Gluten. Gwyneth Paltrow verdraagt ze niet, tennisser Novak Djokovic ook niet. Omroepster Eva Daeleman heeft nog meer pech : zij krijgt helse buikkrampen van gluten én van lactose. Andere eters hebben een allergie : voor noten, voor schelpdieren, vis, eieren of selderij. Wie tegenwoordig een etentje organiseert moet soms aardig schipperen om te zorgen dat iedereen gezond en klachtenvrij van tafel gaat. Is de alleseter een bedreigde soort ? De voedingsindustrie speelt graag in op echte of vermeende behoeften. De toevloed van gespecialiseerde levensmiddelen is niet meer te stuiten : van glutenvrije ontbijtpotjes tot lactosearme melk. Zelfs discounters als Aldi hebben glutenvrije spaghetti in het aanbod. Op het internet is het aanbod aan allergenenvrije voedingsmiddelen duizelingwekkend. De horeca kon niet achterblijven : ook hier wordt steeds meer rekening gehouden met de gevoeligheden van de eters. Een allergenenpictogram op de deur kan al een eerste aanwijzing geven. Bakkers, slagers en chefs kunnen maar beter hun kennis van de voedingsleer opfrissen : volgens de wet van 13 december 2014 moeten ze de consument informeren over allergenen in niet-voorverpakte voeding op de plaats van aankoop en vóór deze plaatsvindt. Op het eerste gezicht is de aandacht voor de noden van mensen met eetproblemen alleen maar positief. Iedereen bediend, iedereen content. Wie de nieuwjaarsbrief van Eva Daeleman op knack.be las, begrijpt waarom ze zo dankbaar is voor raw food-restaurants en glutenvrije bakkers. Maar sommige artsen fronsen de wenkbrauwen. Omdat een hoop medische termen lukraak door elkaar gebruikt worden en voor verwarring zorgen en omdat almaar meer mensen glutenvrij eten die het niet nodig hebben. Soms zelfs meer dan mensen ...

Gluten. Gwyneth Paltrow verdraagt ze niet, tennisser Novak Djokovic ook niet. Omroepster Eva Daeleman heeft nog meer pech : zij krijgt helse buikkrampen van gluten én van lactose. Andere eters hebben een allergie : voor noten, voor schelpdieren, vis, eieren of selderij. Wie tegenwoordig een etentje organiseert moet soms aardig schipperen om te zorgen dat iedereen gezond en klachtenvrij van tafel gaat. Is de alleseter een bedreigde soort ? De voedingsindustrie speelt graag in op echte of vermeende behoeften. De toevloed van gespecialiseerde levensmiddelen is niet meer te stuiten : van glutenvrije ontbijtpotjes tot lactosearme melk. Zelfs discounters als Aldi hebben glutenvrije spaghetti in het aanbod. Op het internet is het aanbod aan allergenenvrije voedingsmiddelen duizelingwekkend. De horeca kon niet achterblijven : ook hier wordt steeds meer rekening gehouden met de gevoeligheden van de eters. Een allergenenpictogram op de deur kan al een eerste aanwijzing geven. Bakkers, slagers en chefs kunnen maar beter hun kennis van de voedingsleer opfrissen : volgens de wet van 13 december 2014 moeten ze de consument informeren over allergenen in niet-voorverpakte voeding op de plaats van aankoop en vóór deze plaatsvindt. Op het eerste gezicht is de aandacht voor de noden van mensen met eetproblemen alleen maar positief. Iedereen bediend, iedereen content. Wie de nieuwjaarsbrief van Eva Daeleman op knack.be las, begrijpt waarom ze zo dankbaar is voor raw food-restaurants en glutenvrije bakkers. Maar sommige artsen fronsen de wenkbrauwen. Omdat een hoop medische termen lukraak door elkaar gebruikt worden en voor verwarring zorgen en omdat almaar meer mensen glutenvrij eten die het niet nodig hebben. Soms zelfs meer dan