De lentegarderobe van 2010 wordt elegant, maar comfortabel. Dat is in eerste instantie een gevolg van de crisis. Luxe is bijna een vies woord geworden. Niemand, of toch bijna, waagt zich nog aan bling. De nieuwe mode is losjes en lijkt ingeleefd, maar is niet noodzakelijk sober of gereserveerd. Ze grijpt terug naar klassiekers, en in het bijzonder : de door Ralph Lauren gepopulariseerde preppy look (denk geklede shorts, zeilschoenen, ruitjeshemden en seer-sucker pakken). De Amerikaanse, door Japanse merken en stilisten gesublimeerde yupstijl is al enkele seizoenen aan een opmars bezig, maar verovert nu r...

De lentegarderobe van 2010 wordt elegant, maar comfortabel. Dat is in eerste instantie een gevolg van de crisis. Luxe is bijna een vies woord geworden. Niemand, of toch bijna, waagt zich nog aan bling. De nieuwe mode is losjes en lijkt ingeleefd, maar is niet noodzakelijk sober of gereserveerd. Ze grijpt terug naar klassiekers, en in het bijzonder : de door Ralph Lauren gepopulariseerde preppy look (denk geklede shorts, zeilschoenen, ruitjeshemden en seer-sucker pakken). De Amerikaanse, door Japanse merken en stilisten gesublimeerde yupstijl is al enkele seizoenen aan een opmars bezig, maar verovert nu resoluut de mainstream. De typisch Italiaanse mannenmode past perfect in het plaatje, al hebben de verstandigste merken hun aanbod wel opgefrist : Apennijnse elegantie is niet langer stijf en formeel . Zie bijvoorbeeld een merk als Incotex, dat op de Pitti een lijn formidabele broeken presenteerde op het kruispunt van preppy en workwear, in verweerde stoffen met een hoge aaibaarheidsfactor - wat ons betreft het hoogtepunt op de beurs. De relaxte aanpak was zelfs opvallend bij een toch veeleer klassiek merk als Corneliani, met een trui die reageert op lichaamswarmte. Ruige witte vlekken zijn het resultaat. Pitti heeft elk seizoen ook een ere-gast, opgevist uit de Ernstige Mode, en dit keer was dat het Japanse cultmerk Undercover. Ontwerper Jun Takahashi, die zijn vrouwencollecties al jaren in Parijs showt, stuurde voor het eerst zijn mannenlijn over een catwalk. De setting was prachtig : een cirkelvormige vijver in de beroemde Giardino di Boboli. De kleren waren geïnspireerd op de audiotoestellen die Dieter Rams in de jaren zestig voor de Duitse fabrikant Braun ontwierp, met jasjes die waren geperforeerd als luidsprekers, en oranje knopen als volumeknoppen (verder veel Brauniaans wit). Na de show volgde een performance : Takahashi knutselde live op een podium een van zijn buitenaards aandoende poppen, begeleid door een experimenteel optreden waarbij onder meer een neonlamp als gitaar diende. Firenze viseert sinds twee jaar ook de damesmode. Pitti W, een aparte beurs, is gespecialiseerd in collecties voor de tussenseizoenen. Hier zelfs twee ere-gasten Jack McCollough en Lazaro Hernandez, alias Proenza Schouler. De Amerikaanse ontwerpers nodigden uit in Villa la Petraia, een indrukwekkend landhuis in een verre uithoek van de stad. Geen catwalkshow, zelfs geen kleren (de collectie was blijkbaar niet op tijd af), wel een samenwerking met drie kunstenaars. Het hoogtepunt was een kort maar geniaal optreden van The Voluptuous Horror of Karen Black, de groep van Kembra Pfahler. De geheel roze geschilderde, met een zwarte pruik versierde zangeres liet zich begeleiden door theremin en synthesizer, plus een twintigkoppige vertegenwoordiging van een plaatselijke balletschool. De meisjes, zwart geschilderd, droegen door Proenza Schouler ontworpen bodysuits in een stijl die, in de woorden van de ontwerpers, "zowel geïnspireerd was op de klassieke Zuid-Californische surfcultuur als de Italiaanse Renaissance." Plus een vleugje Céline Dion : Pfahler en co brachten onder meer een hardrockversie van My Heart Will Go On. Een klasse apart. Door Jesse Brouns