H De tentoonstelling 'Leonardo da Vinci, mens/machine', met meer dan 200 objecten en 8000 multimediabeelden, loopt tot 16 maart in de Völklinger Hütte in Völklingen-Sarre (twee uur rijden van Brussel). Reserveringen : +49 68 989 100 100, of www.voelklinger-huette.org.
...

H De tentoonstelling 'Leonardo da Vinci, mens/machine', met meer dan 200 objecten en 8000 multimediabeelden, loopt tot 16 maart in de Völklinger Hütte in Völklingen-Sarre (twee uur rijden van Brussel). Reserveringen : +49 68 989 100 100, of www.voelklinger-huette.org. In het Duitse Völklingen, in Saarland, loopt tot de lente een tentoonstelling over de uitvindingen van de beroemde homo universalis uit het Toscaanse dorpje Vinci. In een masto- dont van een oude zwartgeblakerde staalfabriek, omgevormd tot Europees cultureel centrum, staan in een expositieruimte van zes meter hoog talrijke gigantische gietijzeren vliegwielen opgesteld. Deze daglichtloze locatie drenkt het verhaal van Leonardo da Vinci (1452 - 1519) in de geheimzinnige sfeer die het verdient. Hoezeer hadden de uitvindingen van Leonardo de wereld destijds kunnen veranderen ! Zijn ontwerpen voor een zweefvliegtuig, een auto en een fiets hadden de industriële revolutie eeuwen kunnen vervroegen. Het is de vraag of dit wel wenselijk ware geweest vanuit ecologisch en humanitair standpunt. Als de Europeanen over deze uitvindingen hadden beschikt, was hun technologische voorsprong op culturen zoals de Latijns-Amerikaanse, die ze toen trouwens met de grond gelijkmaakten, nog groter geweest. Stel dat ze inderdaad Leonardo's fiets of zijn automobiel, een soort kar aangedreven door een veer, hadden gebruikt, dan zouden de verplaatsingen over land veel sneller en gemakkelijker zijn gebeurd, zonder paardenkracht. Maar die uitvindingen verdwenen na zijn dood. Ook zijn tijdgenoten waren er amper van op de hoogte : hij werd niet au sérieux genomen. Deze uomo senza lettre, deze autodidact, beheerste slecht het Latijn en het Grieks. Veel geleerden en kunstenaars, onder wie Michelangelo, keken daardoor op hem neer en sloten hem buiten hun intellectuele groep. Leonardo stelde zijn ruim tienduizend pagina's tellende geschriften op in plat Toscaans. Hij schreef de commentaren bij zijn tekeningen ook in spiegelschrift, waarschijnlijk om zo als linkshandige niet met zijn hand door de nog natte inkt te vegen. Maar zijn "ongeletterdheid" blijkt vooral uit zijn anatomische tekeningen van het menselijk lichaam, waarvan hij heel wat onderdelen niet eens bij naam kende. Dat Leonardo geen geschoold wetenschapper was, bleek uiteindelijk een pluspunt. Daardoor bestudeerde hij de natuur zonder vooroordelen en was het onderwerp van zijn wetenschappelijke ijver niet elitair : hij trachtte in de eerste plaats energie om te zetten in arbeid en beweging. Volgens veel van zijn toenmalige collega's was dat een overbodig probleem : deze rijke vorsers vonden dat er voldoende goedkope werkkrachten waren voor dat soort werk. Daarom ook zou de stoommachine niet in de Oudheid zijn uitgevonden : slaven maakten dit tuig overbodig. Leonardo vond het lichaam hoogst fascinerend en vergeleek het met een machine. Een moderne gedachte. Veel van zijn uitvindingen vloeiden voort uit de ontdekkingen die hij deed bij het bestuderen van dat menselijk lichaam. Ook zijn denkwijze was modern : Da Vinci was niet de grote uitvinder, maar zijn genie bestond in het combineren van eigen vaststellingen met bestaande kennis, die op hun beurt resulteerden in verrassende analogieën. Samengevat betekende dit : voor een beter inzicht in de mechanica bestudeer je best het ingewikkelde lichaam van de mens. Daarom ging hij op het platteland werkende arbeiders tekenen en begon hij al vroeg lichamen te ontleden. Hij realiseerde zijn anatomische studies tussen 1479 en 1513. Als beeldend kunstenaar verwierf hij al een grondig inzicht in het spierstelsel, maar hij wilde nog meer weten en zocht naar de functie van de organen. Als eerste maakte hij nauwkeurige driedimensionale tekeningen van het lichaam, die zo een veel beter beeld gaven van het