Ik heb altijd een rebelse aard gehad", zegt Hannes D'haese (44), medeoprichter van Creative Coffins en een van de negen kinderen van de bekende arts Herman Le Compte en kunstenares Begga D'Haese. De aanvaringen van zijn vader met de Orde van Geneesheren in de jaren zeventig lieten diepe sporen na, zegt de kunstenaar in zijn atelier in Westkapelle. "Ik maakte op jonge leeftijd kennis met de pers en met getreiter", zegt D'haese. "Als we thuis in Knokke de deur uitgingen, moesten we voortdurend onze identiteitskaart tonen aan de politie. Mijn vader belandde ook enkele keren in de gevangenis. Een mens kan niet rancuneus blijven, maar je zou voor minder rebel...

Ik heb altijd een rebelse aard gehad", zegt Hannes D'haese (44), medeoprichter van Creative Coffins en een van de negen kinderen van de bekende arts Herman Le Compte en kunstenares Begga D'Haese. De aanvaringen van zijn vader met de Orde van Geneesheren in de jaren zeventig lieten diepe sporen na, zegt de kunstenaar in zijn atelier in Westkapelle. "Ik maakte op jonge leeftijd kennis met de pers en met getreiter", zegt D'haese. "Als we thuis in Knokke de deur uitgingen, moesten we voortdurend onze identiteitskaart tonen aan de politie. Mijn vader belandde ook enkele keren in de gevangenis. Een mens kan niet rancuneus blijven, maar je zou voor minder rebelleren. Ik heb nog steeds een hekel aan autoriteit. Ook in de kunstwereld, met al zijn snobisme." Dat is de waarheid. Ondanks zijn drukke beroepsleven en zorg voor mensen die nergens terechtkonden, maakte hij ook tijd voor ons. Om een partijtje voetbal te gaan spelen, of 's avonds een verhaal te vertellen. En wat of waar we ook wilden studeren, voor de kinderen was niets hem te veel. Zelf zag ik dat niet altijd, want mijn vader was ook streng en autoritair. We moesten in de pas lopen, en uitgaan kon niet. Dat wakkerde mijn rebellie alleen maar aan. Ik werd wel zes keer onterfd (lacht). Ik wilde vooral mijn moeder de pers besparen, dus nam ik zelf maar de telefoon aan. Maar het was niet de eerste keer dat ik met de dood te maken kreeg. De eerste keer was ik amper twintig, een dodelijk ongeval waarbij ik achterop op de motor van een vriend zat. Ik overleefde het, hij niet. Daar heb ik me jaren schuldig om gevoeld. Nee. Een begrafenis zou een feest moeten zijn, een moment om iemand te eren met mooie herinneringen. Op die manier kunnen mensen zelf ook bepalen hoe ze begraven zullen worden, een wens die steeds vaker voorkomt. Het is uiteraard zwaarder als ik een kist op bestelling maak, of als het om iemand uit mijn eigen omgeving gaat. Dan ben ik emotioneel meer betrokken dan bij de kisten die de begrafenisondernemers verdelen. Die doden blijven anoniem voor me. Mensen zijn kleurrijk. Daar past geen zwarte kist bij. Achter sommige figuren zit een gevoel - vogels drukken hoop uit, vissen staan voor vrijheid - maar in abstracte vormen mogen mensen zien wat ze willen. Ik schilder in de eerste plaats kleuren in functie van mijn stemming, geen figuren. Ik wilde het professioneel aanpakken. Om het taboe rond de dood te doorbreken, moest ik de begrafenisondernemers mee hebben. Anders schiet de opzet zijn doel voorbij. Demaco is de grootste speler op de Belgische markt, en Creative Coffins neemt ook deel aan professionele beurzen. Met mijn familienamen ben ik wel wat gewend. Hoge bomen vangen veel wind, al wil ik niet choqueren. Onlangs heb ik nog een kist met sportwagens versierd, en met het motto van de man in kwestie : Jack is my name, cars are my game. De bestelling werd destijds geplaatst door zijn vrouw - een origineel verjaardagsgeschenk. Nee. Met nachtbraken bouw je geen professionele zaak uit. Mocht ik iets kunnen veranderen, dan was ik minder lang een fuifbeest gebleven. Want plotseling ben je veertig en zijn heel wat kansen voorbij. Ik mag van geluk spreken dat het me als kunstenaar zo snel voor de wind gaat. Info : www.hannesdhaese.be, www.creativecoffins.beDoor Wim Denolf - Foto Saskia Vanderstichele