Het is heet in de Turnhoutse Kongostraat. Té heet vindt ook Chika Unigwe. Of ze dan al zo Belgisch is dat ze de warmte niet meer verdraagt ? Ze grijnst. "Deze hitte is anders dan in Nigeria. Daar zweet je en koel je af. Hier is het stifling. Hoe zeg je dat in het Nederlands ? Drukkend, ja." Met haar tengere figuur ziet ze er jonger uit dan 32 en al helemaal niet als een moeder van vier zonen, waarvan de jongste pas vier maanden is. Negen jaar woont ze nu in België en haar Nederlands is quasi vlekkeloos, met een zangerig accent dat maakt dat ze haar w's uitspreekt zoals het Belgische koningshuis dat pleegt te doen. Tijdens de Nacht van de Muze zal ze voorlezen uit een nieuwe roman, waar ze nog volop aan werkt. "Er zit nog niet echt een lijn in. Ik ben eigenlijk wel ambitieus, maar tegelijk moet ik mij altijd dwingen om te schrijven : nog zoveel woorden en dan pas mag je gaan slapen. Anderzijds : als ik te veel plannen maak, komt er niets van. Ik schrijf in het wilde weg en zie wel wat ervan komt. Of dat typisch Afrikaans is ? Nee, dat is typisch Chika. Gelukkig heb ik over de hele wereld verspreid een netwerk van vrienden die allemaal in het Engels schrijven. Eentje woont in Groot-Brittannië, de anderen in Soedan, Italië en Zuid-Afrika. We lezen elkaars werk en geven commentaar. Die feedback is een belangrijke stimulans voor mij."
...

Het is heet in de Turnhoutse Kongostraat. Té heet vindt ook Chika Unigwe. Of ze dan al zo Belgisch is dat ze de warmte niet meer verdraagt ? Ze grijnst. "Deze hitte is anders dan in Nigeria. Daar zweet je en koel je af. Hier is het stifling. Hoe zeg je dat in het Nederlands ? Drukkend, ja." Met haar tengere figuur ziet ze er jonger uit dan 32 en al helemaal niet als een moeder van vier zonen, waarvan de jongste pas vier maanden is. Negen jaar woont ze nu in België en haar Nederlands is quasi vlekkeloos, met een zangerig accent dat maakt dat ze haar w's uitspreekt zoals het Belgische koningshuis dat pleegt te doen. Tijdens de Nacht van de Muze zal ze voorlezen uit een nieuwe roman, waar ze nog volop aan werkt. "Er zit nog niet echt een lijn in. Ik ben eigenlijk wel ambitieus, maar tegelijk moet ik mij altijd dwingen om te schrijven : nog zoveel woorden en dan pas mag je gaan slapen. Anderzijds : als ik te veel plannen maak, komt er niets van. Ik schrijf in het wilde weg en zie wel wat ervan komt. Of dat typisch Afrikaans is ? Nee, dat is typisch Chika. Gelukkig heb ik over de hele wereld verspreid een netwerk van vrienden die allemaal in het Engels schrijven. Eentje woont in Groot-Brittannië, de anderen in Soedan, Italië en Zuid-Afrika. We lezen elkaars werk en geven commentaar. Die feedback is een belangrijke stimulans voor mij." Schrijven doet Chika al heel lang. "Al van toen ik op mijn elfde van mijn vader een schrijfmachine kreeg. Met één vinger tikte ik gedichten. Over sneeuw en ijsschaatsen, belachelijk. Maar ja, ik groeide dan ook op met De vijf van Enid Blyton en de sprookjes van Hans Christian Andersen. Ik ben de zesde van zeven kinderen en toen we voor het eerst met vakantie naar Londen gingen, was mijn jongste zusje diep ontgoocheld omdat de vrouwen er geen hoepelrokken droegen en geen parasolletjes bij zich hadden, zoals een vriendinnetje haar verteld had." Het mag duidelijk zijn, Chika komt uit een welgesteld milieu. Haar vader is nog parlementslid geweest, haar moeder is een zakenvrouw. "Zij behoren tot die generatie Nigerianen voor wie gold : hoe blanker van mentaliteit je bent, hoe meer aanzien je hebt. Ik heb een Nigeriaanse vriendin die geen woord Igbo kent. Zo ging dat toen : hoe duurder de school waar je je kind heen stuurde, hoe