Alida Neslo (41) presenteert iedere dinsdag het kinderprogramma De Boomhut op de BRTN. Verder is ze artistiek leider van de toneelschool Nieuw Amsterdam. Nederland kent haar als Alida van de ?multiculti".
...

Alida Neslo (41) presenteert iedere dinsdag het kinderprogramma De Boomhut op de BRTN. Verder is ze artistiek leider van de toneelschool Nieuw Amsterdam. Nederland kent haar als Alida van de ?multiculti".GRIET SCHRAUWEN FOTO : LIEVE BLANCQUAERTIk ontmoette Rufus Collins toen hij bij het Ballet van Vlaanderen Jesus Christ Superstar deed. Rufus is een zwarte Amerikaan en maakte deel uit van het legendarische Living Theater. Hij wilde in Amsterdam een internationale groep vormen met all round acteurs, die ook kunnen dansen en zingen. Hij zag het als een soort Mudra, de school van Maurice Béjart, waar ik ook een jaar studeerde, een school als kweekvijver voor een vast gezelschap. Rufus vroeg mij voor de artistieke leiding. ?Goed", zei ik. ?Gedurende twee jaar wil ik alles doen, behalve lesgeven." Ik had dat al gedaan, in Studio Herman Teirlinck. Ik was toen 26 en ik vrees dat ik mijn leerlingen traumatiseerde : ik ongelukkig, die kinderen ongelukkig, want ik hakte erop in. Na een jaar zei ik : nooit meer. Mijn plan om slechts twee jaar in Amsterdam te blijven, viel in het water : na één jaar werd Rufus ongeneeslijk ziek. Alles viel op mij en ik ging toch lesgeven, en tot mijn verbazing hoef ik nu niet meer te brullen of kwaad te zijn. Dat internationale sprak mij erg aan. Mijn kindertijd in Suriname was echt multicultureel. Tot ik naar België kwam, dacht ik dat de hele wereld zo was. In Suriname, waar nog geen half miljoen mensen wonen op een oppervlakte zes keer groter dan België, worden tien talen gesproken. Door de geschiedenis is de bevolking er zeer gemengd : zwart, indiaans en Indiaas, Javaans, Chinees, Libanees, joods. Ikzelf ben een mengsel van dat alles : ik heb een Hollandse grootvader, en ik heb joods, Chinees, Portugees en negerbloed. In dat land was iedereen allochtoon, al 300 jaar lang. Ons onderwijs was koloniaal : wij kregen dezelfde schoolboeken als Hollandse kinderen. ?Het sneeuwt buiten", lazen wij, terwijl we nog nooit sneeuw hadden gezien. Wij leerden langs welke dorpjes alle Nederlandse riviertjes stromen, maar van onze eigen Surinaamse rivieren wisten we niets. Na de middelbare school ging iedereen in Nederland verder studeren, maar ik wilde niet naar het land van ?de onderdrukker". Ik kwam naar Antwerpen, naar de Studio Herman Teirlinck. In Suriname was ik van gemengd bloed, zoals iedereen. In Europa werd ik plots het aapje. Omdat ik zo weinig mogelijk wilde opvallen, paste ik mij aan en ik leerde het platste Antwerps. Lea Daan, mijn bewegingslerares, wees mij erop dat ik bezig was mijn eigen kleuren te verliezen. Ze zei me : ?Wees jezelf. Als je probeert te worden zoals wij, word je vis noch vlees." Nu, vele jaren later, spreek ik haar woorden, ik kan het niet helpen. Ook Hendrik, onze enige Vlaamse leerling, druk ik op het hart om vooral geen Hollands te gaan praten, maar om Vlaams te blijven. Nieuw Amsterdam is een klein schooltje, en op de veertien leerlingen zijn er tien nationaliteiten. De buitenwereld ziet hen als buitenlanders, maar dat zijn ze niet. Ze zijn allemaal hier geboren, de meesten zijn zelfs al derde generatie, en ze zijn zo Hollands als de pest. Voor hen is Amsterdam het centrum van de melkweg, en Ajax de beste voetbalploeg ter wereld. Ze kennen niet eens hun eigen taal. Soms zeg ik : ?Vraag aan je moeder dat ze je een Arabisch liedje leert. Ik ken er een, en jij niet, hoewel jij Arabisch bent." Ik wil dat ze hun eigenheid behouden, zoals Lea Daan mij leerde om de mijne te bewaren. Multicultureel is niet : verschillende kleuren bij elkaar zetten, maar andere methodes adopteren. Indiase dans wordt bijvoorbeeld in deze school gegeven door een Indiase vrouw, op Indiase wijze. Dat wil zeggen : met de stok. Een verkeerde pas ? Tik ! Met die stok. En dat wordt hier geaccepteerd, en het werkt, ik weet het uit eigen ervaring. Ik heb ook overal gestudeerd. Toen ik rumba wilde leren, ging ik naar Cuba om aan den lijve te ondervinden wat een volk beweegt, en ik volgde flamenco bij een Spaanse. Ik beschouw deze opleiding als een gelijkaardige school als die van Rubens, of van Bruegel. De acteur als ambachtsman : schaven en blijven schaven. Een pianist blijft vingeroefeningen spelen, een danser blijft dansen : die discipline wil ik mijn leerlingen bijbrengen. En dat lukt. Als een leraar wordt weggeroepen, blijven ze bezig met de les. Dat is zeer uitzonderlijk in Nederland, het land van inspraak en vergaderingen. Hier is het motto : zwijgen en werken.