De rododendrons in de tuin van mijn ouders staan voor altijd in mijn geheugen gegrift. Het zijn niet eens mooie struiken maar de grote paarse bloemen kondigen steeds het begin van de lente aan. Ze herinneren aan een zorgeloze jeugd, de geborgenheid van een liefhebbende familie en de herinnering aan de warmte waarmee mijn eerste vrouw Marjan verwelkomd werd. De bloeiende struiken in de tuin van mijn ouders waren het symbool voor hoopvolle verwachtingen, fantastische toekomstdromen en ongebreidelde nieuwsgierigheid.
...

De rododendrons in de tuin van mijn ouders staan voor altijd in mijn geheugen gegrift. Het zijn niet eens mooie struiken maar de grote paarse bloemen kondigen steeds het begin van de lente aan. Ze herinneren aan een zorgeloze jeugd, de geborgenheid van een liefhebbende familie en de herinnering aan de warmte waarmee mijn eerste vrouw Marjan verwelkomd werd. De bloeiende struiken in de tuin van mijn ouders waren het symbool voor hoopvolle verwachtingen, fantastische toekomstdromen en ongebreidelde nieuwsgierigheid. Het was sinister dat dezelfde rododendrons ontloken in Montmorency, het Franse dorpje waar ik zeven jaar geleden met Marjan woonde. We waren net getrouwd en trokken naar Frankrijk omdat mijn baas me promoveerde naar een filiaal niet ver van Parijs. Ik heb er niet lang gewerkt. Toen de lente zich aandiende en de rododendrons in bloei stonden, werd bij Marjan kanker vastgesteld. Het was al te laat voor een operatie, voor chemotherapie of voor wat dan ook om de ziekte te stoppen. Een half jaar later was ze dood. Het was niet totaal onverwacht. De erfelijke variant van die ziekte had zijn tol geëist in haar familie, maar als bij wonder was haar gezin tot dan gespaard gebleven. We hadden nooit durven denken dat het noodlot zo snel en zo fataal zou toeslaan. Dat die paarse bloemen haar ziekte inluidden, vond ik eerst een wreed en vooral verwarrend toeval, maar later brachten ze troost. Door de herinneringen van mijn kindertijd, maar ook door hun aanwezigheid toen we beseften dat Marjan het niet zou halen. De tijd van Marjans ziekte heb ik heel bewust beleefd. Zij ook, denk ik. De twee jaren daarop zijn gehuld in een waas van verdriet. Ik was veel te jong en onervaren om een dergelijk verlies te dragen. Na de dood van Marjan ben ik weer naar België verhuisd. Ik kon niet in Frankrijk blijven. Marjan en ik hadden er samen een toekomst voor ogen, en zonder haar was er geen enkele reden om in Frankrijk te blijven. Ik kocht een appartement in Gent en kon gelukkig op het begrip van mijn werkgever rekenen, die me overplaatste naar een Belgisch filiaal. Het leek erop dat ik verder kon, alleen zag ik door de mist de weg niet waarop ik liep, en ging ik vooruit met pijnlijk vallen en moeizaam weer overeind krabbelen. Ik miste Marjan, ik miste de dromen waarop we ons leven bouwden en waar we zo naar verlangd hadden. Ik voelde me niet langer op mijn gemak bij mijn goede vrienden, precies omdat zij diezelfde dromen waarmaakten. Het is vreemd om op jonge leeftijd weduwnaar te worden. Het is een woord dat bij oude mensen past, niet bij jonge. Voor mij sloeg het een diepe kloof tussen mij en mijn leeftijdgenoten. De meeste van mijn vrienden begonnen zich te settelen. Sommigen hadden een vaste relatie, enkelen waren getrouwd en er werd zelfs over kinderen gesproken. Ze konden onmogelijk begrijpen wat het was om dat allemaal weer kwijt te zijn. Mijn familieleden deden wat ze konden maar ze drongen niet tot me door. Naar hen terugkeren, betekende weggaan van wat ik had verloren. Ik kon dat verlies niet aanvaarden. Ik was weer in mijn thuisland, bij de mensen die me dierbaar waren, maar het leek een