Januari 2000, de haute-coutureweek in Parijs. De Pyramide du Louvre zit afgeladen vol. Tot op de mezzanine dringen mensen om een goed plekje te bemachtigen en de pers is massaal toegestroomd. Sfeervolle belichting, dito muziek: men maakt zich klaar voor een defilé. Nee, geen haute couture, maar een gala waarin diamantcreaties de hoofdrol spelen. En niet zomaar om het even welke: de winnaars van de prestigieuze Diamonds-International Awards (D-IA) van De Beers worden gepresenteerd aan een select publiek. Plaats en tijdstip zijn niet toevallig: "The winning pieces act for the jewellery industry as the Haute Couture works for the fashion world", jubelt de perstekst.

De Beers - opgericht in 1888 en nog steeds marktleider in de diamanthandel - startte in 1953 met deze competitie. "Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog waren zowel de industrie en als de handel in luxeproducten volledig stilgevallen. Er bestond gewoon niets meer. En in Amerika - toen de belangrijkste markt - had men het idee om een wedstrijd te organiseren om het hedendaagse juweelontwerp aan te moedigen", vertelt Anthony Oppenheimer, voorzitter van De Beers' Central Selling Organistion. Het doel van de wedstrijd is gebleven. Maar van een oorspronkelijk jaarlijks en plaatselijk concours, groeide het snel uit tot een tweejaarlijks internationaal evenement, waarvan het belang niet te onderschatten is. "Het is ongelooflijk belangrijk om diamantjuwelen te presenteren op een wijze die een modern publiek aanspreekt", meent Oppenheimer. "En voor ons is het een manier of pushing the shopwindow open to the public."

Het is een diamantminnend publiek dat de Pyramide in Parijs vult. Er hangt een sfeer van gespannen bewondering, discrete oh's en ah's ontsnappen aan de gedistingeerde lippen, en af en toe weerklinkt een - weliswaar bescheiden - applaus. Opvallend: het zijn de veeleer klassieke ontwerpen die de meeste bijval oogsten. Een mooi initiatief om het hedendaagse diamantjuweel te promoten, maar ondanks alles blijft deze steen een klassiek imago behouden. Oppenheimer ligt daarvan niet wakker: "Diamanten hebben altijd iets speciaals. Ze zijn puur natuur, een van de mooiste creaties van de aarde. Ze waren er al bij het begin der tijden. Ze hebben een geweldige aantrekkingskracht. Wij geloven graag dat ze verslavend zijn: eens je één diamant hebt gekocht, wil je er graag nog één en nog één. Vandaag zie je wel duidelijk een trend om diamanten op een natuurlijke manier te presenteren. Vandaar de combinaties bijvoorbeeld met hout en glasparels."

Voor Oppenheimer is er maar één: de steen onder de stenen, de diamant. "Ik zou een leven nodig hebben om het je te vertellen", lacht hij als ik vraag wat ze zo fascinerend maakt. "Ik ben een van die mannen die echt van diamanten houdt, niet zozeer om ze te dragen, maar om ermee te werken. Het is opwindend om dat ruwe onregelmatige product, dat recht uit de aarde komt, te zien veranderen in een fonkelende steen. Wonderlijk, toch? Goed geslepen, heeft zo'n steen een koude schittering met een warm hart." Of hij een voorkeur heeft voor een bepaalde kleur? "Ik hou van de blauwe en roze, maar ook van de diep gele. Eigenlijk doet de kleur er niet veel toe, als ze maar mooi geslepen en goed gezet zijn, zodat het vuur in de steen zichtbaar wordt. Kijk..." En hij neemt me mee naar het raam, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de Tuilerieën en het Louvre. "Kijk naar die piramide, is hij niet schitterend? Net een diamant."

