Vlamingen, Walen en Brusselaars spanden dit jaar samen op één plek in Milaan, voor het eerst in de officiële (lees : door de overheid gesteunde) designgeschiedenis. De verschillende organisaties schaarden zich achter één slogan : Belgium is Design. Wat ze daarmee bedoelden, was niet onmiddellijk duidelijk. Dat België als land een artificiële constructie is (en dus : design) zal wel kloppen. Maar de tweede betekenis, het vereenzelvigen van België met design, lijkt ons toch een extreem geval van wishful thinking. ...

Vlamingen, Walen en Brusselaars spanden dit jaar samen op één plek in Milaan, voor het eerst in de officiële (lees : door de overheid gesteunde) designgeschiedenis. De verschillende organisaties schaarden zich achter één slogan : Belgium is Design. Wat ze daarmee bedoelden, was niet onmiddellijk duidelijk. Dat België als land een artificiële constructie is (en dus : design) zal wel kloppen. Maar de tweede betekenis, het vereenzelvigen van België met design, lijkt ons toch een extreem geval van wishful thinking. De scenografie van Stefan Schöning werd gerecupereerd van een eerdere incarnatie van de tentoonstelling, in Le Grand Hornu (en paste dan ook perfect in de zeitgeist, zie hoofdartikel). Maar in de Pinacoteca, een monumentaal gebouw met kunsthistorisch gewicht, stonden de displays met Belgisch meubilair toch wat verloren. Het ontbrak de tentoonstelling wat ons betreft aan een duidelijke focus. In tegenstelling tot New Times, New Heroes, de expo van het Genkse cultuurcentrum Z33 in Zona Lambrate, die met veel minder toegankelijke materie toch veel meer impact had. Het was ook niet onmiddellijk duidelijk voor wie Belgium is Design eigenlijk bedoeld was. Los daarvan : veel mooie stukken, vooral in de Brusselse selectie - het Donaldstoeltje van Benoît Deneufbourg, de Cat Library van Corentin Dombrecht, of de Stair van architect Julien De Smedt in multiplex. Terwijl op de officiële meubelbeurs de merken Tribù, Royal Botania, Extremis, Casalis, Jori, Bulo, Quinze & Milan en Indera de Belgische eer hoog hielden, was het aantal Belgische designers bij internationale merken redelijk beperkt. Xavier Lust bracht werk bij Fiam Italia en een algenlamp bij Materialise.mgx (hij experimenteerde ook met lichtgevende spiegels voor een glastentoonstelling). Vincent Van Duysen toonde een stoere, minimalistische tafel bij DePadova, en Alain Gilles een soort landschapskastje bij Casamania en bewegende salontafeltjes bij Bonaldo. Nathalie Dewez zag haar Balancelamp in productie gaan bij Established & Sons. Dat Britse merk lanceerde eveneens een nieuwe lamp van Sylvain Willenz, de Super Torch. Willenz had ook een kinderstoel bij het Japanse Karimoku, en een lamp bij Tamawa. De in Antwerpen gevestigde, half-Belgische Studio Job toonde de Gothicstoel bij Moooi en een kantoorkast met reuzensleutel bij Lensvelt. When Objects Work, de verzameling decoratievoorwerpen van hoogstaande internationale architecten van Béatrice Delafontaine, introduceerde een zilveren puzzeldoosjescollectie van Denis Montel, de man die het departement binnenhuisarchitectuur van Hermès leidt, plus objecten van de Braziliaanse architect Marcio Kogan, en van de Amerikaanse architect Richard Meier.