meer Engels er gesproken werd. Mensen gaven hun kinderen ook Engelse voornamen, op dat gebied waren mijn ouders dan weer een uitzondering. Het was mijn vader die erop aandrong dat ik een Ph.D. zou halen. Op de University of Nigeria waren er overigens meer vrouwelijke studenten dan mannelijke. Veel jongens waren namelijk te ongeduldig om te studeren, die wilden snel geld verdienen. ( lacht) Bij meisjes was die druk niet zo groot." Haar BA in Engelse taal- en letterkunde haalde Chika in Nigeria, daarna volgden postgraduaatstudies in Leuven en Leiden, waar ze een doctoraat in de letteren haalde met een thesis over Igboschrijfsters. "Mijn grote idool is Buchi Emecheta die haar eerste boek schreef toen ze 26 was en al vijf kinderen had. Toch is ze nog sociologie gaan studeren, echt een vrouw die haar weg gemaakt heeft. Drie jaar geleden heb ik haar ontmoet in Londen, een bijna surreële gebeurtenis voor mij." Gaat Chika haar idool achterna ? Ze won in elk geval verschillende prijzen, waaronder de 2003 BBC Short Story Award, een eervolle vermelding voor de 2004 Commonwealth Short Story Award en een nominatie voor de Caine Prize, de Afrikaanse Booker zeg maar. In België won ze in 2004 de verhalenwedstrijd van de VDAB met het verhaal De smaak van sneeuw. Haar eerste in het Nederlands vertaalde roman, Defeniks, verscheen in 2005. Sindsdien wordt geregeld haar mening gevraagd in het debat over onze omgang met mensen van vreemde origine. Waar ze graag aan deelneemt : "Mijn achternaam is niet evident Belgisch, maar ik heb een Belgisch paspoort en ik beschouw mijzelf ook als Belgische. Misschien kan ik op mijn manier toch een klein verschil maken in het denkpatroon over inwijkelingen." Chika Unigwe : Donker. Donker en koud. Het was winter toen ik hier voor het eerst kwam, om kennis te maken met mijn schoonouders. Mijn man had ik leren kennen in Nigeria, waar hij zijn burgerdienst deed in een project van de KU Leuven. Zijn thuis was in België en dus kwam ik hier wonen, ik volgde gewoon mijn hart. Mijn eerste indruk was niet positief of negatief, ik had geen vooroordelen. Maar alles was vreemd. Ik weet nog dat ik de eerste ochtend aan tafel moest gaan zitten, terwijl ik totaal geen honger had. En wat een drukte er niet over het ontbijt gemaakt werd : verschillende soorten kaas, allerlei cold cuts. Hoe heet dat ook alweer ? Ha ja, charcuterie. Als ik in Nigeria honger had, haalde ik gewoon iets in de keuken en at het voor de televisie op. En als ik geen honger had, at ik niet. In België is er voor alles een regel, ik moest dat allemaal leren, als een kind. Sommige regels vind ik wel goed. Mijn kindjes moeten nu ook aan tafel komen zitten om te eten, allemaal samen, als een familie. En ze moeten op tijd naar bed, dat is ook een goede Belgische gewoonte. Ik denk niet dat ze er een probleem van maakten. Een van mijn schoonzussen is getrouwd met iemand uit Irak of Iran, precies weet ik het niet. Hij is al zeker twintig jaar hier en spreekt Nederlands zoals iedereen. Voor mij is dat gewoon een Belg. Ik denk het wel. In een grote stad ben je anoniem, je gaat op in de massa. Als ze je hier een paar keer op straat zien lopen, weten ze wie je bent. Of ze kennen je van in de winkel, de kerk, of de school van de kinderen. Pas op, in het begin was ik heel eenzaam, ik kende alleen de familie van mijn man. Ik ben strikt katholiek opgevoed. Als mijn man naar zijn werk was, ging ik naar de mis in de Sint-Pieterskerk. Wat een ontgoocheling. In Nigeria zitten de kerken vol, het is ook een ontmoetingsplaats, maar hier was er hooguit een handvol mensen en buiten mij niemand onder de zeventig. Toen ik hier een poos