mensen die het wél nodig hebben. Een van die artsen is professor Martin Hiele, gastro-enteroloog in UZ Leuven. "Laten we het eerst over gluten hebben. Dat is een eiwit dat in verschillende graansoorten voorkomt en bijvoorbeeld in brood en pasta zit. Glutenintolerantie of -sensitiviteit is een complexe zaak. Enerzijds heb je coeliakie (glutensensitieve enteropathie), een darmziekte die je kunt aantonen via een bloedtest of een biopsie van het darmslijmvlies. We weten hoe frequent ze voorkomt : bij ongeveer 1 op 200 mensen. Coeliakie wordt gekenmerkt door klachten als buikpijn, diarree, een opgeblazen gevoel en vermoeidheid na het eten van glutenhoudende voedingsmiddelen. Voor deze patiënten bestaat er geen twijfel, die moeten een glutenvrij dieet volgen. Daarnaast heb je niet-coeliakie-glutensensitiviteit. Dan hebben we het over mensen met vaak meer vage klachten die overlappen met coeliakie, maar er is geen diagnostisch bewijs dat er iets mis is met de darmen. Patiënten zeggen dat ze last hebben als ze gluten eten en zich beter voelen als ze er geen eten, wat zeer subjectief is. Er zijn verschillende gradaties in, van geringe tot sterke symptomen. Engelse en Australische onderzoeken suggereren dat tien procent van de bevolking er last van heeft, wat een hoog cijfer is. Volgens Amerikaanse en Italiaanse studies daarentegen is deze vorm van glutensensitiviteit even frequent als coeliakie, 1 op 200 mensen dus. Het doet sterk denken aan spastisch colon of prikkelbaredarmsyndroom, maar zoals ik al zei : we kennen het mechanisme nog onvoldoende. Mogelijk zijn er andere bestanddelen dan gluten in het spel, de zogenaamde FODMAPs, fermenteerbare koolhydraten die onder invloed van bacteriën in de dikke darm voor een opgeblazen gevoel en winderigheid zorgen. Een glutenvrij dieet is meestal ook een laag FODMAP-dieet, wat de gunstige invloed op zogenaamde glutensensitiviteit zou kunnen verklaren. Hoe dan ook bestaat er rond die aandoening nogal wat controverse : patiënten voelen zich vaak niet ernstig genomen. Als arts wil je mensen ook niet beschuldigen van ingebeelde ziektes. Misschien komen we er binnen een paar jaar achter hoe het precies in zijn werk gaat en blijkt dat er helemaal iets anders aan de hand is. Zo is ook pas in de jaren 1980 ontdekt dat een microbe, de Helicobacter pylori, maagzweren veroorzaakt. Toen ik een jong assistent was, werd daar ook soms meewarig over gedaan." Wat er ook van zij, glutenvrije voeding is booming business, de producenten hebben natuurlijk niet liever dan dat zo veel mogelijk mensen glutenvrij eten. "Als je met mensen van patiëntenverenigingen praat, blijkt dat een tweesnijdend zwaard te zijn. Enerzijds maakt het toegenomen aanbod aan glutenvrije producten dat coeliakiepatiënten gemakkelijker hun dieet kunnen volgen; ze moeten niet per se naar de dieetwinkel voor hun basisproducten. Anderzijds zijn glutenvrije producten duur ; wie een kerngezond darmsysteem heeft, laat zich beter niet verleiden door de gezondheidsclaims die eraan gekoppeld worden. In hoeverre is er sprake van een placebo-effect ? Hoe meer moeite de behandeling kost, hoe groter het placebo-effect. Een andere vraag is : hoe strikt moeten de patiënten dat dieet volgen ? Even streng als mensen met coeliakie ? Of mogen ze af en toe eens zondigen ? Dan is er nog de kwestie van de terugbetaling door het RIZIV : mensen met een bewezen coeliakie krijgen maandelijks een vergoeding van 38 euro. Sommige mensen met glutensensitiviteit begrijpen niet