functioneren en de verhoudingen van de lichaamsdelen. Hij wees ook op de fundamentele rol van de aderen en zenuwen, dat was toen erg vernieuwend. Hij onderschatte wel de rol van de hersenen en dacht dat de zenuwen het belangrijkste coördinatieorgaan waren. Jammer dat het allemaal bij persoonlijke notities bleef die pas eeuwen later het daglicht zagen. Da Vinci zette wat hij ontdekte in het menselijke en dierlijke lichaam om in allerlei toestellen, en stopte er overal aandrijfwielen en -kettingen tussen. Zo ontwikkelde hij een zweefvliegtuig waarmee hij naar verluidt zelf zou hebben gevlogen. Na een valpartij zou hij er de brui aan hebben gegeven. Zijn helikopter bewijst dat hij bestaande ontwerpen recupereerde, want het idee zou komen van een Chinees kinderspelletje voorzien van een schroef, dat destijds in Italië in omloop was. Zijn ontwerp van een moderne fiets aangedreven door een ketting is spectaculair. De bewaarde schets zou door een van zijn leerlingen zijn gemaakt naar een door Leonardo ontworpen model. We weten niet of hij de fiets ook liet bouwen. Hetzelfde geldt voor zijn automobiel aangedreven door een opgespannen veer. Op de tentoonstelling krijg je maquettes van al deze toestellen te zien. Maar het gros van de Da Vinci-vindingen is van bouwtechnische en militaire aard. En hierin was Leonardo da Vinci minder origineel dan de leek zou vermoeden, want in die tijd ontwikkelden heel wat beeldende kunstenaars, bouwmeesters, aannemers en ingenieurs zulke nieuwe toestellen. Enkele jaren geleden werd daar overigens ruime aandacht aan besteed in een prachtige tentoonstelling over renaissancearchitectuur in het Palazzo Grassi in Venetië. Heel wat ontwerpers bleken in die tijd hefkranen, bruggen, waterafvoeren en vestingwerken te hebben bedacht. Zo ook bij ons, denk maar aan de natuurkundige Simon Stevin (1548-1620), die ook actief was in de vestingbouw en de zeilwagen uitvond. Sommige onderzoekers publiceerden hun gegevens, Leonardo blijkbaar niet. Veel van zijn studiewerk zou nochtans wel met dit opzet zijn gedaan. Maar ook na zijn dood kwam er niets in de openbaarheid. Na zijn overlijden raakten zijn manuscripten in handen van zijn leerling en trouwe kompaan Francesco Melzi, door wiens toedoen deze schat zo lang onbekend bleef. Hij liet ze wel eens inkijken door Anonimo Gaddiano en de vermaarde Giorgio Vasari. Ook Dürer zou ze op zijn reizen door Italië hebben gezien en heeft enkele figuren gekopieerd. Misschien zou ook Vesalius ze kunnen hebben consulteren, maar dat weten we niet zeker. In de zeventiende eeuw werden ze getoond aan Rubens. Nadien werden ze samen met andere tekeningen en geschriften gebundeld, waardoor de originele samenstelling verloren ging. Uiteindelijk ging het om een enorme hoeveelheid van maar liefst 10.000 bladzijden, verrijkt met vele honderden tekeningen. Op het einde van de achttiende eeuw verhuisden de notities naar Parijs, waar ze alfabetisch werden gerangschikt. Een ander deel van dit archief belandde via Spanje in Engeland, waar het grotendeels vergeten werd, om pas op het einde van de negentiende eeuw te worden herontdekt en gedeeltelijk gepubliceerd. Enkele tekeningen gingen verloren. De reden waarom de geschriften niet eerder werden gepubliceerd, ligt vermoedelijk ook bij Leonardo zelf. Misschien was hij wel wat hoogmoedig en keek hij neer op de andere wetenschappers die hem onderschatten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een kleine tekening die hij maakte van een perpetuum mobile. Vele van zijn tijdgenoten waren ervan overtuigd dat ze dit tuig konden bouwen, Da Vinci begreep dat dit niet kon en noteerde onder zijn schetsje " O vous qui y croyer, quels rêves vains". Wellicht waren zijn onderzoekingen te vooruitstrevend en in de ogen van zijn tijdgenoten gevaarlijk. Vooral in de periode nadien, waarin de ketterij hoogtij vierde. En toen deze kwade storm voorbij was geraasd, lagen de meeste van deze geschriften in een stoffig archief te wachten tot ze opnieuw naar waarde werden geschat in de periode van de industriële revolutie. Piet Swimberghe