"Ik was al halverwege de dertig toen ik David in Antwerpen leerde kennen. Hij kwam uit Zuid-Afrika en zou later naar Australië emigreren. Hij trof mij als een bliksemschicht, dat eerste beeld van hem is als een foto op mijn netvlies geëtst. Hij leunde tegen de koelkast en droeg een kabeltrui van wit katoen. Het was een heel knappe man. Deze mens is voor altijd belangrijk, voelde ik. Onze levens zijn met elkaar vervlochten. Ik zou met hem all the wa...

"Ik was al halverwege de dertig toen ik David in Antwerpen leerde kennen. Hij kwam uit Zuid-Afrika en zou later naar Australië emigreren. Hij trof mij als een bliksemschicht, dat eerste beeld van hem is als een foto op mijn netvlies geëtst. Hij leunde tegen de koelkast en droeg een kabeltrui van wit katoen. Het was een heel knappe man. Deze mens is voor altijd belangrijk, voelde ik. Onze levens zijn met elkaar vervlochten. Ik zou met hem all the way zijn gegaan." "Ik geloof dat ik toen al wist dat hij op mannen viel. Mijn wereld stortte pas goed in toen hij vertelde dat hij seropositief was. Het was ten tijde van Tsjernobyl, maar zijn bekentenis was mijn eigen, persoonlijke Tsjernobyl. Vraag me niet waarom, maar ik heb toen beloofd dat ik voor hem zou zorgen als hij ziek werd." "In 1991 was het zover. Zijn vriend was al een half jaar dood toen de symptomen van aids ook bij David toesloegen. Ik heb meteen loopbaanonderbreking genomen, mijn kinderen overgelaten aan de hoede van hun vader en ben naar Australië gereisd om bij hem in te trekken." "Het was het begin van een zware maar fantastische periode bij een terminaal zieke man. Wij gingen samen in bad en in bed maar iets seksueels is er nooit van gekomen. Ik heb nooit met hem gevrijd, onze relatie bleef puur platonisch. Ik weet nog altijd niet waarom ik zo onontkoombaar verliefd op hem ben geworden. Was ik gelovig, ik zou zeggen dat het zo voorzien was en zo moest verlopen." "Het is nu twintig jaar geleden en nog altijd heb ik het gevoel dat dit het beste is wat ik ooit gedaan heb. Ik heb voor David gezorgd zoals je zou zorgen voor je kind, hij vond zelf dat hij met mij het geluk van zijn leven heeft gehad. Wie is nu zo zot om zoiets te doen: alles achterlaten voor een stervende man?" "Je kunt je niet voorstellen hoe mooi dat kan zijn, die laatste dagen. David was erg nieuwsgierig naar wat er gebeurt als je sterft. Toen het zover was, ben ik bij hem in bed gekropen. Ik heb gezegd: ik ben bij je, ik laat je niet los tot het voorbij is. Toen hij dood was, heb ik niet moeten huilen. Ik was er al in het reine mee, ook al werd hij maar veertig. Ik heb champagne gedronken met enkele van zijn vrienden, gelukkig omdat het voorbij was. Ik woog toen zelf geen vijftig kilo meer."