Rosé draagt nog altijd het imago van 'tussenwijn', zelfs van 'afvalwijn' : noch wit noch rood en dus een gemakkelijke keuze op de wijnkaart als je niet weet waar naartoe, want hij zou bij alles passen.
...

Rosé draagt nog altijd het imago van 'tussenwijn', zelfs van 'afvalwijn' : noch wit noch rood en dus een gemakkelijke keuze op de wijnkaart als je niet weet waar naartoe, want hij zou bij alles passen. Rosédruiven bestaan niet. Daarom leeft bij sommigen nog altijd de gedachte dat roséwijn gemaakt wordt door wit en rood te mengen tot de gewenste kleur. Onjuist. Er zijn twee manieren om rosé te maken, maar altijd op basis van rode druiven en zonder dat de schillen (bron van kleur en tannines) ten volle meespelen. Een eerste manier om de inbreng van de schillen te beperken tot het roséstadium bestaat erin om de schillen minder lang te laten inweken in de gistingskuip en vervolgens licht te persen ( rosé de pressurage direct, geperste roséwijn). De perswijn komt dan bij het rosésap, zoals bij rode wijn. Het is in feite een methode om lichte rode wijn te maken. Volgens de tweede manier - die aanleiding geeft tot de 'afvalgedachte' - wordt van de normaal gistende rode wijn, in een vroeg stadium als het sap nog maar een rosékleur heeft, een gedeelte afgetapt. Dit gedeelte laat men dan zonder bijkomend schilcontact verder uitgisten ( rosé par saignée, aftaprosé). In de gistingskuip blijft minder sap achter voor eenzelfde hoeveelheid kleur- en tanninebrengende schillen, en finaal komt er dus een meer geconcentreerde rode wijn van. Het afgetapte rosésap daarentegen gist verder uit zonder schilcontact of perswijn. Aftaprosé is wat fruitiger en staat wat naakter in de alcohol ; persrosé is iets 'vollediger' van smaak, van het type 'kleine rode wijn', met gewoonlijk wat meer structuur door een bijdrage van de perswijn. In gebieden waar grote rode wijn gemaakt wordt, denk maar Bordeaux, zal men eerder aftaprosé tegenkomen ; in de appellations met typische rosésignatuur, zoals Rosé d'Anjou of Rosé de Provence, wordt vooral persrosé gemaakt. Door zijn licht karakter, vooral wat bitterheid betreft, en de koele schenktemperatuur, is rosé de ideale partner bij elegante gerechten, ook buitenshuis als het warm is. Rosé is ook zeer geschikt als gezelligheidsaperitief, bijvoorbeeld op zondagmiddag. Maar hij moet dan wel goed zijn. Château Bellevue, Bordeaux Rosé 2007Lichte rode kleur en frisse neus van lichte rode wijn. Ook de smaak is er een van lichte rode wijn met een accent op frisheid. Kan bij fijne vleeswaren. (Delhaize : 4,99 euro). Château de la Coulerette, Côtes de Provence 2007Lichte zalmkleur en neus van snoepjesfruit. De smaak is zacht, fris en rond. Kan bij koude witte vleesgerechten. (Delhaize : 5,19 euro). Château Montaud, 2006, Côtes De ProvenceHeel lichte zalmrosékleur en neus van snoepjesfruit (neusjes). De smaak is dun, zuur en fris. Geen gastronomische mogelijkheden. Kan dienen als aperitief buiten. (GB/Carrefour : 4,89 euro). Barthès Prestige, Bandol 2007Zalmkleur en zeer presente neus. Vol, krachtig en fijn. Zelfs met uitgesproken diepte. De smaak is dragend en gevuld, typisch mourvèdre. Volop gastronomische wijn voor bij gebraden kip. Zeker de beste van de reeks. (Colruyt : 7,95 euro). Marqués de Cáceres, Rioja 2007Lichtrode kleur en neus van zacht rood fruit die ontwikkelt in het glas. Complete smaak van lichte rode wijn met wat karakter. Moet passen bij geroosterde vis van de barbecue. (GB/Carrefour : 5,51 euro). Michel Torino, Malbec-Rose 2007, Calchaqui Valley, ArgentinaVolrode kleur en floraal boeket met rijpheid. De smaak is echter brandend alcoholisch. Geen gastronomisch type. (Colruyt : 4,99 euro).Door Herwig Van Hove