De politicus nam architect Philip Tilden onder de arm, die de oude woning fors uitbreidde door een tuinvleugel bij te bouwen. Die vormt het hart van Chartwell, met de salon, de eetkamer en de slaapkamer van Churchills vrouw Clementine (Clemmie). Het landhuis kostte het koppel 5000 pond, de restauratie 18.000 pond en zou hen voor de rest van hun dagen financiële kopzorgen geven. Want Winston Leonard Spencer-Churchill mocht dan wel geboren zijn in het meer dan majestueuze Blenheim Palace in de Cottswolds - zijn grootvader was de zevende hertog van Marlborough -, rijk was hij zeker niet. In 1929 leek zijn politieke loopbaan zelfs voorbij en zag het ernaar uit dat hij voor zijn inkomen volledig aangewezen zou zijn op zijn literaire en journalistieke arbeid.
...

De politicus nam architect Philip Tilden onder de arm, die de oude woning fors uitbreidde door een tuinvleugel bij te bouwen. Die vormt het hart van Chartwell, met de salon, de eetkamer en de slaapkamer van Churchills vrouw Clementine (Clemmie). Het landhuis kostte het koppel 5000 pond, de restauratie 18.000 pond en zou hen voor de rest van hun dagen financiële kopzorgen geven. Want Winston Leonard Spencer-Churchill mocht dan wel geboren zijn in het meer dan majestueuze Blenheim Palace in de Cottswolds - zijn grootvader was de zevende hertog van Marlborough -, rijk was hij zeker niet. In 1929 leek zijn politieke loopbaan zelfs voorbij en zag het ernaar uit dat hij voor zijn inkomen volledig aangewezen zou zijn op zijn literaire en journalistieke arbeid. Toen hij in 1945 de eerste naoorlogse verkiezingen verloor, uitte hij de vrees dat Chartwell hem uiteindelijk toch boven het hoofd zou groeien. Enkele vrienden staken de koppen en de portefeuilles bij elkaar en kochten het domein aan voor 50.000 pond. De Churchills mochten er voor de rest van hun dagen blijven wonen tegen een nominale huur van 350 pond per jaar. De voormalige eerste minister verbleef er tot drie maanden voor zijn dood op 24 januari 1965. Clemmie verhuisde voorgoed enkele dagen na zijn begrafenis, maar bleef nauw betrokken bij de restauratie van het domein, dat in 1966 werd opengesteld voor het publiek. Sindsdien wordt het landgoed beheerd door de National Trust. Voor de herinrichting werd bewust teruggegrepen naar de jaren dertig, toen Chartwell in de eerste plaats een familiewoning was, maar ook de plek van waaruit Churchill waarschuwde voor de herbewapening van Duitsland. Het was ook het huis waarin hij vrienden ontving, zoals de Franse socialistische premier Léon Blum en Charlie Chaplin. Het landgoed van vandaag is dan ook bevroren in die tijd, en in de eerste plaats opgezet als een schrijn ter nagedachtenis van een groot staatsman. Vandaar de kamer met uniformen, vlaggen en andere parafernalia die aan de carrière van de Grootste Brit Aller Tijden moeten herinneren. Het heilige der heiligen wordt gevormd door de studeerkamer, waar Churchill zijn oeuvre dicteerde aan zijn secretaresses. Wat menselijk tegengewicht bieden gelukkig de slaapkamer van Clemmie en de door Tilden gecreëerde eetkamer, waar heel wat groten der aarde aan de dis werden genood, maar waar evengoed heel wat familieruzies beslecht werden. In het huis hangt heel wat kunst, waaronder een Zicht op de rede van Antwerpen van Isidoor Opsomer in de vestibule, en een gezicht op Charing Cross Bridge van Claude Monet in de salon. Voor de rest zijn de muren van het huis voornamelijk behangen met konterfeitsels van zijn beroemde bewoner zelf. Het grootste deel van zijn plastische oeuvre is te bezichtigen waar het thuishoort, met name in het atelier in de tuin. Hier staat ook de paraplubak met zijn collectie wandelstokken, die vroeger in de inkomhal stond. De tuin zelf bestaat uit een waterpartij met kalkstenen rotsen, ontworpen door Gavin Jones, en de door Clemmie aangelegde ommuurde rozentuin. Verderop staat een hoge muur die door Churchill zelf om de voormalige kruidentuin heen werd gemetseld. Hij was het ook die het openluchtzwembad liet aanleggen, evenals de siervissenvijver, waar hij graag placht te schilderen. Dieper dan in Chartwell kun je in de Britse geest niet binnendringen. Winston Leonard Spencer-Churchill wordt op 30 november 1874 geboren op Blenheim Palace. Zijn vader Randolph is de derde zoon van de Hertog van Marlborough, zijn moeder, Jennie Jerome, de dochter van de Amerikaanse miljonair Leonard Jerome. Zij beweerde indiaans bloed te hebben. Hij studeert in Harrow en daarna aan de militaire school van Sandhurst. Na een militaire carrière, die hem onder meer naar de Boer War in Zuid-Afrika brengt, stapt hij in de politiek. In 1908 trouwt hij met Clementine Hozier, met wie hij vijf kinderen zal krijgen. Ondanks een paar ambten als minister en staatssecretaris lijkt zijn politieke carrière begin jaren dertig voorbij. Hij maakt zijn comeback als eerste minister van 1940 tot 1945 en nog eens van 1951 tot 1955. In 1953 krijgt hij de Nobelprijs voor Literatuur. Hij overlijdt op 24 januari 1965 in zijn huis in Londen en wordt begraven in Bladon, vlak bij Blenheim. Een van zijn vele beroemde uitspraken luidt : "De geschiedenis zal mild voor mij zijn, want ik ben van plan hem te schrijven."Reisroute Van Dover of Folkestone de M20 richting Londen volgen, daarna de M26 kiezen en daarna de M25. Deze verlaten via afrit 5. Bij Westerham de B2026 nemen. Met dank aan P&O Ferries. Open Van 25/3 tot 2/7 : alle dagen, behalve maandag en dinsdag, van 11 tot 17 uur. Van 4/7 tot 3/9 : alle dagen, behalve maandag, van 11 tot 17 uur. Van 6/9 tot 29/10 : alle dagen, behalve maandag en dinsdag, van 11 tot 17 uur Info www.nationaltrust. org.uk/places/chartwell.Door Marcel Schoeters