andere, vreemde wereld. Op den duur begon ik me in zelfmedelijden te wentelen. Toen ik merkte dat mijn vrienden en familie zich ook niet meer op hun gemak voelden bij mij, heb ik de knoop doorgehakt en ging ik in therapie. De uren die ik bij de therapeut doorbracht, waren doeltreffender dan medicatie. Een jaar lang kwam ik er wekelijks over de vloer en in de loop van dat jaar kwam ik tot rust. Ik leerde mezelf beter kennen, ik leerde omgaan met de relativiteit van het leven. Ik begon ook stilaan het verdriet te aanvaarden, dat daardoor eindelijk kon slijten. Ik veranderde dat jaar ook van werk, en mijn nieuwe job lag me beter dan de vorige. Ik zocht mijn vrienden weer op, ik kon weer blij zijn voor hen en hun geluk. Met mijn familie vond ik de harmonie terug, en ik zocht ook de familie van Marjan op. Ik had ze maanden niet gezien omdat ik het te confronterend vond. Na het eerste bezoek sprak ik regelmatig af met Katrien, de zus van Marjan. We hadden altijd een goede band gehad en het was fijn om met iemand over Marjan te kunnen praten zonder op medelijden getrakteerd te worden. Katrien had het na de dood van Marjan zelf erg moeilijk gehad, bovenop haar eigen verdriet had ze haar ouders en jongere broer bijgestaan in hun rouwproces. Gelukkig had ze altijd kunnen rekenen op haar vriend Filip, en na een paar maanden nodigden ze me uit om samen met hen uit eten te gaan. Onnozel als ik was, had ik niet door dat er nog gezelschap zou zijn die avond. Katrien en Filip kenden Caroline lang genoeg om te weten dat het zou klikken tussen ons. Caroline is een aantrekkelijke vrouw. Wijs ook, niet koket of naïef. Ze had genoeg meegemaakt om te weten dat het leven niet alleen cadeaus geeft. Ze verloor haar eigen geliefde aan een andere vrouw, en overleefde een moeilijke echtscheiding. Ze had ook tijd nodig gehad om dat te aanvaarden en te plaatsen, maar ten tijde van onze ontmoeting was haar blik weer op de wereld gericht. Het was een fijne avond, vooral door de aanwezigheid van Caroline. Het was het juiste duwtje in de rug om zonder schuldgevoel weer wat verliefdheid toe te laten. Caroline en ik zagen elkaar vaker. In onze favoriete bar, El Carajillo, waar ze gul zijn met de caipirinha, slaagde ik erin om mijn verhaal te doen. Ik voelde me wel schuldig maar dat vond ik normaal in mijn situatie, en ik kon dat ook uiten. Caroline wist hoe het was om na een intens rouwproces weer schuchtere stappen richting geluk te zetten. We groeiden op een natuurlijke manier naar elkaar toe. Van haar beginnen houden, haar kussen of voor de eerste keer weer vrijen was niet moeilijk of pijnlijk. Caroline is heel anders dan Marjan. Ze is ouder en volwassener. We zijn nu drie jaar samen en ik kijk heel anders naar het leven. De toekomstplannen zijn minder onstuimig, ik weet niet of ik ooit vader zal worden. Die behoefte is minder dringend. Ik ben weleens jaloers als ik vrienden met hun kroost zie, vooral omdat het me herinnert aan wat zelf ooit mijn diepste wens was. Maar de kans is klein dat Caroline en ik ooit ons eigen gezin zullen hebben. Ik weet dat ik dat zal aanvaarden. We nemen het leven hoe het komt en reizen veel. Eén keer zijn we zelfs langs het dorp in Frankrijk gereden waar ik Marjan verloor. We spreken nog geregeld af met Katrien en Filip. Mijn familie heeft Caroline met open armen verwelkomd, en als we bij mijn ouders langsgaan, waardeer ik de bloeiende rododendrons in de lente meer dan ooit. Ze symboliseren voor mij vreugde en verdriet, vallen, weer opstaan en naar de toekomst kijken. Door Tine Maenhout„Ik ben weleens jaloers als ik vrienden met hun kroost zie, omdat het me herinnert aan wat zelf ooit mijn diepste wens was"