Wat zich op het moment dat ik dit schrijf, afspeelt in de Britse pers en op internet rond de twee jongens die in 1993 in Liverpool de kleine Jamie Bulger vermoordden, is beschamend. Niemand kan voorspellen tot welke waanzin dit zal leiden.
...

Wat zich op het moment dat ik dit schrijf, afspeelt in de Britse pers en op internet rond de twee jongens die in 1993 in Liverpool de kleine Jamie Bulger vermoordden, is beschamend. Niemand kan voorspellen tot welke waanzin dit zal leiden. Op een website, geopend door een vrouw uit Florida, verschijnen doodsbedreigingen aan het adres van de twee jongens, intussen achttien geworden en onder strikte voorwaarden en controle, en met een nieuwe identiteit vrijgelaten na acht jaar verblijf in een instelling. Eén krant, de Manchester Evening News, bracht gegevens uit over de plek waar ze zouden gaan wonen. Dit tegen alle wettelijke verbodsbepalingen in. Blijkbaar telt in de eerste plaats voor de hoofdredacteur en de uitgever van die krant: de meeroplage, de publiciteit rond de titel die durft.Volgens de krant The Guardian zouden eerder al mollen uit de justitie, in ruil voor veel geld, ervoor gezorgd hebben dat ook verscheidene andere Britse sensatiekranten beschikken over vrij recente foto's van Venables en Thompson. Als die worden gedrukt of op internet gepost, zijn de twee vogels voor de kat. Wie de animositeit onder de Britse tabloids een beetje kent, weet dat hier ongelukken van moeten komen. Wat Thompson en Venables, Jamie Bulger en zijn familie hebben aangedaan, is te gruwelijk voor woorden. Maar de hypocriete manier waarop door bepaalde media rond die twee, intussen volwassen jongens, tot een morele en op internet zelfs werkelijke lynchpartij wordt aangezet, is immoreel. Dit roept vragen op over de verantwoordelijkheid van nieuwsmakers en over het langzaam verglijden van de sensatiegrens tot op de rand van de totaal kille, ongeïnteresseerde gevoelloosheid, die zelfs bereid is geschreven en ongeschreven wetten te overtreden met als enige inzet: eigen succes, scoren, winst. De twee jongens uit Liverpool werden het slachtoffer van het brute, liefdeloze milieu waarin ze opgroeiden. Dat maakte van hen gevoelloze, kleine moordenaars. Ze werden daarvoor als kinderen publiek berecht door een voor hen onbegrijpelijke justitie voor volwassenen. Op die manier zijn ze ook voor de rest van hun leven voor de leeuwen gegooid. Een maatschappij die zo met kinderen omgaat, al zijn het moordenaars, heeft de plicht alles te doen om te proberen hun opnieuw een leven te geven. Ook al zal dat nooit nog een normaal leven kunnen zijn. Nooit zullen ze van hun verleden loskomen, maar tegelijk mag het ook geen deel uitmaken van het leven dat nog voor hen ligt. Niemand die ze in de toekomst tegenkomen, als ze al een toekomst hebben, mag weten wie ze werkelijk zijn. Ook niet de vrouw of de man die misschien van hen zal gaan houden. In die acht jaar hebben ze de kans gekregen om in een beschermde omgeving kwaliteiten en vaardigheden te ontwikkelen die hen meer mens hebben gemaakt. Toen ze tien jaar waren, konden ze amper lezen of schrijven. Het gerechtelijk systeem geeft hun met een nieuwe identiteit kansen, die zullen ze misschien nooit kunnen benutten. Zelfs zonder alle waanzin die nu rond hen woedt, is hun kans op een evenwichtig leven uiterst gering. Bestaat er eigenlijk een grotere straf dan te moeten léven met wat zij meedragen? Is het inderdaad niet veel eenvoudiger om daarmee de vergetelheid van de dood in te mogen gaan, zoals Timothy McVeigh in Oklahoma kortgeleden? De donkere kant van de maan, de onvermijdelijke zwarte kant van het leven, hoe uitzonderlijk de gevallen als deze ook mogen zijn, confronteert velen met de donkere kant in zichzelf. Deernis of haat? Blinde wraak of mildheid? Wat regeert de reacties op dergelijke gruwelijke feiten en door wat laat men zich leiden als men op dat moment professionele beslissingen moet nemen? Koel winstbejag en onverschilligheid? Ik zou het die hoofdredacteur van de Manchester Evening News wel eens willen vragen. TESSA VERMEIREN