was, werd ik ziek en verbleef ik overdag bij een tante van Jan, om een beetje verwend te worden. Op een middag vroeg ze of ik zin had in een wandelingetje. Ik ving iets op over bloemen en dacht dat we naar een tuin gingen. Maar ineens stonden we op een kerkhof. Ik schrok me rot, dat was nu echt de laatste plek waar ik in mijn verzwakte toestand wilde zijn. Toen wist ik dat ik dringend Nederlands moest leren, om dat soort situaties te vermijden. Twee zomers na elkaar volgde ik een intensieve cursus van twee maanden aan de KU Leuven, daarna was ik het beu. Maar het maakt echt een enorm verschil als je de taal spreekt, de mensen hier appreciëren het enorm als je die inspanning doet. En weet je wat in België ook een groot verschil maakt ? Het weer. Mijn zusje is op bezoek en toen we gisteren samen de stad in trokken, viel het haar meteen op : de mensen zijn hier totaal anders, veel vriendelijker en tot contact bereid als de zon schijnt. Racisme zou ik het niet noemen, eerder vooroordelen. In 1997 heb ik mijn studies tijdelijk onderbroken en ging ik naar een uitzendbureau omdat ik een job wilde. "Heel goed," zei de vrouw, "poetsvrouwen kunnen we altijd gebruiken." Zomaar, zonder naar mijn diploma's of ervaring te vragen. Als je zwart bent, ben je een poetsvrouw, zo simpel is dat. "Fijn", zei ik. "Een poetsvrouw kan ik ook gebruiken. Stuur ze naar mij, als je er één vindt." Alle buitenlanders die ik ken, werken onder hun kwalificaties. Dat is toch erg. Een vriendin van mij die kapster is, vindt dan weer geen stageplaats. "Het spijt ons, maar de klanten willen dat niet, u zult ze wegjagen." Ooit stapte ik in Antwerpen een winkel binnen en had meteen een vrouw op mijn hielen. Toen ik zei dat ik dat ambetant vond, antwoordde ze : "Het is mijn winkel, ik heb daar het recht toe." Maar de vier blanke vrouwen die er liepen te winkelen, werden wel met rust gelaten. Als de mensen je eenmaal kennen, word je als individu goed behandeld. "Jij, jij bent een goeie." Of : "Amai, jij hebt gestudeerd, wat flink van je !" Alsof dat uitzonderlijk is voor een Afrikaanse. De vooroordelen tegen de groep blijven. Daar hebben de media ook schuld aan. Neem nu zo'n programma als Toast Kannibaal : daarin loopt elke Afrikaan op blote voeten en speelt tamtam. De exotiek wordt dik in de verf gezet, alleen het authentieke Afrika komt in beeld. Maar wat is authentiek ? Ze hebben daar ook wolkenkrabbers, hoor. Ik heb in Nederland gestudeerd, maar er niet gewoond. En een academisch milieu is hoe dan ook internationaal gericht. Maar ik denk dat ze in Nederland door de geschiedenis en het koloniale verleden meer ervaring hebben in het leven met andere culturen. Ze hebben daar ook problemen gehad en ze hebben ze nog, maar ik denk dat ze een stap verder staan. Patrick Kluivert, dat is een Hollander, geen mens die daaraan twijfelt. Maar zodra je familienaam hier niet met 'De' of 'Van De' begint, of je huidskleur donker is, heb je moeite om als Belg geaccepteerd te worden. Een kennis van mij, Christine, is zwart en afkomstig van Rwanda, maar ze is geadopteerd en woont al haar hele leven in België. Als die mijn spulletjes hier ziet, dan is het : "Wow, Afrika." Voor haar is dat even exotisch als voor elke andere Belg. En als iemand haar een complimentje maakt over haar Nederlands, haalt ze haar schouders op : "Wat zou je willen dat ik spreek ?" Hier blijf je allochtoon, ook al ben je tweede of derde generatie Belg. Die mentaliteit moet veranderen : als je kunt accepteren dat een Belg ook zwart kan zijn, zul je misschien minder snel naar een geweer grijpen en hem afknallen. Het zou kunnen. Ze zijn met meer en er is nu een kruisiging