Ze lagen daar al vele jaren, op de schappen in mijn moeders garage, tussen boeken over schilderkunst en boeken over seks, die ook al stoffig waren : de dia's van mijn vader. Ze zaten in rollen die in mijn kinderlijke verbeelding op trommelladers van machinegeweren leken, te zien in oude gangsterfilms. Meer dan tweeduizend schijfjes. Geguillotineerde tijd, door mijn vader ingegraven voor later.
...

Ze lagen daar al vele jaren, op de schappen in mijn moeders garage, tussen boeken over schilderkunst en boeken over seks, die ook al stoffig waren : de dia's van mijn vader. Ze zaten in rollen die in mijn kinderlijke verbeelding op trommelladers van machinegeweren leken, te zien in oude gangsterfilms. Meer dan tweeduizend schijfjes. Geguillotineerde tijd, door mijn vader ingegraven voor later. 'Diapositieven', werden ze voluit genoemd, met een woord dat geen mens onder de twintig waarschijnlijk nog kent. Mica-tjes gevat in kleine plastic frames, bij voorkeur geschikt om met een projector te worden vertoond op een scherm. Daar zat de hele familie dan omheen geschaard, gezellig bij het schijnsel van de toverlantaarn. Was men terug van vakantie in Mallorca, dan werden zelfs de buren bijeengetrommeld om van de voorstelling te genieten. Op een bepaald moment raakten dia's uit de gratie. Geen mens bekeek ze nog, wegens te omslachtig, of gewoon omdat de diaprojector de geest gaf en niemand de moeite deed hem te vervangen - als dat nog mogelijk was. De dia's klaagden niet. Ze bleven stilletjes liggen, zich bewust van hun sentimentele waarde die door het verstrijken van de jaren alleen maar groter werd. Ooit zouden ze wel opnieuw worden bekeken. Zo geschiedde inderdaad, toen ik mij onlangs een scanner aanschafte waarmee ik de dia's kan omtoveren tot magnifieke digitale beelden. Ze worden weer springlevend en bezorgen mij de ene na de andere aha-erlebnis. Daar loop ik dan, aan de hand van mijn mama, voor de basiliek in Scherpenheuvel. Mijn mama is mooi en erg jong. Zelf heb ik pret, dolle pret, mijn mond staat ervan open en toont dat ene zielige tandje. Ik ben zo gretig naar alles zoals alleen kinderen zijn die nog maar pas kunnen lopen. Een andere foto toont mij op een kermismolen in een tank, de hand aan een mitraillette en kwaad als een mier. Zo bekijk ik de ene na de andere dia. Ik zie bekers en sjaals, knuffelbeesten en lampenkappen die ik dacht te zijn vergeten, maar die er opeens weer staan, tastbaar als een eenzame boom in de winter, in het midden van een kaalgeslagen veld. Sommige van de beelden zijn verbleekt aan de randen, of juist te donker geworden. De kleuren zijn ergens blijven plakken tussen nu en 1970. Maar ik krijg de meeste toch nog goed. Ze hebben een soort transparantie als van zinderende zomerlucht, die je het gevoel geeft dat je zo in de foto kunt stappen om erin rond te wandelen, zelfs buiten het kader. Zou dát niet spannend zijn ? Ik maak een sneeuwpop. Ik ben een cowboy met een knalpistool en een sigaret van chocolade. Ik zit op het terras te ontbijten, mijn voeten in witte kousen in aandoenlijke sandaaltjes. Ik ben zo vlekkeloos dat het bijna pijn doet aan de ogen. Zie de pot perengelei op het klaptafeltje. De thermoskan uit de sixties. Het bavetje dat ik draag. Die dingen zijn zo levensecht dat je zou zweren de lucht te kunnen ruiken, op die vergeten ochtend die zich door deze dia liet verschalken. Op een andere leunt mijn vader tegen onze Opel Manta. Sterk en vastberaden. Vijf jaar scheiden hem van zijn eerste hartinfarct, waarna hij nooit meer dezelfde zal zijn. Mochten ze vragen of ik een glimp wil opvangen, in een nieuwerwetse toverlantaarn, van hoe ikzelf en de wereld er zullen uitzien over nog eens dertig jaar, ik denk niet dat ik zou durven kijken. In het verleden daarentegen kan ik eindeloos verwijlen, mij vergapend aan details, af en toe zuchtend en met in mijn buik weer dat gevoel uit de turnzaal, toen we voor het eerst over de bok moesten springen. Eerdere versies van mezelf, toen er nog geen muren stonden en zelfs de sms nog niet was uitgevonden. Diapositieven waren er wél en wellicht ook weemoed naar nog vroegere tijden. Ik denk dat ik in de baarmoeder al weemoedig was. Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij. Ik kan daar wel van janken. Daar is geen kruid tegen gewassen, tenzij misschien de bloesemessences van de onvolprezen Dr. Bach. Met name nummer negen lijkt mij interessant : Lonicera caprifolium ofte kamperfoelie. "Te gebruiken bij heimwee naar een overdreven verheerlijkt verleden", lees ik in de folder. "Voor hen die onvoldoende belangstelling hebben voor het hier en nu." Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders