Toen Tijl vijf jaar geleden in een bevlieging een vervallen arbeidershuisje kocht in Sint-Amandsberg, contacteerde hij onmiddellijk architect Maarten Vanbelle. Na Maartens stage bij Marie-José Van Hee - bekend van de Gentse stadshal, die ze samen met Paul Robbrecht en Hilde Daem ontwierp - richtte hij samen met Dries Vens in 2006 Atelier Vens Vanbelle op. Tijls woning was een van hun eerste realisaties. "Tijl en ik zijn jeugdvrienden. Eigenlijk is het riskant om voor kennissen te bouwen. Maar in ons geval liep de samenwerking erg goed", lacht Maarten.
...

Toen Tijl vijf jaar geleden in een bevlieging een vervallen arbeidershuisje kocht in Sint-Amandsberg, contacteerde hij onmiddellijk architect Maarten Vanbelle. Na Maartens stage bij Marie-José Van Hee - bekend van de Gentse stadshal, die ze samen met Paul Robbrecht en Hilde Daem ontwierp - richtte hij samen met Dries Vens in 2006 Atelier Vens Vanbelle op. Tijls woning was een van hun eerste realisaties. "Tijl en ik zijn jeugdvrienden. Eigenlijk is het riskant om voor kennissen te bouwen. Maar in ons geval liep de samenwerking erg goed", lacht Maarten. "Tijl had eigenlijk maar één belangrijke eis : vanwege zijn beperkte budget wou hij zo veel mogelijk werken zelf uitvoeren. Daar hebben we rekening mee gehouden in het ontwerp én in de materiaalkeuze : mdf, gipsplaat, hout en polybeton. Voor Tijls gemak maakten we ook tekeningen waarop we elke bouwfase stap voor stap uitlegden. Net een handleiding van Ikea. Of van Lego." Tijl : "Dat was wel handig, moet ik zeggen. En toch belde ik Maarten nog om de haverklap op voor de domste akkefietjes op de werf." Maarten : "Ach, je weet dat ik met plezier naar de werf kwam. Je had een goed lokmiddel : er stond altijd een krat trappist van Westvleteren onder het stof." Humor typeert deze verbouwing van Atelier Vens Vanbelle. Ze toverden het bekrompen arbeidershuisje vol koterijen om tot een open, lichtrijke rijwoning met verrassende facetten. Letterlijk bijna, want door de vele hoeken, kanten, knikjes en doorzichten valt het licht continu gefacetteerd binnen. "De zon zorgt ervoor dat het huis er 's morgens en 's avonds compleet anders uitziet. En door de vele doorzichtjes ontdek je telkens een ander facet van het huis", zegt Tijl. Behalve een muur, een trap en een kamer liet Atelier Vens Van Belle niets heel van de originele koterij. Resultaat : het benepen gevoel van het oorspronkelijke huis is compleet weg. En de woning is één ruimte geworden, haast zonder deuren. "In onze projecten maken we niet altijd zo'n tabula rasa", aldus Maarten Vanbelle. "We kijken steeds naar de bestaande volumes. Hier was gewoon weinig het behouden waard. In ongeveer de helft van onze verbouwingen moeten we alles strippen en eigen elementen aanbrengen." Maarten en Dries voegden aan deze woning een soort hedendaagse 'koterij' toe : een houten minihuisje. De 'indoor chalet' heeft alles van een woning : raamuitsparingen, een gang, een balkon, een deuropening, dakbedekking én 'gevelbekleding' in gevernist hout. Het volume loopt over de twee verdiepingen door. Beneden is er plaats voor een ruime keuken. Daarachter zit, aan de straatkant, een berging verstopt. Boven herbergt het houten blok nog een bureau, twee slaapkamers en een badkamer. Al die ruimtes lopen quasi naadloos in elkaar over. Rond het minihuis zit de trap gekronkeld. Het trappenhuis zelf werd schuin afgetimmerd in multiplex. "Dat levert een spannend zicht op vanuit de keuken beneden", aldus Tijl. "Ik zit vaak op het aanrecht naar boven te kijken." Nog zo'n mooi detail : het 'indoor tuinhuis' volgt consequent het silhouet van een echte woning. Vandaar ook de afgeschuinde ramen op de tweede verdieping : zij volgen de knik in de 'daklijn' van de chalet. Op de benedenverdieping zit er aan de tuinkant nog zo'n opvallende knik. De schuine kant in het originele perceel benutte Vens Vanbelle op een slimme manier in de zithoek. Daar werd de knik zelfs nog geaccentueerd door de zaagsneden in de betonvloer. Het plafond in de zitkamer vertoont zelf ook een knik, waardoor een grafisch en knus effect ontstaat. "Tijl is iemand die de gezelligheid opzoekt. Vandaar ook de houtkachel in zijn zitkamer. Het schuine plafond appelleert aan de oervorm van een huis met een dak. Mensen voelen zich nu eenmaal meer geborgen onder een schuin dak dan onder een recht volume", aldus Maarten. "Architectuur gaat bij ons om geborgenheid en ruimte creëren, licht binnentrekken en de ruimtes zo logisch mogelijk aaneenschakelen. We zijn niet het bureau van de grote theorieën, maar dat vinden we wel belangrijk." Het ontwerp van Vens Vanbelle is tegelijk doordacht, gedetailleerd en humoristisch. Maar vooral ook pragmatisch, aangezien Tijl zo veel mogelijk zelf wilde doen en tijdens de werken op de werf wou wonen. Daarom werkte Atelier Vens Vanbelle eerst de bovenverdieping af, als een soort studio annex badkamer voor de vrijgezel. "Ik behielp me met een tafel, een magnetron en een kookplaatje. In het begin was er zelfs geen verwarming. Ik sliep met mijn muts en jas aan. Die rock-'n-rolltijd is gelukkig voorbij", vertelt Tijl. Pittig detail : tijdens de verbouwingen leerde Tijl zijn vriendin Indra kennen. Ze wonen nu samen en hebben een kindje. "Daar was bij de verbouwing niet echt rekening mee gehouden. Veel ruimtes zijn open. Er zijn geen afgesloten kamers met deuren. De gang en de ruimtes lopen op alle verdiepingen in elkaar over", zegt Maarten. "Maar door dat ontwerp zijn Tijl en Indra ietwat anders gaan leven. Ze zijn opener mensen geworden. En de architectuur heeft daar een rol in gespeeld." Info: www.vensvanbelle.be. DOOR THIJS DEMEULEMEESTERAan de woning werd een soort hedendaagse 'koterij' toegevoegd : een houten volume dat over twee verdiepingen doorloopt Het bekrompen arbeidershuisje werd omgetoverd tot een open, lichtrijke rijwoning met verrassende facetten