van alles wat islam is. Alsof je niet tegelijk moslim en Europeaan zou kunnen zijn. Het argument is altijd hetzelfde : als ze hier willen wonen, moeten ze onze waarden maar aannemen. Maar ik ken veel Europese expats die al heel lang in Nigeria leven, maar alleen naar hun eigen clubs en feestjes gaan, hun kinderen naar de British of American school sturen en nooit Afrikaans voedsel eten, want dat smaakt vies. Wat ze doen, is zich verschansen in een soort kolonie ; de enige Afrikanen waar ze contact mee hebben, zijn hun dienstmeisje en de chauffeur. Niet in de zin van terugwillen naar mijn roots. Wat ik mis van Afrika, is de geur, vreemd genoeg. Want ik ben opgegroeid in Enugu, een stad met evenveel auto's, lawaai en anonimiteit als Antwerpen. En toch : als ik terugkeer uit mijn land en mijn koffer open, dan ruik ik Afrika. De geur van familiariteit, zeg maar. Eerbied voor oudere mensen. Hoe groter het leeftijdsverschil, hoe groter het respect waarmee ouderen behandeld moeten worden. De kinderen spreken oudere mensen ook niet met hun voornaam aan, mijn vrienden zijn voor hen uncles en aunties. Maar mijn zonen zijn maar twee keer in Afrika geweest, voor een vakantie van drie weken. En ik schotel ze wel eens Afrikaanse kost voor, maar daar word je ook niet Afrikaans van. Biologisch zijn ze half-Afrikaans, maar qua mentaliteit volledig Vlaams. Vooral mijn oudste, Stefaan, is nu op een leeftijd dat hij in niets van zijn vriendjes wil verschillen. Normaal spreek ik thuis Engels tegen de kinderen en Jan Nederlands, maar op school wil Stefaan dat ik uitsluitend Nederlands tegen hem spreek. Ik schrijf als de kindjes slapen. 's Morgens heel vroeg of overdag als ze op school zijn. En nu tijdens de vakantie tussen tien uur 's avonds en drie uur 's ochtends. In de Afrikaanse cultuur is het de gewoonte dat je moeder drie maanden komt helpen als je een baby hebt gekregen. Pure verwennerij is dat : zij kookt, wast en plast, neemt de baby bij zich in bed zodat je als jonge moeder een goede nachtrust hebt en kunt recupereren. Alleen als het kindje gevoed moet worden, komt het bij jou. Nu mijn moeder weg is, komt mijn zusje helpen : goede Afrikaanse gewoonten die ik graag in ere houd. Nee, er was een soort proeftijd van drie jaar. Dan kun je een aanvraag doen om Belg te worden en een test afleggen. In mijn geval was dat een krantenartikel lezen en vertellen wat ik daarvan begrepen had. En ze wilden ook weten wat mijn Belgisch lievelingseten was. Normaal sta ik er niet meer bij stil, maar als familie of vrienden op bezoek komen en commentaar geven op typisch Belgische gewoonten, dan realiseer ik mij : "Het is waar, zo doen wij dat hier." De televisie uitzetten als mensen op bezoek komen. Van tevoren afspreken als je iemand wilt opzoeken. In Nigeria loop je gewoon bij elkaar aan en als er niemand thuis is, kom je later nog eens terug. Ik heb nu ook een agenda om afspraken te noteren. En zoals de meeste Belgische vrouwen gebruik ik mijn meisjesnaam. In Nigeria is dat heel ongewoon, mijn vader adresseert zijn brieven koppig aan Mrs. Vandenhoudt. We zijn met de kinderen naar de Beekse Bergen geweest en we hebben friet met mayonaise gegeten. De feniks, Chika Unigwe, uitg. Meulenhoff/Manteau, 212 p, 17,95 euro. De Nacht van de Muze, literatuur- en muziekfestival met als thema 'Vreemdgaan', 15 augustus om 19 uur, Openluchttheater Rivierenhof, Deurne. Met de medewerking van Chris Van Camp, Chika Unigwe, Gerda Den Dooven en verrassingsgast, Naema Tahir, Saida Boujdaine, Zap Mama. Voorverkoop 18 euro (+1,5 euro). Kassa : 22 euro. Info : www.openluchttheater.be Door Linda Asselbergs / Foto Charlie De Keersmaecker