelijk voelen in een trui met hetzelfde label als dat van hun vriendin (zeker als een merk een erg vrouwelijk imago heeft, zoals Tory Burch). Maar afgaande op het indrukwekkende aantal jongens die je op straat ziet rondhossen met een handtas van Céline - een merk zonder mannenlijn - is dat voor de nieuwe generatie modeliefhebbers geen probleem. Een moderne mengsel van gothic, punk en futuristische, high performance streetwear. The Addams Family in de sportzaal, kortom. Of in modetaal, Rick Owens meets Y-3. Als het maar zwart is. De in Tokio gevestigde Franse ontwerper Julien David lanceerde zopas een capsulecollectie voor Quiksilver, de eerste keer dat het Amerikaanse surfwearlabel samenwerkt met een externe naam. "Ik ben opgegroeid met Quiksilver en met jongensdromen van de Californische levensstijl", zegt David. Bij de eerste levering, een reeks boardshorts (al dan niet bedrukt met een surfende hond), en vooral een fantastisch trompe-l'oeilsurfpak, compleet met strikje. Het Franse zonnebrilmerk Vuarnet, in 1960 opgericht door Olympisch skikampioen Jean Vuarnet en optieker Roger Pouilloux, heeft een zeker gewicht in de popcultuur (Alain Delon droeg een Vuarnet in cultfilm La Piscine, Miles Davis werd er begin jaren tachtig mee gespot tijdens concerten, en het merk was een officiële sponsor van de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 - hoogtepunt van eightiesstijl). Vuarnet werkt hard aan een comeback, met heruitgaves van de Glacier (uit 1980), maar bijvoorbeeld ook een samenwerking met het populaire label AMI. vuarnet.com Hackett London houdt nu ook zijn eigen schapen. Het Britse merk kocht samen met Fox Brothers & Co een kudde Wensleydale-schapen in de buurt van Somerset, in het zuidwesten van Engeland. De wol gebruiken ze voor Sheep, Shape and London Fashion, een nieuwe, twaalfdelige collectie die hulde brengt aan de eeuwenoude Britse textielindustrie. Voor het design haalde Jeremy Hackett inspiratie uit zijn tijd op Savile Row. www.hackett.com DOOR JESSE BROUNS EN ELLEN DE WOLF