waarom zij dat niet kunnen krijgen : 'Wij hebben er toch ook last van.' Maar zo is nu eenmaal de wet. Mensen die een glutenvrij dieet willen volgen, raad ik altijd aan om eerst te laten onderzoeken of er coeliakie in het spel is. Is dat uitgesloten, dan kun je altijd nog uitproberen of je je beter voelt met een glutenvrij dieet en er ook mee stoppen als je het na enkele maanden beu bent, zonder dat het veel kwaad kan." Lactose-intolerantie is het onvermogen om melksuiker (lactose) te verteren, waardoor darmklachten ontstaan. Jonge zoogdieren, dus ook baby's, zijn daar, dankzij het enzym lactase, wel toe in staat. Het vermogen dit enzym aan te maken neemt met het opgroeien af, zodat de meeste zoogdieren en dus ook de meeste mensenrassen op volwassen leeftijd lactose-intolerant worden. Professor Martin Hiele : "In streken waar mensen van oudsher hun hele leven melkproducten gebruiken, kunnen volwassenen over het algemeen wèl lactose verdragen. In de westerse wereld heeft vijf à tien procent van de volwassenen last van een verminderde lactosetolerantie, tegenover meer dan negentig procent in sommige Afrikaanse en Aziatische landen. Lactose zit in alle soorten zoogdierenmelk (koemelk, geitenmelk, schapenmelk, paardenmelk), zij het in verschillende hoeveelheden. Sommige mensen verdragen zelfs het kleinste beetje melk niet, anderen kunnen tot bijvoorbeeld 12 gram lactose verdragen, dat is een glas melk. Melk is een interessante bron van voedingsstoffen als eiwitten en calcium, maar strikt genomen kunnen volwassenen zonder. Zowel door de zuivelindustrie als door die van de alternatieve dieetproducten wordt er promotie gemaakt, er zijn natuurlijk enorme economische belangen mee gemoeid." Sommige zogenaamde natuurartsen beweren dat het probleem zit in het pasteuriseren van de melk omdat het de enzymen in rauwe koemelk zouden zijn die ons helpen om melk te verteren. Professor Hiele : "Dat is dus onzin. Bovendien is men melk beginnen te pasteuriseren om ziektes als tuberculose te bestrijden, aan het drinken van rauwe melk zijn zekere risico's verbonden." Mensen relateren bepaalde lichamelijke klachten aan voeding, dat is altijd zo geweest. Professor Hiele : "Ze willen een oplossing voor hun probleem en dan is het frustrerend als er geen kant-en-klare remedie blijkt te zijn. Dat maakt hen vaak tot een gemakkelijke prooi voor zogenaamde alternatieve genezers die met de nodige empathie een houvast bieden. Vroeger gingen de mensen naar Lourdes, nu naar de natuurarts. Je kunt daar met een beetje overdrijving twee categorieën in onderscheiden : het type 'messias' dat zich concentreert op één bepaalde wetenschappelijke theorie en daar veel te vergaande besluiten uit trekt. Daarnaast heb je de platte commerçant die vooral op geldgewin uit is. In veel van de boeken met nieuwe inzichten in gezonde voeding zit hier en daar correcte informatie, maar ook veel onzin. Daarnaast heb je de trend van de celebrity's die kookboeken schrijven. Daar is niets op tegen, zolang ze alleen de ambitie hebben om lekkere gerechten te brengen. Maar de gezondheidstheorieën die ze daarbij verkondigen, zijn absoluut niet wetenschappelijk onderbouwd. Schoenmaker blijf bij uw leest, denk ik dan." DOOR LINDA ASSELBERGS"Lukraak gebruikte medische termen zorgen voor verwarring en almaar meer mensen eten glutenvrij, terwijl ze het niet nodig hebben" Waarom er steeds meer voedselallergieën opduiken, is nog niet duidelijk. Eén theorie is dat de toegenomen hygiëne er voor iets tussen zit