De D-IA 2000 mag een succes genoemd worden: 2530 ontwerptekeningen werden ingestuurd, een recordaantal, afkomstig uit 42 landen. In een eerste selectieronde per continent (Noord- en Zuid-Amerika; Azië / Australië; Europa / Afrika / Midden-Oosten) werden 186 ontwerpen weerhouden: zij werden aan de Grand Jury in Parijs voorgelegd, die uiteindelijk 29 creaties onderscheidde. Zeventien halsjuwelen, vier armbanden, twee ringen, twee maskers, twee haartooien, een broche en één paar oorhangers: een hele waaier aan sieraden en een enorme variatie in stijlen. Van strak en klassiek tot frivool en speels. De ene keer vangt het ontwerp de aandacht, zoals de opvallende choker van de Zuid-Afrikaan Kevin Friedman, die de diamanten combineert met felgekleurde glasparels. Soms is de bijzondere slijpvorm de blikvanger, zoals in het ontwerp van de enige Belgische laureaat Peter Quijo. Voor de 50ste verjaardag van de familiezaak ontwierp hij een eigen slijpvorm: "Ik heb me laten inspireren door de Brugse kasseistenen. Ze zijn nogal massief en tegelijk mooi afgerond, afgesleten als ze zijn door het verkeer. Die vorm ligt aan de basis van de QuiShape", aldus Peter Quijo. Voor de D-IA ontwierp hij een armband, geïnspireerd op diezelfde Brugse kassei - hoewel: het heeft ook iets weg van een mini-tv. In het strakke en lichtjes gebogen gouden frame zitten 128 QuiShape geslepen diamanten (samen 58 karaat), in rijen van acht, streng in het gelid. Die zachte curve maakt het ontwerp niet alleen apart, maar ook ontzettend moeilijk om uit te voeren. "Elke diamant moest perfect geslepen zijn, om die gebogen lijn ook in de armband vol te houden. Elk vakje moest met de hand perfect afgevijld worden, opdat alle stenen naadloos zouden passen. Daarmee zijn zijn we drie maanden zoet geweest", vertelt Quijo. Of hij ook trots is dat hij in deze selectie zit? "Jazeker. Al ben ik niet de eerste van onze familie: mijn vader, Fernand, werd in 1964 bekroond. Ik zie het als een waardering, maar ook als een promotie voor de QuiShape. Het juweel reist in een tentoonstelling de wereld rond. Misschien is dat een springplank naar een nieuw en internationaal cliënteel."

Overigens deden de Belgen het helemaal niet slecht dit jaar: van de 20 ontwerpers-juweliers die een creatie indienden, bereikten 5de Grand Jury (naast Quijo: Jos Bikkems, Marielle Huppertz, Ivo Nagels en Nikolaos Theodoridis): 25 procent is geen mis cijfer. Ter vergelijking: van de 393 Italiaanse inzendingen bereikten er 10 de Grand Jury; net zoals van uit de 92 Fransen en 60 Duitsers 10 deelnemers voor die finaleronde werden geselecteerd. Een bescheiden, zij het niet onbetekenend succesje voor België.

De D-IA 2000 reist de wereld rond. In juli komt de tentoonstelling naar ons land en zal o.m. te zien zijn (onder voorbehoud) in Brugge en Antwerpen, in het Provinciaal Diamantmuseum. Precieze data zijn nog niet gekend.

Grote openingsfoto:

Platina haarsieraad met 228 kleine diamanten, een ontwerp van de Japanse Manami Makigaya.

Van bovenaf:

Op de grens van de draagbaarheid: een witgouden masker met 219 diamanten, van John Calleija, Australië.

De topper qua aantal: 22.000 diamanten bengelend aan nylondraad, ontworpen door de Mexicaan Sergio Berger.

Broche of halssieraad? Een ontwerp van Park Eun Sun, Korea, met 132 briljanten en sterdiamanten.

Met de klok mee:

Witgouden slangenarmband met 559 diamanten, van Giorgio Grassi Damiani, Italië.

Strak design van de Belg Peter Quijo: een armband met 128 QuiShape geslepen diamanten.

Opvallende kleurrijke choker, glasparels gecombineerd met 684 diamanten, van de Zuid-Afrikaan Kevin Friedman.

Frivool en beweeglijk, rood- en witgoud met daarin verwerkt 403 diamanten. Yoko Furukawa, Japan.

Hilde Verbiest